voetbal champions league

Nederlandse spelers staan na vier seizoenen weer in de finale van de Champions League, met dank aan Wijnaldum en van Dijk

Georginio Wijnaldum (27) en Virgil van Dijk (26) spelen zaterdag met Liverpool de Champions Leaguefinale. Een teken dat het beter gaat met het Nederlandse voetbal?

Wijnaldum (links) en Van Dijk vieren het bereiken van de Champions Leaguefinale, dankzij winst op AS Roma. Foto Reuters

Virgil van Dijk en Georginio Wijnaldum, de twee Nederlanders in de finale van de Champions League, zijn bescheiden, gedreven voetballers. Elke dag proberen ze een beetje beter te zijn dan de vorige dag. Pas later, als ze uitgevoetbald zijn, kijken ze terug op hun loopbaan, onder meer op de zaterdag in Kiev dat ze het met Liverpool opnamen tegen het almachtige Real Madrid.

Op de grootste clubvoetbalavond van het jaar is Nederland voor het eerst sinds Arjen Robben in 2013 de finale besliste weer vertegenwoordigd, met liefst twee man. Het was een mooi tafereel, onlangs in Rome. De tv-verslaggever verslikte zich bijna in lyriek en stelde na de entree van Liverpool in de finale een wezensvraag aan Wijnaldum. Of hij als kind had gedroomd om te mogen voetballen in de eindstrijd van de Champions League. Ja toch? Wijnaldum lachte gul en antwoordde snel: ‘Ik droomde gewoon dat ik voetbalde.’

Dat was een typisch antwoord voor de 27-jarige straatvoetballer uit Rotterdam-West. Voetbal is een geliefde activiteit van het spelende kind, of het nu op een pleintje is of in een stadion voor miljoenen tv-kijkers. Eerder zei hij eens, voortbordurend op dat thema: ‘Als je als kind droomt over voetbal, droom je van een stadion en doelpunten. Nu ben je bekend en is je privacy soms weg. Daar dacht ik nooit aan in mijn dromen.’

In de finale is de privacy zelfs volledig weg, maar de wedstrijd legt toch een mooie link naar zijn anonieme verleden. Wijnaldum ontmoet zijn jeugdidool Zinédine Zidane, een van de beste middenvelders aller tijden en tegenwoordig trainer van Real.

Crisis

Het is nog steeds crisis in het Nederlandse voetbal, door de absentie op het WK en het kansloze optreden van de nationale clubs in de Europese toernooien. Maar natuurlijk zijn daar uitzonderingen die lichtstralen laten vallen door het duistere zwerk. De Europese titel voor jongens onder 17 jaar, vorig weekeinde behaald. De zege op Europees kampioen Portugal onlangs, al betrof het een oefenduel. Memphis Depay, bijna topschutter van Frankrijk. Wijnaldum en Van Dijk in de finale. Nooit waren Nederlanders zo lang afwezig in de eindstrijd van de Champions League: vier seizoenen.

Van Dijk en Wijnaldum zijn mannen van bescheidenheid. Ze feliciteren Oranje onder 17 op Twitter met de Europese titel, ze plaatsen foto’s van de training met hartslagmeter. Ze tellen af naar de finale. Ze bouwden hun loopbaan zorgvuldig op. Wijnaldum ging van het destijds armlastige Feyenoord naar het rijkere PSV, waar hij na het WK van 2014 (derde) eerst het kampioenschap wilde winnen. Daarna volgde Engeland. Hij sprak met Tottenham en Liverpool, maar raakte gefascineerd door trainer Jürgen Klopp, de man van de eeuwige beweging. Altijd lopen, nooit versagen, de tegenstander opjagen, tot diep op de vijandelijke helft. Dat past bij hem. Rennen.

Van Dijk, 26, brak door bij FC Groningen, waarna niemand van de nationale top hem per se hoefde. Hij stak over naar Celtic in Schotland, om te wennen aan het Britse voetbal. Via Southampton kwam hij terecht bij Liverpool, afgelopen winterstop, voor 85 miljoen euro, waarmee hij de duurste verdediger ter wereld werd, aller tijden. Zenuwachtig? Welnee. ‘Ik weet dat in het leven heel veel dingen belangrijker zijn dan zo’n transfer’, zei de aanvoerder van het Nederlands elftal onlangs.

Klopp denkt dat Van Dijk pas na de zomer zijn top bereikt. Dan is deze finale een mooi extraatje. Van Dijk mag de organisatie van de niet overdreven goede defensie van Liverpool regelen, tegen Ronaldo en co. Wijnaldum is loper in het schaakspel op het middenveld, tegen onder anderen Modric en Kroos. Voetballend Nederland zal voor ze duimen.

Verleden

Nederlanders speelden tot 1992, toen de Champions League nog Europa Cup I heette, geregeld in de finale, vaak met velen tegelijk. Ajax (4), Feyenoord (1) en PSV (1) zijn voormalige winnaars van het toernooi. Het Nederlandse clubvoetbal verloor gaandeweg zijn vooraanstaande positie en zag zijn sterren steeds vaker stralen in buitenlandse teams. Tussen 1988 en 1992 zijn alle doelpunten in finales zelfs door Nederlanders gemaakt. Het was twee keer 0-0, en de doelpunten voor AC Milan en Barcelona waren van Van Basten, Gullit, Rijkaard en Koeman.

Het Bosman Arrest van december 1995 veranderde het landschap totaal. Nog belangrijker dan de transfervrije status van spelers wier contract afliep, was de uitspraak van de Europese rechter dat beperkingen van het aantal buitenlanders uit EU-landen waren opgeheven. Nederland verloor sindsdien niet alleen zijn beste spelers, maar ook de subtop, en soms zelfs de middelmaat.

Het werd uitkijken naar Nederlanders in de finale. Zo won Stam met het machtige Manchester United van Ferguson, Seedorf met Real en AC Milan, Van Bronckhorst en Van Bommel met Barcelona, Van der Sar met Manchester United, Sneijder met Inter, Afellay met Barcelona en Robben met Bayern. En wie weet, winnen Wijnaldum en Van Dijk met Liverpool.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.