Nieuws Nederlands volleybal niet naar Tokio

Nederlandse volleybalsters gaan weer aan verwachtingen ten onder

Twaalf landen spelen komende zomer in het olympische volleybaltoernooi van Tokio en Nederland, een mondiaal erkende grootheid, is daar niet bij. De nummer vier van de vorige Spelen, de nummer vier van het WK van 2018 en de nummer zes van de huidige wereldranglijst ontbreekt in Japan.

Robin de Kruif en Anne Buijs van het Nederlandse volleybalteam. Beeld BSR Agency

In Apeldoorn, bij het OKT (olympisch kwalificatietoernooi) in een volgepakt en compleet oranjegekleurd Omnisport, bleek de olympische berg zaterdag te glibberig en te onherbergzaam voor de onhandig klauterende Nederlandse vrouwen. De halve finale, nog niet eens de slotetappe van het traject om één ticket, werd met 0-3 (25-27, 23-25, 22-25) van Duitsland verloren. Die ploeg ging zondag vervolgens met 3-0 ten onder tegen Turkije, dat het startbewijs voor Tokio veroverde.

Een nederlaag tegen Duitsland werd vooraf onwaarschijnlijk geacht. Nederland was in de oefencampagne, in de relaxte modus, driemaal te sterk geweest voor de Duitse vrouwen en het verschil op de wereldranglijst tussen beide landen was liefst negen posities (6 om 15). In dit toernooi zei dat overigens weinig. In de poule verloor de thuisploeg van Polen dat twintig plaatsen lager stond genoteerd.

In Apeldoorn had het nationale zestal echter last van de met potlood ingevulde, optimistische prognoses. Die bleken verlammend. De gloedvol beleden verwachtingen, het zou uiteindelijk allemaal goed komen, drukten Nederland danig omlaag. De speelsters kwamen zaterdag in weer zo’n heuse erop of eronder wedstrijd nooit los.

Ervaren speelsters, dat zijn alle Nederlanders op jonkies Nika Daalderop en Britt Bongaerts na, moeten zoiets kunnen, zich losschudden na een stroeve start. Zich richten op opdracht één: volgende bal. Het lukte niet. Aan de overkant van het net stond een ploeg die wel alles lukte. Over frustrerend gesproken.

Er was de voorbije maanden veel, zo niet alles, aan gedaan om de nationale ploeg de scherpste stijgijzers te geven voor de beklimming van die vermaledijde olympische helling. Het was midzomer misgegaan in Catania, waar Italië bij aflevering 1 van het OKT voor een eigen uitzinnig thuispubliek Nederland van het veld blies, 3-0, en het ticket voor Tokio pakte. Een maand later was er eenzelfde ervaring, toen in de kwartfinale van het EK in Ankara tegen gastland Turkije. Het werd opnieuw 0-3.

Vanuit die gedachte geredeneerd was het normaal dat de Nevobo, de nationale volleybalbond, tezamen met NOCNSF en sponsors tonnen neerlegden om het OKT2, de laatste mogelijkheid van toegang tot Tokio, naar Nederland te halen. De kosten bedroegen 1.250.000 euro, daar was nog niet eens het binnenhalen van een ware topcoach bij inbegrepen.

Mentaal doolhof

De Italiaan Gianni Caprara, de man achter de wereldtitel van de Russinnen in 2006, moest het doen: een aan zichzelf twijfelend team bij de hand nemen en naar de uitgang van een mentaal doolhof leiden. Hij kwam in plaats van de Amerikaan Jamie Morrison die na drie zomers werd bedankt, onder het mom dat er iets ‘moest gebeuren’. Het bekende ‘trainer weg, leve de nieuwe trainer’ effect werd nagestreefd.

Caprara, die het coachen van Nederland zijn lang, diep en vurig gewenste klus noemde, deed de truc van ‘nieuw personeel halen’. Hij kreeg Floortje Meijners, een hamer in het Italiaanse clubvolleybal, zo ver na twaalf jaar terug te keren in de Nederlandse kleuren. Ze was gretig, ervaren, krachtig, maar zaterdag moest worden vastgesteld dat zij in haar eentje de boel ook niet aan de gang kreeg. Ook Meijners (32) maakte tegen Duitsland fouten die zij liever niet gemaakt zou hebben.

De coaching was vooral tactisch toegespitst. De instelling werd door Caprara vooraf niet gewantrouwd, maar daar zal hij bedrogen zijn uitgekomen. Een gelouterde topspeelster als Anne Buijs was in het duel tegen Duitsland opeens geen schim van de vrouw uit eerdere OKT-duels. Ze misdeed wat anderen ook toonden: op halve kracht slaan, ballen uit meppen, gemiste ‘dweilballen’. Het was allemaal net niet, in een wedstrijd waarin slechts de nu werkelijk doorbrekende Nika Daalderop, op linksvoor, een hoog aanvallend niveau haalde.

Caprara greep na twee duels zonder de zieke topaanvaller Lonneke Slöetjes terug op die ervaren kracht. De vaststelling moet zijn dat de Achterhoekse nog steeds niet haar hoge niveau van de jaren voor 2019 heeft teruggevonden. In twee sets haalde zij uit 22 aanvallen 9 punten. Eén of twee keer liet zij de bal op de grond denderen. Ze was een 7, niet de 9 die Nederland nodig had en die Nederland had moeten worden om de Olympische Spelen te halen, volgens de voorspelling van de bondscoach.

Onbegonnen karwei

Caprara, veertien dagen werkzaam in een uiteindelijk onbegonnen karwei, wees in zijn nabeschouwing op het kennelijke Nederlandse onvermogen grote wedstrijden te winnen. Tegen Polen en Duitsland was de zege niet in zicht. ‘Alweer een flop voor Nederland’, kopten Italiaanse websites, met zeker leedvermaak voor de gemiste Spelen.

Over twee jaar is het WK in eigen land, alweer een verdienste van de ambitieuze Nevobo. Er moet een nieuwe ploeg worden opgetuigd. De generatie 1990-91 zal dan worden afgelost. De huidige ploeg is over zijn houdbaarheidsdatum heen. Voor 2022 zijn frisse en verse krachten vereist.

De ouderen hebben hun olympische ervaring opgedaan in Rio. Ze hadden in Tokio op herhaling gewild. Toen dat niet lukte, waren er speelsters als Anne Buijs en Maret Balkestein die getuigden van pure pijn in de hartstreek. Het gevoel van gemis was enorm. De realiteit was dat er in 2020 vooral sprake was van willen, niet van kunnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden