Nieuw hoofdstuk in handboek Bos

Achter het erepodium tikte Mickaël Bourgain op de schouders van Theo Bos. De Fransman, derde op de sprint, lachte naar de nieuwe wereldkampioen: ‘Het was in de finale wel millimeterwerk hè?’ De Nederlander verblikte of verbloosde niet....

Een paar minuten eerder had Bos verteld hoe hij tracht de concurrentie te ontmoedigen. Het is een van de hoofdstukken uit het fascinerende handboek baansprinten dat hij schrijft. De discipline is voor hem een studie die hij zich eigen probeert te maken. Op Mallorca haalde Bos voor de derde keer met vlag en wimpel zijn diploma.

Belangrijkste gereedschap bij het intimideren van de tegenstander is door ze continu af te troeven, hoe triviaal de wedstrijd is. Nergens mag hij steken laten vallen, want het kan hen het gevoel geven dat er tegen hem iets te halen valt. Dus moet hij Bourgain met zijn opmerking lik op stuk geven.

Bos probeert ook geen kameraadschap op te bouwen met de concurrentie. Liever zeurt hij hen voortdurend aan hun hoofd. Of raakt hij ze tijdens het inrijden of vlak voor de start even aan. ‘Ik wil niemand laten merken hoe ik in werkelijkheid ben. Ik heb constant een masker op.’

Craig McLean gaf hij vlak voor de halve finale nog even een knipoog. De Brit had stuurs de andere kant op gekeken en ging kansloos ten onder. Voor Bourgain zou hij in de finale iets vergelijkbaars in petto hebben gehad. Dat was ook niet de meest standvastige.

In de eindstrijd trof hij niet Bourgain, maar diens landgenoot Gregory Baugé. En tegen de 22-jarige liet hij zoiets wel uit zijn hoofd. Bos: ‘Bij iemand die daar goed tegen kan moet je dat niet doen, dan sta je zelf voor paal. Je moet je tegenstander natuurlijk ook geen extra energie geven.’

Tegen Baugé had hij genoeg aan zijn snelheid. In de eerste finalerit kwam de Fransman op de streep tot Bos’ verrassing nog dichtbij. In de tweede koos de 23-jarige Nederlander voor een lange, slopende sprint. Zijn voorspelling dat Baugé niet genoeg lucht zou hebben om tot het einde gelijke tred te houden, kwam uit.

Het maakte Bos net als vorig jaar onklopbaar in het sprinttoernooi. Niet een keer had hij een belle, een beslissingswedstrijd, nodig om zijn lot te bepalen.

De indruk dat hij minder overtuigend was dan vorig jaar, kon daarmee onmiddellijk overboord. Dat hij deze week niet dezelfde onoverwinnelijkheid uitstraalde als in Bordeaux, hield hem niet bezig. Het was een aura dat anderen hem hadden toegeschreven, vond Bos. Zelf voelde hij zich nooit zo. ‘Iedereen is te kloppen.’

Natuurlijk kende Bos voor de WK ook wel twijfels. Maar dat hij bij de keirin een herkansing nodig had, vond hij geen probleem. Bos leidde er niets af over zijn vorm. Die was naar eigen zeggen prima. Dat hij ‘slechts’ zilver won, had daar ook niets mee te maken. ‘Ik had gewoon goede benen.’

Hij vond het merkwaardig dat anderen wel onzeker werden na de keirin, een onderdeel waarbij de geluksfactor ook een rol speelt. ‘Ze mogen best twijfelen, maar val mij daar niet mee lastig.’

Toch was Bos blij dat hij met zijn wereldtitel sprint aan de verwachtingen had voldaan. De voorbereiding op de WK was allesbehalve rustig verlopen. Hij kreeg een dure nieuwe fiets en een riant contract van Rabobank, blesseerde zijn schouder lelijk bij een valpartij tijdens de wereldbekerwedstrijd in Manchester en zijn oma overleed vorige week.

‘Die extra druk viel mee’, vond Bos. ‘Daar kan ik wel mee omgaan. Ik denk er niet over na. Maar ik ben blij dat ik nu tot rust kan komen. Er is een last van mijn schouders gevallen.’

Dat hij zondag met een vijfde wereldtitel – Bos was ook al eens de beste op de keirin en de kilometer – zijn grote voorbeeld Piet Moeskops evenaarde, wimpelde hij vastberaden af. Pas bij vijf sprinttitels vindt hij dat hij op gelijke hoogte komt. En dan nog zal Bos altijd tegen Moeskops op blijven kijken als zijn grote held.

Uit diens verhalen leerde Bos dat hij voortdurend op zoek moet zijn naar nieuwe uitdagingen. Elk jaar moet er een ander hoofdstuk aan zijn handboek worden toegevoegd. Voor de Spelen van Peking was het daarom niet genoeg wat hij in Palma liet zien.

Jaloers keek hij naar de pure kracht van McLean en Bourgain, die over dijen beschikken zo breed als zijn borstkas. Hij moet meer volume krijgen om de grote versnelling rond te krijgen, vond de wereldkampioen. ‘Ik moet opletten’, waarschuwde hij zichzelf.

Natuurlijk blufte Bos toen hij zei dat hij het rustig aan had gedaan bij dit WK. Dat wist Bourgain ook wel. Maar misschien had hij hem toch een klein beetje aan het twijfelen kunnen brengen.

Baanwielrenner Theo Bos fietst zondag zijn Franse opponent Gregory Baugé voorbij. Bos werd voor de derde keer in zijn loopbaan kampioen op het onderdeel sprint. (AFP) Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden