Interview Ronald Koeman

‘Niet zo gestrest, daar heb ik een bloedhekel aan’

Ronald Koeman, coach van het Nederlands elftal. Beeld Guus Dubbelman

Het Nederlands elftal hervond met bondscoach Ronald Koeman (56) zijn vrolijke, aantrekkelijke gezicht. ‘Ik moet zorgen dat er harmonie ontstaat.’ Oranje speelt donderdag in de halve finale van de Nations League tegen Engeland.

Bondscoach zijn is een fijne baan, passend bij de levensfase van Ronald Koeman. Hij is minder gejaagd dan vroeger. Hij wil plezier voelen, niet altijd gestrest zijn. Het woord gestrest spreekt hij uit met een zucht, alsof hij de druk letterlijk wegblaast. In het verleden was de aanstelling bij pakweg Valencia in het achterhoofd ook een mogelijk opstapje naar Barcelona. Hij is rustiger nu, bedachtzamer, met al zijn ambities. Gerijpt. Hij heeft leed gezien, succes beleefd en tegenslag meegemaakt.

‘Ik ben een aantal keer ontslagen en er is altijd aan mij getrokken’, zegt hij in een zaal van de Campus van de KNVB in Zeist. ‘Ik heb rust nu en plezier. Een aantal dagen in de week ben ik druk met het Nederlands elftal. Geweldig. Zes avonden van de zeven staat thuis voetbal op. En ik geniet van het feit dat ik niet elk weekeinde een wedstrijd heb. Dat is ook een fase in mijn leven, na drieënhalf jaar Engeland. Contact met de kinderen, wonen in Nederland, het is prettig. En dan mag je bondscoach zijn, een erebaan.’

Hij verhuisde achttien keer in zijn loopbaan. Dat heeft impact. ‘Je hoopt dat ook je vrouw dat kan behappen. Wil je succes halen in dit vak, dan moeten er egoïstische trekjes in je zitten. Die heb ik wel. Er zijn momenten geweest dat het niet prettig en makkelijk was. Alles stond in het teken van voetbal. Bartina (zijn vrouw, red.) zorgde altijd dat alles was geregeld. Dat kan niet iedere vrouw. Daarmee heb ik het echt getroffen.’

Toen ze ernstig ziek werd, verzorgde hij haar. Hij was ook een tijd zonder baan toen. ‘Het was in een fase dat ik niets deed, in 2011. We reden terug uit het AVL-ziekenhuis, na haar laatste chemo, toen Martin van Geel belde of ik naar Feyenoord wilde. Toen zei Bartina: ik heb mijn traject afgesloten, het is goed gegaan.’

In zijn tijd zonder club zag hij ook de andere kant van het leven. ‘Ik had altijd het idee dat je als coach in een tunnel leeft. Je krijgt niet alles mee wat er in de wereld gebeurt. Als je dan een periode niets doet, krijg je nieuws mee en andere gebeurtenissen. Je krijgt andere interesses. Als trainer ben je 24 uur per dag bezig met het elftal, met keuzes, trainingen, wedstrijden. Dan heb je niet altijd oog voor je omgeving.

‘Je kan eens op vakantie in het seizoen. Je gaat eens wat met de kinderen doen. Je hebt meer tijd en aandacht voor je gezin. Dat vond ik altijd zo knap van Johan Cruijff: die deed de deur dicht en was alles kwijt. Ik had op de maandag na de laatste Nederland – Duitsland zwaar de pee in dat we verloren hadden.’ Oranje verloor in de laatste minuut, met 3-2, in de EK-kwalificatiereeks. ‘Dan zijn er geen spelers bij je, is er geen training. Je kunt je ei niet kwijt. Ik keek de wedstrijd ’s nachts al terug.’

Over het algemeen is Koeman nochtans tevreden met de ontwikkeling van Oranje. Het elftal heeft de potentie om weer aan te sluiten bij de wereldtop. Een geniale aanvaller als Arjen Robben zou nog welkom zijn. De bereikte finale van het nieuwe landentoernooi om de Nations League, met de eerste wedstrijd donderdag tegen Engeland, is een teken van herstel.

WK 1994 Nederland-Marokko 2-1. Hassan Nader, de maker van het Marokkaanse doelpunt heeft het zwaar te verduren tegen Wim Jonk en Ronald Koeman (r). Beeld ANP

Koeman heeft Oranje elan gegeven, zoals de spelers hem inspireren. Hij bezoekt veelvuldig internationals in het buitenland. ‘In het begin van mijn carrière als trainer was ik niet zo attent. Het lijkt alsof het steeds meer gaat om de band met spelers.’ Hij stuurt menig appje. Om een teleurstelling te helpen verlichten, een mooie goal te vieren of een flard uitleg te geven. ‘Dat vinden spelers heel prettig.’

De speelwijze is uitgekristalliseerd, al blijven bepaalde zaken ongrijpbaar. ‘Er zijn zoveel toevalligheden in de sport. We wonnen in 1988 alles met PSV; kampioenschap, beker, Europa Cup, terwijl het tot tien dagen voor de competitie een drama was. Opeens kwam Frank Arnesen in de ploeg en viel de puzzel. Dat ongrijpbare is juist mooi. Het is bijna nooit zo dat je eindigt met de opstelling die in je hoofd zat. Er zijn zoveel factoren van invloed op wat je doet en wilt.’

Twintig jaar trainerschap heeft een andere vakman van hem gemaakt. ‘Je doet ervaringen op. Ontslag. Conflicten met spelers. Ik verdiep me meer in karakters, omdat ik heb geleerd dat het niet alleen om voetbal gaat. Ik hoef Frenkie de Jong niet te leren dribbelen en Georginio Wijnaldum niet te leren koppen. Ik moet zorgen dat er harmonie ontstaat, dat ze met elkaar dingen doen en daar plezier uithalen. En ik moet de zaken tactisch zo neerzetten dat je met misschien iets mindere kwaliteit toch een eindtoernooi haalt.’

Bestaan zoiets als de Formule Koeman? ‘Nou, die is er niet. Denk ik. Misschien kunnen mensen die langdurig met mij werken dat beter vertellen. Als coach ben ik tactisch gezien goed. Dat bewijst mijn succes met ploegen die kwalitatief niet de beste waren. We zetten ze goed neer. En ik ben ­reëel in de manier van spelen. Niet altijd ten koste van alles denken: wij zijn de besten, wij gaan lekker aanvallen. Ik was als verdediger niet voor niets altijd bezig mensen om mij heen te verzamelen, zodat ik niet één tegen één in een grote ruimte een spits moest verdedigen. Ik zette als speler al een dusdanige organisatie neer dat ik kon uitblinken. Zo kijk ik naar een elftal: hoe staat het? Hoe staan we als we de bal niet hebben.’

Het is dan te makkelijk om bijvoorbeeld Ajax te bekritiseren, voor te aanvallend spel bij 2-0 voor tegen Spurs. De centrale verdedigers Matthijs de Ligt en Daley Blind waren mee naar voren bij een vrije trap. ‘Nee. Het was de kracht van Ajax. Ze speelden onbevangen, tegen wie dan ook, uit of thuis. Ze deden hun ding en namen risico’s. Als die speelwijze niet goed uitpakte, maakte Heerenveen vier goals in de Arena en Feyenoord zes in de Kuip. Het moet kloppen. Heel vaak klopte het. Het was fantastisch om naar te kijken.’

De vraag is of de veelbeschreven voetbalcrisis in Nederland voorbij is, nu Oranje weer presteert en Ajax de halve finales bereikte. ‘Er is nooit een echte crisis geweest. Er zijn golfbewegingen in het voetbal. Toen ik bij Southampton werkte, klaagde men in Engeland dat Engelse clubs nooit ver kwamen in het Europees voetbal. Nu stonden vier clubs in de finale. Het heeft met talent te maken, maar we beseffen ook wat we moeten doen om goed te zijn, wat we moeten investeren. Niet alleen voetballend, ook fysiek. Er wordt veel meer gevraagd dan vroeger.’

Ronald Koeman benut een strafschop bij doelman Eike Immel in de halve finale tegen West-Duitsland. Beeld AFP

Hij lacht als hij toegeeft dat hij wel hield van een avondje stappen. ‘Ja, ik ben ook weleens tijdens een toernooi weggeweest. Dat is niet meer van deze tijd. Ik ben ervan overtuigd dat topspelers van vroeger ook nu topspelers waren geweest, maar nu moet je er veel meer voor doen. Het spel is sneller en fysieker, met meer wedstrijden. In 1988 mocht de keeper gewoon de bal oppakken, als ik terugspeelde. Dan speelde je tachtig keer terug. Maar het allerbelangrijkste blijft het brein van een speler. Hoe snel doorziet hij situaties? Heeft hij een functionele, goede techniek om problemen op te lossen? Ik was onlangs bij Feyenoord – ADO. De beste speler op het veld was Lex Immers, gewoon door zijn functionele techniek.’

Ronald Koeman gaf Oranje zijn vrolijke, succesvolle gezicht terug. Dat was best een klus. ‘Daarover heb ik veel met spelers gesproken. Die verweten jullie, de media, dat jullie altijd zaten te zeiken. Maar ik vond ook dat er negativiteit rond het Nederlands elftal hing, dat spelers niet altijd het juiste gedrag uitstraalden.

‘We vonden het geweldig, het spontane, normale gedrag van de vrouwenploeg. Ik heb begrip voor karakters en keuzes, maar je bent bij het Nederlands elftal een uithangbord. Je moet uitstralen dat je blij bent dat je wordt geselecteerd. Met een lach op je gezicht.’

Hij verhuisde van een hotel aan zee in Noordwijk naar de Zeister bossen. De centrale ruimte in hotel Woudschoten is bijna een jongenskamer met allerlei spelletjes. ‘Het is prettig dat we spelers altijd bij ons hebben. Het is simpel om op een willekeurig moment op de dag gewoon een kop koffie met een speler te drinken, in plaats van aan de teammanager te vragen waar iemand is, of hij wel op zijn kamer is.’

De stroom talent maakt het werk ook eenvoudiger. ‘Frenkie de Jong is echt een leuke jongen. Lach op zijn gezicht. Zo voetbalt hij, zo traint hij. Ongeacht het niveau, tegen wie hij ook speelt, waar hij ook is. Hij is zichzelf. Je ziet ook een verschil tussen Matthijs (de Ligt, red.) en Frenkie. Matthijs is heel gericht bezig, met training en extra training. Ik zat een keer met Matthijs in een taxi. Hij stelde alleen vragen: over Stoitsjkov, Romario en Laudrup, vroeger bij Barcelona. Wie was nou de beste, wie was de beste spits tegen wie je hebt gespeeld? Hij wist veel. Als je velen van deze generatie vraagt over mijn voetbalperiode, weet lang niet iedereen dat meer.’

Met internationals praat hij ook over normaal gedrag. ‘Blink uit tussen de lijnen. Ze hoeven heus niet allemaal ideale schoonzonen te zijn. Het is leuk als je een paar van die mannetjes als Van der Vaart of Sneijder hebt. Dat geeft reuring. Zij waren normaal, maar ze hadden ook iets stouts. Nee, die zijn er nu niet zo. Dat is een beetje in de hele maatschappij zo. Het is serieus. Het is ook niet meer zo makkelijk, met social media erop. Ik hoop alleen niet dat de mannetjes die iets stouts doen, een uitstervend ras is.’

Oranje is weer een familie, en dat patroon past bij de sfeergevoelige persoon Koeman. ‘Ik weet wat ik wil. Plezier. Ik ben eigenwijs. Dat kan wel­eens vervelend zijn. Maar ik krijg het altijd voor elkaar in een staf een dusdanige sfeer te krijgen dat iedereen happy is. Ik heb er een hekel aan als mensen zichzelf niet kunnen zijn door wie of wat dan ook. En ik weet heus wel dat we moeten winnen. Dat kan op verschillende manieren. Niet zo gestrest (met nadruk), daar heb ik een bloedhekel aan.’

Koeman behoedt het Nederlands elftal tegen Engeland voor uitschakeling voor het WK van 1994. Beeld BSR Agency

Koeman gaf zijn assistenten Dwight Lodeweges en Kees van Wonderen de eer van het briefje in Gelsenkirchen, waarop de opstelling stond voor de stormfase die leidde tot 2-2 tegen Duitsland en plaatsing voor de finale van de Nations League. Eerder trok hij keeperstrainer Patrick Lodewijks aan als assistent van Everton, nadat diens vrouw bij een ongeluk om het leven was gekomen. Hij liet hem af en toe een weekeinde naar Eindhoven gaan, om bij zijn dochters te zijn. ‘Er zijn belangrijker zaken dan voetbal. Ik heb zelf ook met leed moeten dealen. Je weet wat je prettig vindt in dat soort situaties. Dan leef ik mee, geef ik vrijheid en ben ik een open boek. Eén ding heb ik altijd geleerd: wees eerlijk en duidelijk. Aan mijn gezicht zie je vaak hoe ik over zaken denk. Helaas kan ik dat niet veranderen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden