Need for speed op ligfiets in de woestijn

Jan Bos wil de snelste mens op de fiets worden

Oud-schaatskampioen Jan Bos wil de snelste mens op de fiets worden. Met de Velox 6 zoeft hij door de woestijn van Nevada. 'Als je valt, kun je wel 100 meter doorglijden.'

Beeld Bas de Meijer

In een gesloten schelp met twee wielen zoeft Jan Bos door de zinderende woestijn van Nevada, met een snelheid van 110 kilometer per uur. Hij ligt in een afgesloten cabine en haalt adem door een zuurstofmasker. De weg ziet hij slechts door een beeldschermpje. Zijn benen verzuren, maar hij moet proberen zijn evenwicht te houden. 143 kilometer per uur, dat is het doel.

Bos probeert in de ijle lucht van Battle Mountain (1.327 meter hoogte) de snelste mens op een fiets te worden, tijdens de jaarlijkse World Human Powered Speed Challenge. Hij is de piloot van de Velox 6, een aerodynamisch ontwerp van de TU Delft en de VU Amsterdam. Meerdere teams uit verschillende landen doen mee aan de ligfietswedstrijd, die een week duurt.

Zuurstoftoevoer

Er zit geen luchtgat in de kap. Een gat zou leiden tot extra weerstand, omdat de wind erom heen zou gaan wervelen (turbulentie). Om toch voldoende zuurstof binnen te krijgen, ademt Bos in zijn cabine door een luchtmasker. Via het achterwiel wordt verse lucht ingezogen. Een buis voert de lucht die Bos uitademt weer weg.

Het is iets magisch, vindt Bos, om met de kracht uit zijn eigen benen sneller te gaan dan een auto op de Nederlandse snelweg. Hij houdt van uitdagingen; de oud-wereldkampioen sprint deed al mee aan de Zomerspelen (baanwielrennen) én aan de Winterspelen (schaatsen). Dat lukte slechts vier andere Nederlanders.

Nu heeft hij zijn zinnen gezet op het snelheidsrecord op de fiets. Deze week heeft een Canadese concurrent het op 142,01 kilometer per uur gebracht. Maanden van training gingen vooraf aan deze week in Nevada. Uren heeft hij op de ligfiets gereden. De krachtsinspanning van zo'n 5 minuten is vergelijkbaar met die van een 3 kilometer op de schaats.

Bos is al zijn hele leven bezig met snelheid en aerodynamica. Hij kent zijn eigen snelheidsrecords uit het hoofd. Zijn snelste rondje op de schaats is 24,5 seconden, dat is omgerekend een snelheid van 58,77 kilometer per uur. Op een baanfiets ligt zijn snelheidsrecord rond de 70 kilometer per uur. Maar wat kan hij op Battle Mountain?

Waterdruppel

De Velox 6 is op maat gemaakt voor Jan Bos. De kap lijkt een langgerekte waterdruppel. De voorkant is bol om de wind weg te duwen en daarna soepel langszij te kunnen laten glijden. De achterkant heeft de vorm van een punt, waar de lucht geruisloos weer samenkomt. In de cabine kan hij nauwelijks bewegen, maar hij heeft genoeg bewegingsvrijheid om zijn vermogen kwijt te kunnen.

Bos heeft in Nevada 8 kilometer om het wereldrecord te verbeteren. Hij is de cabine ingekropen, waarna er een kap over hem heen is geschoven. Hij zit bijna hermetisch afgesloten in de fiets. Die weegt 45 kilo en is slechts een meter hoog: hij zou onder een tafel kunnen doorrijden.

Alleen in de eerste 15 meter heeft hij hulp gekregen van zijn team. Zijn wankele fiets is rechtgehouden door een skeeleraar en werd aangeduwd door een rennend teamlid. Eenmaal los kostte het weinig moeite snelheid te maken door de aerodynamische vorm van de Velox. Het is alsof hij van een viaduct af fietst. 'Een kind van 10 rijdt makkelijk 60 kilometer per uur in deze fiets.'

Het is verlaten op Battle Mountain. Het nabijgelegen dorpje is het enige in de wijde omgeving dat een teken van leven vertoont, het eerstvolgende plaatsje is minstens in een uur rijden. Bos' enige richtpunt is de oranje lijn op de platte weg die hij op zijn beeldscherm ziet. Het scherm heeft een kleine vertraging. Alles komt aan op zijn evenwichtsorgaan.

Bos wordt op gang geduwd door een rennende en skeelerende student. Een universitair team van vijftien studenten ondersteunt de recordpoging van de Nederlandse piloot. Beeld Bas de Meijer

'Daar moet je op vertrouwen', zegt Bos. 'Dat moet je durven. Het grootste risico vormt de wind, die heb je niet in de hand. Als je valt, val je meestal naar één kant. Dan kun je wel honderd meter doorglijden.'

De snelheid loopt snel op, maar Bos weet: nu moet ik niet te veel energie verspillen. Hoe hoger de snelheid, hoe groter de luchtweerstand. Dus hoe meer vermogen hij moet leveren om sneller te gaan.

Geen raam

In de cabine zit geen raam. Dat zou immers maar een richel opleveren. Het materiaal van de cabine moet glad zijn, zodat de wind gemakkelijk langs de fiets glijdt. Bos ziet de weg via een camera op het dak en twee beeldschermen in zijn cabine. De fiets is gemaakt van carbon, extreem stijf materiaal. Al het vermogen dat Bos op de pedalen zet, moet worden omgezet in een voorwaartse beweging.

Schaatsen voelt sneller

De topsnelheid in zijn superfiets voelt minder hard dan die tijdens zijn wedstrijden op de fiets en op de schaats. Door het beeldscherm waarmee hij op de weg kijkt, ziet hij maar een fractie van de omgeving. Hij voelt geen wind als hij fietst.

Op de schaatsbaan in Berlijn ging hij voor zijn gevoel het hardst. Daar zitten de tribunes vlak op het ijs. Hij raasde langs de supporters, de coaches en de boarding. In Nagano reed hij wel eens snellere tijden dan in Berlijn, maar dat voelde langzamer. Hij schaatste in een enorme hal, die vaak niet vol zat.

'Dan valt je hele besef van snelheid weg. Hoe knusser de baan, hoe sneller het lijkt te gaan. Op de schaats zit je heel laag bij de grond. Je gaat vlak langs de blokjes. De sprint is zo kort, dat je hersenen supersnel moeten werken. Op de schaatsbaan lijkt de wereld zich vertraagd af te spelen.'

De ervaring op het ijs is vergelijkbaar met die op de wielerbaan. Al leek de ene baan veel sneller dan de andere. 'De baan in Moskou is lang en breed. Een rondje leek eeuwig te duren. De baan in Amsterdam is juist kort en smal, dan leek je wel te tollen.'

In zijn cabine kijkt Bos naar de wattages. De snelheid loopt op, maar de luchtweerstand ook. Zijn benen doen zeer, zijn hartslag is hoog. Het wordt zwaarder en zwaarder. Hij gaat naar de 110 kilometer per uur. Het moet sneller, weet hij.

Eén op negentien

Wie 140 kilometer per uur wil fietsen, zou met een normale versnelling als een bezetene moeten trappen. Op fiets van Bos is daarom een ongewoon groot verzet gemonteerd, met de verhouding van een op negentien: bij één trapbeweging draaien zijn wielen negentien keer. Bij een normale stadfiets is die verhouding een op vier.

Beeld Bas de Meijer

Kleine versnellingen kosten nu grote inspanning. Om van de 110 naar 120 kilometer per uur te gaan, moet hij veel extra vermogen leveren. De eindstreep komt in zicht, nog maar één kilometer te gaan. Zijn eindschot moet nu komen, maar zijn benen zijn al verzuurd. Nog 30 seconden pijn lijden. De teller kruipt naar 120 kilometer per uur.


Het record van de Velox, met een andere piloot, is 133,78 kilometer per uur. Bos komt over de finish. Zijn doel is niet bereikt, hij blijft steken op 126 kilometer per uur. Even later wordt hij uit zijn cocon bevrijd. Hij kan van vermoeidheid amper nog op zijn benen staan.


Toch houdt hij moed. Twee pogingen heeft hij nog, vrijdag- en zaterdagnacht. Hij voelt de fiets steeds beter aan. Hij vertrouwt het materiaal. Hij durft steeds harder en gaat ook steeds harder. 'Het gaat nu nog om een goede eindsprint.'

Jan Bos met zuurstofmasker in de cabine van de Velox 6. Beeld Bas de Meijer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.