Nieuws Baanwielrennen

Niet met, maar tegen elkaar - Büchli blijkt de beste van de bekroonde ploeg baanwielrenners

Het sprintteam van de baanwielrenners werd onlangs verkozen tot sportploeg van het jaar. Bij de NK moesten ze donderdag juist de messen tegen elkaar slijpen. Matthijs Büchli kwam als de lachende winnaar uit de strijd.

Jeffrey Hoogland (links) ziet Matthijs Buchli winnen. Beeld Jiri Büller

Harrie Lavreysen twijfelt. Normaal gesproken rijdt hij mét Matthijs Büchli op het onderdeel teamsprint. Maar nu, op de Nederlandse kampioenschappen in Apeldoorn, draait het louter om de individuele nummers en moet hij het in de halve finale opnemen tégen zijn ploeggenoot, in een één-tegen-ééngevecht over drie ronden.

Anders dan bij schaatsen draait het in de sprint bij het baanwielrennen niet om tijd, maar om tactiek. ‘Als de verschillen fysiek zo klein zijn, dan gaat het mentale aspect een grote rol spelen’, legt Büchli uit.

Op het middenterrein legt Lavreysen zijn twijfels op tafel. ‘Ik ken Matthijs door en door. Maar hij mij óók. Ik zit te denken wat hij zal denken dat ik zal denken. Snap je? De laatste twee keer dat ik van hem won, ging ik onderdoor. Dat verwacht hij dus. Moet ik dan iets anders doen? Ik weet het nog niet.’

Lavreysen en Büchli maken samen met Jeffrey Hoogland, Roy van den Berg en Nils van ’t Hoenderdaal deel uit van de Nederlandse teamsprinters, die afgelopen jaar Europees- en wereldkampioen werden. In de wereldbekercyclus zijn ze nog ongeslagen.

Vanwege die uitzonderlijke prestatie werden de baansprinters vorige week verkozen tot sportploeg van het jaar. ‘Een mooie beloning’, zegt Hoogland. Maar wie denkt dat hij nu tevreden achteroverleunt, heeft het mis. ‘Ons grote doel is 2020, Tokio. Dan willen we met het team goud halen op de Olympische Spelen.’

Heersend

De afzonderlijke kwaliteiten van de renners maken dat de NK sprint deze donderdagavond net zo goed een WK sprint zouden kunnen zijn. Lavreysen won anderhalve week terug nog een wereldbekerwedstrijd sprint in Londen, waarbij hij de Australische wereldkampioen Matthew Glaetzer versloeg. Hoogland is heersend Europees kampioen, Buchli haalde begin december, bij een wereldbekerwedstrijd in Berlijn, zilver op de sprint.

In de teamsprint hebben ze ieder hun rol. Van den Berg en Van ’t Hoenderdaal zijn sterke starters, Lavreysen is op zijn best als hij de sprint mag doortrekken en Hoogland is een echte afmaker. ‘We zijn een machine’, zegt Hoogland. ‘Elk onderdeeltje is op elkaar afgestemd. Daarom vind ik dat de mooiste discipline in het baanwielrennen. Mooier dan de individuele sprint, ja.’

Maar de teamsprint staat niet op het programma op de NK. Dat is eind november verreden, in een apart kampioenschap. De teamsprinters moeten het nu zelf doen. Uiteraard speelt prestige een grote rol. Niemand wil van elkaar verliezen, al wordt dat niet hardop uitgesproken.

In plaats daarvan temperen de renners opzichtig de verwachtingen. ‘We komen net uit de wereldbeker’, zegt Hoogland. ‘We werken toe naar de WK, eind februari. Eigenlijk komen de NK helemaal niet uit. Ik moet het met de vorm doen die ik heb.’

Lareysen: ‘Ik heb met Kerst niet veel gedaan. Het hele jaar zit ik al in het buitenland, dan wil ik met de kerstdagen bij familie zijn en ontspannen. Ik heb alleen wat krachttraining gedaan en met mijn vader een duurtraining, meer niet.’

Blauwe blouse

En dan waren er natuurlijk ook de festiviteiten rondom de sportverkiezing. Die prijs voor beste sportploeg leverde veel reacties op voor de baanwielrenners, al betroffen het vooral randzaken. Hoogland, lachend: ‘Degene die mijn pak maakte zei: dat is hip, een blauwe blouse. Het mag wel een beetje speels. Nou, dat heb ik geweten. Iedereen had wit aan. Ik was als enige in het blauw.’

Lavreysen: ‘Ik baalde een beetje van de speech. Achteraf had ik het makkelijk uit mijn hoofd kunnen doen, maar ik wilde niet dat het mijn speech zou zijn, we hadden hem met zijn vijven samengesteld. Daardoor las ik het toch maar van papier. Dat zag er een beetje stijfjes uit. Maar goed, we stonden er wel mooi.’

In Apeldoorn slaagt Lavreysen er in zijn duel met Büchli niet in om zijn ploeggenoot te verrassen. Twee keer rijden ze tegen elkaar. In het geval van een gelijkspel volgt een derde krachtmeting, maar die is niet nodig. Büchli heeft aan twee ritten genoeg.

In de andere halve finale wint Hoogland in drie ritten van Van den Berg.

En zo volgt om kwart over negen het slotstuk van de avond: de finale tussen Büchli en Hoogland. Het wil nooit echt spannend worden; daarvoor is Büchli te sterk. Bij het passeren van de finishlijn heeft hij zelfs alle tijd om een hand in de lucht te steken.

‘Het is lastig om tegen je maatje te rijden, op een lastig moment’, zegt Büchli na afloop over de finale. ‘Maar goed, uiteindelijk wil je dan toch nog wel winnen.’

En zo is het geschied. Met een lach zegt Büchli: ‘Als het zo uitkomt, zal ik mijn teamgenoten deze overwinning zeker onder hun neus wrijven.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.