Niet elke renner volgt Sagan van de mountainbike naar de weg

Van wegrenners als Lars Boom en Steven Kruijswijk hoort mountainbiker Michiel van der Heijden tijdens trainingsrondjes hoe de wielerwereld in elkaar steekt. Maar de prikkel om de mountainbike in te ruilen voor de racefiets heeft de 25-jarige coureur nog niet gevoeld. 'Daarvoor vind ik mountainbiken te leuk. Ik zit bij de beste ploeg van de wereld en heb die ambitie ook helemaal niet', zegt hij zondag na zijn zege op het Nederlands Kampioenschap Cross Country in Landgraaf.

Peter Sagan op de mountainbike tijdens de Zomerspelen Beeld ap

Het peloton in de Tour de France telde bij de start in Düsseldorf zeker veertien voormalig mountainbikers. Het bekendste voorbeeld is wereldkampioen Peter Sagan, die vorig jaar zijn mountainbike uit de garage haalde om deel te nemen aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Jakob Fuglsang, Adam Hansen en Marco Minnaard reden voor hun opwachting op de weg over de smalle paden door de bossen.

Geld is vooral een drijfveer voor de overstap, stelt mountainbikebondscoach Gerben de Knegt. 'Als mountainbiker kun je zeker een goed salaris verdienen, maar dan moet je wel tot de toptien van de wereld behoren. Zit je daar niet bij, dan kun je als tweede kopman of knecht op de weg terechtkomen.'

Dat wil niet zeggen dat mountainbikers per definitie een achterstand hebben in het peloton. Kijk naar Sagan, een van de beste coureurs. Te danken aan het mountainbiken. 'Het is niet alleen sterk zijn op de fiets, maar je moet ook behendig en beheersend zijn', aldus Van der Heijden. Hij ziet steeds meer wegrenners in de wintermaanden op de mountainbike stappen, vooral om hun conditie op peil te houden.

De Knegt wijst vooral naar de fysieke voordelen van zijn sport. 'Mountainbikers rijden heel veel in het rood, boven het omslagpunt. Dat is extreem in vergelijking met wielrennen. Mountainbikers kunnen diep gaan en een korte inspanning goed verteren.' Van der Heijden: 'Je moet anderhalf uur alles eruit gooien, bij de Tour moet je heel anders met je krachten omgaan.'

Het is vechten tegen de kramp, merkte David Nordemann, de 20-jarige Nederlands kampioen bij de beloften. Hij voelde in het laatste deel van het technische parcours in Landgraaf het zuur in de benen, maar verbeet de pijn en reed met een ruime voorsprong naar de zege. Hij sluit niet uit dat hij ooit naar het asfalt verhuist. Met een bekertje champagne in de hand: 'Ik vind de weg interessant, omdat daar dingen in zitten die bij me passen. Je hebt langere races en langere klimmen dan in het mountainbiken. Ik ben een echte klimmer, geen renner voor op het vlakke.'

Een rondje op de racefiets heeft hij nooit gemaakt. Na ritjes door het bos meldde hij zich zeven jaar geleden aan voor een mountainbikevereniging in de buurt. Sindsdien won hij wedstrijden, eerst op clubniveau, later ook in de landelijke klassen. Zeker nu hij de driekleur om zijn schouders heeft, wil hij de mountainbikesport niet vaarwel zeggen. 'Ik vind het nog altijd het leukst om te doen.'

Plezier is de reden waarom Van der Heijden op zijn mountainbike crosst. Hij kan er bovendien prima van leven. De uittocht van collega's naar de weg? Schouderophalend: 'Een renner op de weg kan een jaar later uit het peloton zijn verdwenen. Je hebt weinig zekerheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden