nieuws EK baanwielrennen

Nederlandse baanrenners verdubbelen goudoogst op EK

De Nederlandse selectie van baanwielrenners verdubbelde vrijdagavond het aantal gouden medailles op de EK in Apeldoorn. 

Winnaar Jeffrey Hoogland met Harrie Lavreysen (L) (tweede) en Mateusz Rudyk (POL) (derde) tijdens de huldiging van de finale sprint tijdens de Europese Kampioenschappen baanwielrennen in Omnisport. Beeld ANP

Na de winst woensdag op de teamsprint, was Jeffrey Hoogland de snelste op de individuele sprint door landgenoot, trainingsmaat en boezemvriend Harrie Lavreysen in de finale te verslaan. Kirsten Wild kon na het omnium haar tweede kampioenstrui aantrekken, nadat ze donderdagavond al triomfeerde op de afvalkoers.

Het was knetterhard tegen knetterhard op de sprint, het koningsnummer van het baanwielrennen, Lavreysen klokte in de eerste heat een topsnelheid van 79,6 kilometer per uur.  Zo snel reed hij hier nog nooit, en het was niet eens genoeg. Hoogland, 26, geboren te Nijverdal, en Lavreysen, 22, geboren te Luyksgestel, regeren in de drie ronden van 250 meter het afgelopen jaar met ongekend straffe hand, maar in onderlinge confrontaties is het voor de één een stuk lastiger de ander eronder te houden.

Op de WK in maart, in het Poolse Pruszkow, troefde Lavreysen nog Hoogland af in de finale. Op de Europese Spelen in Minsk waren de rollen omgekeerd. Maar de volgorde in Apeldoorn telde voor de nieuwe kampioen zwaarder. ‘Ik heb nu laten zien dat ik ook een regenboogtrui waard ben.’ 

Ze waren beiden overduidelijk de sterkste geweest in de halve finales. Hoogland gaf Denis Dmitrev, de Russische wereldkampioen van 2017, geen enkele kans. Lavreysen legde de Pool Mateusz Rudyk erop, goed voor brons in Pruszkow, 2019.

Verschillen

De verschillen zijn marginaal op het allerhoogste niveau, maar ze zijn er wel. Lavreysen geldt als tactisch sterker, net wat secuurder sturend en wat handiger in het pokerspel de tegenstander te verleiden tot een manoeuvre die hem de kop kost. Hoogland is de hardrijder pur sang, die het zich kan permitteren al heel vroeg de aanval te openen, in de wetenschap dat de ander het op pure snelheid vaak moet afleggen.

In de finale van vrijdagavond trok de Brabander in twee races aan het kortste eind. In de eerste heat bewees zich de strategie die Hoogland zo goed ligt. Na ruim één ronde ging hij al voluit. Hoewel Lavreysen nog dichtbij kwam, was de marge toereikend. In de daarop volgende krachtmeting daagde de wereldkampioen de aftredend Europees kampioen uit Glasgow, 2018 uit, met bijna een stilstand en enkele slingerbewegingen. Maar zodra Hoogland aanzette, zat er niks anders op dan elkaar op snelheid de maat te nemen. Op de finish kwam Lavreysen zo goed langszij, Hoogland keek in de laatste drie meter nog even naast zich, het had hem zomaar de winst kunnen kosten. ‘Dat was nog even close, ja. Niet zo slim. Ik wilde nagaan of hij er nog wel zat. Natuurlijk zat hij er.’

Ze jutten elkaar op door in het krachthonk net wat kilo’s extra weg te drukken en in trainingen elkaar met tienden of zelfs duizendsten van seconden te kloppen. Het begint gevolgen te hebben voor het karakter van wedstrijd. Ze zetten nieuwe maatstaven. Volgens de kersverse Europees kampioen neemt de invloed van tactiek met snelheden van tegen de 80 kilometer per uur af. Hoogland: ‘Met dit nieuwe sprinten kun je niet meer gokken op de laatste bocht. Je komt er dan bijna niet meer overheen. Als je daarvoor stuurbewegingen moet maken, remt dat af. Tegen die tijd moet de race eigenlijk al beslist zijn.’

Kirsten Wild, in het oranje, donderdag op de WK. Beeld Klaas Jan van der Weij

Kirsten Wild bevestigde vrijdagavond haar heerschappij op de duuronderdelen in het baanwielrennen door ook het omnium voor zich op te eisen. Op dat onderdeel vergaren renners in vier disciplines punten.

Na twee van de vier races - de scratch en de temporace - stond ze nog vierde. Ze baalde van de vierde plek op het eerste onderdeel. ‘Ik dacht: daar gaan we weer.’ Maar op de afvalkoers nam ze de leiding in het klassement, met een voorsprong van twee punten op haar grote rivaal, de Britse Laura Kenny. Ze won, met nog grotere overmacht dan donderdag, toen ze op dit onderdeel afzonderlijk al kampioen was geworden. In de laatste ronden reed ze zo verschroeiend hard, dat de twee laatst overgebleven concurrenten op tientallen meters werden gezet, eerst Kenny en daarna de Italiaanse Letizia Paternoster als het laatste slachtoffer.

In de afsluitende puntenkoers bouwde ze al vroeg in de race gestaag haar voorsprong uit door in tussensprints geregeld scores bijeen te sprokkelen, maar een beslissend gat sloeg ze niet. Kenny bleef in de buurt.

Helemaal zeker was ze niet toen ze over de finish kwam. Ze wees vragend naar zichzelf; altijd is er bij haar de twijfel. Ik? Jawel, de twee punten waren vier punten geworden. Na afloop was er meer dan louter de vreugde over de gouden medaille. Dat ze Kenny achter zich had gelaten, telde ook. ‘Ze is altijd een geduchte tegenstander. Ze is onwijs goed. Ik heb veel van haar verloren. Maar ze is dus te kloppen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden