Niet goed hier

Smeuïge klei en rood vuurwerkpapier hechten zich aan mijn schoenen als ik, venijnige windvlagen trotserend, de plek bekijk waar een jaar geleden Carlo Picornie om het leven is gekomen....

Maar het is geen weiland: het is een desolaat stuk opgespoten niemandsland waar niets groeit, het geluid van de snelweg voortdurend hoorbaar is en de bezoeker een blik wordt gegund op fabrieksschoorstenen en loodsen, van de Oosterse Markt van Beverwijk onder meer.

In greppels drijven lege blikjes Heineken-bier, zonder roestplekken. De afstand tot de snelweg, de A 9, verbaast me. Ik dacht tot vandaag dat de supporters van Ajax en Feyenoord een plek naast de weg hadden uitgekozen voor hun vechtpartij.

Nu zie ik dat de Feyenoorders ruim driehonderd meter de kans kregen om tot bezinning te komen. Kennelijk kon niets hen kalmeren.

God heeft deze plaats vergeten, maar tal van vrienden en bekenden van Picornie niet. Ze hebben hier deze week de moord herdacht, bier gedronken, herinneringen opgehaald en vuurwerk afgestoken. In een slootje ligt een lege kartonnen doos: Made in Guandong, China.

Iemand heeft een rood-witte pop achtergelaten. Een Amsterdammertje, goudkleurig gespoten, steekt boven tientallen bossen rode en witte bloemen uit.

Enigszins beschroomd lees ik de teksten op de kaartjes en de linten.

Jouw Ajax-hart klopt door in onze lichamen.

Carlo, we will never forget you.

Always on my mind.

Rust zacht, you never walk alone.

Een jaar geleden, toch nog steeds niet vergeten.

Deze laffe daad zal altijd in ons geheugen gegrift staan.

Niemand roept op tot wraak, valt me op. Ik vermoed dat het vooral oudere Ajax-supporters zijn, dertigplussers, die hier bijeen zijn gekomen.

Nogmaals loop ik rond de bloemen en het gouden paaltje. Mijn schoenen zijn zwaar van de klei. Gelukkig heb ik een oude handdoek achterin de auto liggen.

Ik vraag me af waarom ik hier ben. Omdat ik de plek wel eens wil zien waar de laatste grens in het supportersgeweld is overschreden, waarschijnlijk. Ik probeer me voor te stellen hoe het er vorig jaar op 23 maart aan toe is gegaan, maar zie niets voor me, slechts een verlaten stuk land.

Gisteren ben ik ook in Beverwijk geweest, maar tevergeefs. Omdat ik op zoek was naar een weiland kon ik de juiste plek niet vinden. Vrouwen en mannen die ik er naar vroeg, bij een wegrestaurant en een benzinepomp, reageerden zonder uitzondering afwerend, sommigen zelfs geschrokken.

Maar nu sta ik in de modder en vraag ik me af wat ik hier doe.

De gebreide rood-witte pop neemt me nieuwsgierig en een tikkeltje geringschattend op. Hij leunt tegen het gouden Amsterdammertje, in het midden van de bossen bloemen. Ajax, staat er op zijn buik.

Wat doe jij hier, vraagt de pop.

Wat deed Carlo Picornie hier, antwoord ik. Het blijft even stil.

Ik respecteer jullie verdriet, zeg ik, maar Carlo had hier niets te zoeken. Hij kwam hierheen omdat hij wilde vechten met mensen die toevallig een andere club steunen. Nou ja, misschien wilde hij niet vechten, maar hij wist vantevoren dat er gevochten zou gaan worden. 's Avonds speelde Ajax tegen RKC, in Waalwijk, daar had hij moeten zijn, of thuis, of in een café, overal had hij mogen zijn, maar niet hier in Beverwijk.

Carlo liep nooit weg, zegt de pop.

Hij had weg moeten lopen Ajax-pop! Hij had moeten weten dat de tijden zijn veranderd. Supporters vechten niet meer met de blote vuist, zoals vroeger. Ze hebben tegenwoordig messen bij zich, en knuppels, ploertendoders en klauwhamers. Ze staan stijf van de drugs en de drank en leven in een wereld waar wij nooit zullen komen, nee, jij ook niet.

De pop kijkt me aan. Het begint te regenen. Ik vraag hem of dit een keerpunt is, of juist een voorbode van nieuwe excessen. Hij weet het niet, maar de eerste afleveringen van het Veronica-programma De harde kern over hooligans hebben hem, hoe sensatiebelust de makers ook te werk zijn gegaan, somber gestemd, zegt hij.

Is het dan allemaal niet gewoon grootspraak van die jongens, vraag ik. Ik ben bang van niet, zegt de pop, de sfeer is grimmiger dan ooit tevoren.

Ik vertel hem over het antwoord van de politiek en de KNVB op de dood van Picornie, de strengere straffen, de stadionverboden en de introductie van de Persoonsgebonden Club Card.

Misschien helpt het, probeer ik, misschien worden ze afgeschrikt door de maatregelen en komen ze tot rust.

Niets helpt, zegt de pop. Wat politici of voetbalbestuurders ook doen, het helpt niet. Heb je in de krant gelezen wat Bas van Hout zei, de maker van De harde kern? 'Veel supporters willen juist een tweede Beverwijk meemaken, om hun eigen Picornie aan het mes te rijgen.'

Dat zegt hij niet zomaar.

Kom op nou, zeg ik, Bas van Hout! Laat me niet lachen, die laat zich door het Algemeen Dagblad fotograferen maar bedingt wel dat zijn woonplaats in het artikel niet wordt genoemd. Omgeving Haarlem, zo begon het verhaal. Wat weet zo'n egotripper die voor Veronica een commercieel kunstje opvoert, hier nou van?

Wat weet jíí ervan, vraagt de pop. Ga naar huis, laat me met rust. Journalisten hebben hier niets te zoeken. Jullie begrijpen er niets van. Stap in je auto en verdwijn.

Het kost me tien minuten om mijn schoenen schoon te maken. De handdoek gooi ik weg. Als ik in de auto wil stappen, fietst er een jongen langs, een Marokkaan vermoed ik.

Niet goed hier, zegt hij.

Paul Onkenhout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden