Niet herkend, maar Okidoki vergoedt veel

Albert Zoer is al bijna zeker van een ticket voor de WK, eind augustus in Aken. De springruiter heeft dan ook een uitzonderlijk paard: Okidoki....

Alle aandacht gaat tijdens Outdoor Gelre in De Steeg uit naar Anky van Grunsven en Salinero. Die worden tussen hun glorieuze oefeningen door belaagd door horden fans. Dan zit Albert Zoer er maar verloren bij, aan de rand van de springpiste in het lieflijk tegen de Veluwe aanleunende paardendorp.

Niemand die de 30-jarige Zoer, voorwaar geen kleine jongen toch in de springsport, belaagt of om een handtekening vraagt. Hij is dan ook blij met de aandacht die hij van de pers krijgt. Een beetje tegenwicht bieden aan de dressuurgekte rond BN’er Van Grunsven, dat kan in zijn ogen geen kwaad . ‘De springsport komt er vandaag de dag op radio, tv en in de pers maar bekaaid vanaf’, moppert Zoer.

Zoer is naar De Steeg getogen om maar weer een keer de aandacht op zich te vestigen en bondscoach Ehrens te overtuigen van de kwaliteiten van zijn toppaard Okidoki. Al het andere is even bijzaak. Zelfs het prijzengeld in De Steeg interesseert hem niet. Dat houdt dan ook niet over. Het zijn schrale tijden in de springsport. ‘Van een hoofdprijs van pakweg twintig mille hou je niet zo gek veel over. Een kwart daarvan ben je al kwijt aan de kosten die je moet maken. Transport, logies, voeding. En dan komt de fiscus ook nog eens langs.’

Van het prijzengeld moet Zoer het dan ook niet hebben. Hij wordt in het zadel gehouden door zijn vader, die handelt in paarden en daarin zo bekwaam is dat in beider handels- en springstal in Echten genoeg geld binnenkomt om een springcarrière te kunnen bekostigen. ‘Mijn vader heeft een perfect oog voor jong talent. Hij is altijd op zoek naar de beste paarden voor mij. Als er op een kwaaie dag een toppertje wordt verkocht, kan ik er zeker van zijn dat ik nog geen dag later opvolgers met nog meer talent klaarstaan.’

Zo kwam Albert Zoer ook aan Okidoki. Zijn vader zag het dier als driejarige wat proefsprongetjes maken in de manege van Arjan Vos in Dwingeloo en was op slag verkocht. Okidoki verhuisde voor een ongetwijfeld pittige som naar Echten, waar Albert aanvankelijk constateerde dat wat hem betreft van liefde op het eerste gezicht geen sprake kon zijn. ‘Okidoki was geen schoonheid en is dat nu, zeven jaar later, nog steeds niet. Hij staat op stal er maar een beetje sullig bij. Er is helemaal niks aan. Je zou hem nog geen blik waardig keuren.’

Maar in de wedstrijdsport ging het crescendo met Okidoki. In de piste maakte sulligheid plaats voor ambitie, voor de wil om elke hindernis te overwinnen, hoe hoog de lat ook lag. Twee jaar geleden debuteerde Okidoki in een Grote Prijs, de zwaarste aller proeven, en sindsdien is hij, en met hem zijn berijder, volkomen ingeburgerd in de hoogste kringen van de springwereld. ‘Ik had indertijd vrij snel in de gaten dat Okidoki barstte van het talent. Dat komt er nu allemaal uit. Het is een echte winner.’

Maar zaterdag even niet, en ook zondag, in de door Jeroen Dubbeldam gewonnen Grote Prijs, haalt Okidoki even niet het beste uit zichzelf. Maar dat kan Zoer niet deren. Dit is maar een pleisterplaats op de weg die Aken als eindbestemming heeft. Daar wil hij vlammen, daar wil hij tijdens de WK, in de laatste week van augustus, in de landenwedstrijd het vaderland een dienst bewijzen en vervolgens in de strijd om de individuele medailles ook zichzelf.

Een lange weg, die Zoer als lid van de immer rondtrekkende karavaan de komende tijd voert naar het CHIO in Rotterdam, naar het NK en naar Geesteren, waar de WK-kandidaten aan een ultieme vormtest worden onderworpen.

Zoer schiet intussen op de weg naar Aken aardig op en behoort met wereldtopper Gerco Schröder tot de kopgroep. ‘Ik heb inmiddels wel laten zien dat ik erbij hoor, dat ik mij met de besten meten kan. En dan heb ik ook nog op veel andere concurrenten voor dat ik de beschikking heb over drie vrijwel gelijkwaardige paarden. Ik kan in geval van nood, bij blessures, ziekten of ander onheil, altijd terugvallen op Lowina en Lincoln. Wat dat betreft ben ik in onze kringen een bevoorrecht mens.’

Bevoorrecht ook om het feit dat hij geen last heeft van sponsors, eigenaren en andere bazen die geneigd zijn de lat steeds een tikkeltje te hoog te leggen. Albert Zoer is sinds jaar en dag eigen baas, een van de laatste kleine zelfstandigen in de hippische top. Dat heeft zo zijn nadelen, maar de voordelen wegen daar dik tegenop. ‘Ik ben voor mijn doen en laten aan niemand verantwoording verschuldigd, hooguit aan mijn vader.’

Na het gesprek sjokt Albert Zoer weg, een springklus wacht. Hij ziet hoe druk het is in de stand waar diva Anky allerlei hippische waar laat uitventen en merkt en passant dat niemand hem herkent. Dat zal, hoor je Zoer mijmeren, na Aken wel anders zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden