DocumentaireLance Armstrong

Niemand hoeft Armstrong een toffe peer te vinden

Ooit was hij zevenvoudig winnaar van de Tour de France, later raakte Lance Armstrong die titels allemaal kwijt. Dopinggebruik beheerste zijn wielercarrière. Hoe verging het hem daarna? Dat is te zien in het eerste deel van de documentaire Lance.

Lance Armstrong in de gele trui tijdens de Tour de France van 2002 op de Mont Ventoux. Een toeschouwer toont op een bord zijn bedenkingen.Beeld AFP

De vraag dringt zich tijdens het zien van de tweedelige documentaire Lance voortdurend op: wat wilde Lance Armstrong eigenlijk bereiken door verspreid over maanden de deur open te zetten voor de makers? Hoopte hij op wat begrip voor het mechanisme dat hem op malafide wijze tot zevenvoudig winnaar van de Tour de France had gemaakt, de zeges die hem wegens dopinggebruik zijn afgenomen? Wilde hij laten zien hoe het hem nu vergaat, met zijn vriendin en twee kindjes? Of volstond: kijk maar, dit is wie ik ben?

Na drie uur en twintig minuten – het eerste deel was zaterdag te zien bij Fox Sports, volgende week, op 13 juni, om 21 uur, volgt de resterende ruim anderhalf uur – neig je naar het laatste. Armstrong is er nooit op uit geweest een toffe peer te worden gevonden en ook nu hengelt hij niet naar een hoge klassering in de populariteitspoll. Ook zonder echte onthullingen is Lance een magnetiserende ESPN-productie. Documentairemaakster Marina Zenovich tracht geduldig inzicht te krijgen in het karakter van haar onderwerp. Ze ontmoet oud-ploeggenoten, managers, vrienden, zijn zoon, zijn moeder, zijn ex en stuit op een lastig te doorgronden persoonlijkheid. Wie hij is? Hij heeft zo veel gezichten.

Hij is bot, als hij meldt dat Floyd Landis, de renner die in 2010 verhalen over dopinggebruik bij US Postal naar buiten bracht, elke morgen wakker wordt als ‘een stuk stront’. ‘Ik denk het niet, ik wéét het.’ Arrogant ook. ‘Ik weet dat het vreselijk zal klinken, maar ik ben relevant.’ Geslepen. Als Zenovich informeert naar zijn relatie met de inmiddels overleden voorzitter van wielerfederatie UCI, Hein Verbruggen, reageert hij: ‘Als de vraag is of ik Hein Verbruggen in mijn zak had, zijn er veel antwoorden mogelijk. Financieel? Nul. Geloof ik dat Hein de sport wilde beschermen? Ja. Mij beschermen? Ja. Omdat het de sport beschermde.’ Verongelijkt. Hij is persona non grata, kapot gemaakt, net als Marco Pantani. ‘En hij is dood. Fucking dead!’. Andere pakkers van naam en faam zijn gewoon welkom in het wielerwereldje. ‘Fucking bullshit!’

Lance Armstrong in de documentaire.Beeld ESPN

De levensloop vormt in het eerste deel van Lance nog het grootste bestanddeel. Zijn moeder is 17 als ze van hem bevalt. Zijn biologische vader verdwijnt snel uit beeld. Zijn stiefvader voedt hem op met harde hand. Hij mept er al met een plank op los als de kleine Lance een la open laat staan. Terry Armstrong geeft toe dat de liefde wat tekort schoot. ‘Ik joeg hem op als een beest.’

Op de triatlon wint de 15-jarige Lance van gelouterde profs. Dan speelt hij al met de waarheid: hij sjoemelde met zijn leeftijd om te kunnen meedoen. Als hij zich voor het eerst meldt in de Amerikaanse wielerselectie, rijdt hij het grote talent Bobby Julich meteen de vernieling in. Hij is 21 als hij voor het eerst doping gebruikt. Een jaar later wordt hij wereldkampioen in Oslo. Het seizoen daarop rijdt Jan en alleman hem voorbij. Er circuleert een wondermiddel in het peloton: epo. Hij zwicht. De Italiaanse arts Michele Ferrari reikte het aan. ‘Het was raketbrandstof.’

De sportieve carrière stokt als teelbalkanker wordt vastgesteld. Hij geneest na een hersenoperatie en chemotherapie. Het was een wedstrijd, zegt hij. ‘Met kanker als de vijand tegen mij, the good guy.’ Later richt hij met veel succes Livestrong op, een organisatie die geld inzamelt voor kankerpatiënten. Beeldmerk is het gele polsbandje. Er zijn er tachtig miljoen van afgezet.

In het tweede deel van de documentaire domineert de ontmanteling van zijn rijk en wordt de wrokkige en zelfgenoegzame Armstrong pas echt goed zichtbaar. Vanaf zijn comeback in 1998 gaat het meteen weer crescendo, met die ononderbroken Tourzeges van 1999 tot en met 2005. Allengs groeit de argwaan over zijn prestaties en zoekt hij zijn toevlucht tot leugens, bedreigingen en intimidaties. Zijn verklaring: ‘Niemand die doping gebruikt is eerlijk. Je liegt. In mijn geval misschien wel 10.000 keer. Dan denk je: fuck you, vraag me er niet meer naar.’ Betsy Andreu, de vrouw van ploeggenoot Frankie Andreu, die beiden getuigden dat Armstrong al in 1996 dopinggebruik toegaf, formuleert het zo: ‘Het draaide allemaal om de bescherming van een merk: Lance Inc., kankeroverlever.’

Waar hij het meest spijt van heeft, vraagt Zenovich. Een alles omvattend excuus blijft nog uit, wat volgt is in zijn optiek al heel wat. Dat hij zijn verzorger Emma O’Reilly een ‘hoer’ noemde, was ‘totaal onacceptabel’. Zij moest zijn spuiten weggooien en make-up aanbrengen op zijn armen om injectieplekken te verdoezelen.

Tranen zijn er alsnog, laat en onverwachts. Hij heeft Jan Ullrich bezocht, zijn Duitse rivaal die kampte met depressies en verslavingen. ‘Ik hou van hem. (…) Hij zat in dezelfde situatie als ik: een vrouw, kinderen, geld en dat was niet genoeg om de boel bij elkaar te houden.’

Het excuus komt helemaal aan het eind. ‘Onvergeeflijk’ wat hij heeft gedaan. ‘Ik zou willen dat ik een betere man was geweest.’ Bijna in één adem volgt de vaststelling dat hij er prima mee kan leven. In de gedachtewereld van Lance Armstrong gaat dat goed samen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden