WK sprint Vrouwen

Nederlandse aanpak slaat aan bij Japanse schaatsers op WK sprint

Nooit eerder waren de Japanse schaatsers zo succesvol op de WK sprint. Drie van de zes medailles werden in Heerenveen om Japanse schouders gehangen. Na de Spelen van vorig jaar liet bondscoach Johan de Wit opnieuw zien dat zijn aanpak in Japan werkt.

Miho Takagi en Nao Kodaira in een rechtstreeks duel op de tweede 500 meter. Kodaira wordt wereldkampioen en Takagi tweede. Beeld Klaas Jan van der Weij

Tussen de duizenden in oranje gehulde schaatsfans boden zondagmiddag in Thialf een vijftigtal Japanse fans tegenwicht. Ze wapperden enthousiast met kleine papieren vlaggetjes als een van hun landgenoten voorbij gleed. Op het ijs voor hun neus lagen de verhoudingen andersom: de ­Japanse schaatsers domineerden met in totaal drie medailles op het WK sprint. Goud en zilver was er bij de vrouwen voor Nao Kodaira en Miho Takagi en bij de mannen werd Tatsuyo Shinhama tweede. Nog nooit was het land zo succesvol op het mondiale sprinttoernooi.

Het succes werd in het Nederlands gevierd. Eerst door Kodaira, die de journalisten uit haar vaderland passeerde om eerst in gebroken Nederlands terug te blikken op het toernooi. ‘Dit is mijn droom: kampioen worden in Thialf, in Heerenveen, in dit schaatsland.’ Even later volgden de bondscoaches van Japan: Johan de Wit en Dennis van der Gun, die net zo Nederlands zijn als hun namen doen vermoeden. Zij vierden vooral de twee zilveren  medailles. Wereldkampioen Kodaira is de enige Japanse toprijdster die niet onder hun hoede valt.

Hun vreugde was oprecht, want met de tweede plaatsen voor Takagi en Shinhama liet De Wit opnieuw zien dat zijn aanpak aanslaat, net als eerder bij de Japanse allroundvrouwen. Bij de Winterspelen waren er voor zijn pupillen medailles op de ploegenachtervolging, massastart en 1.500 meter. Miho Takagi won in 2018 ook de wereldtitel allround. ‘We doen blijkbaar iets goed’, lachte hij.

Volgende week hoopt Takagi het ­zilver bij de WK sprint te laten volgen door goud bij de WK allround. Die combinatie is in de toekomst niet meer mogelijk omdat de internationale schaatsbond ISU de mondiale allround- en sprintkampioenschappen in één weekend gaat organiseren, zoals dat ook al bij EK’s het geval is.

Dat was de reden om ondanks de dreigende jetlag toch beide kampioenschappen te rijden, vertelde Takagi. ‘Dit was mijn laatste kans om dit te doen en die heb ik gegrepen.’

Trainen als Nederlanders

Het geheim van de progressie van de Japanse schaatsers? De Wit: ‘We trainen als Nederlanders.’ Een onderdeel daarvan zijn de fietstrainingen, die afgelopen zomer door De Wit bij de sprinters werden geïntroduceerd.

Die ritjes op de racefiets zijn goed voor het duurvermogen en daar schortte het in het verleden aan in ­Japan, vermoedt Van der Gun, die vorig jaar als sprinttrainer in Japanse dienst trad. Traditioneel scoorden de Japanse schaatsers goed op de 500 meter, maar in de opbouw van die korte afstand was het gebrek aan uithoudingsvermogen al te zien. ’Je zag dat Japanners na 200 tot 300 meter al moe waren.’

De fietslust van de Nederlandse coaches wekte aanvankelijk enige vrees bij de schaatsbond. Buiten fietsen, was dat niet te gevaarlijk? Van der Gun: ‘Daarom rijden we altijd netjes met een busje erachteraan. Maar als er eens eentje valt, dan volgt nog steeds de vraag of ze niet beter binnen op een hometrainer kunnen zitten.’ Maar dat doen ze niet. Een schaafwond nu en dan is niet zo bezwaarlijk.

Conditioneel liepen de Japanse schaatsers achter bij hun Nederlandse concurrenten, maar op andere punten scoren ze volgens Van der Gun beter. ‘Ze zijn lenig, flexibel en technisch heel goed geschoold.’

Als de Nederlandse trainingsmethoden in Japan ook op lagere niveau’s voet aan de grond krijgt, dan ligt er een gouden toekomst voor het land in het verschiet, want aan goede schaatsers is volgens de coaches geen gebrek. Een wedstrijd in Nagano vorige week, was daarvan het bewijs. De Wit: ‘Bij de mannen waren er 160 deelnemers, en die stonden niet stil, bij de vrouwen waren het er 120.’

Onbenut talent

Het niveau verschilt in de breedte niet erg van Nederland, leert een blik in de seizoensranglijsten per land. De Japanse nummers honderd op de 500 en 1.000 meter zijn bij de vrouwen slechts een fractie langzamer dan de nummers 100 van Nederland. Bij de mannen scoren de Japanners zelfs wat beter. De Nederlanders zijn in het voordeel omdat zij de beschikking hebben over het snelle ijs van Thialf en de ­Japanners het moeten doen met de veel tragere oud-olympische baan van Nagano.

Al dat talent werd jarenlang niet benut, zag De Wit. ‘Het ontbrak aan een groep aan de top, die elkaar naar een nog hoger niveau wist te stuwen.’ Het biedt perspectief dat de Nederlandse coach dat afgelopen voorjaar kon doorbreken. Nadat hij in de aanloop naar de Spelen van 2018 alleen de allrounders onder zijn hoede had, kreeg hij voor deze cyclus de leiding over de volledige nationale ploeg.

Na het allroundsucces en de resultaten van de sprinters bij dit WK is het aan De Wit en Van der Gun om ook te scoren op de WK afstanden. Onder het juk van het olympische programma heeft de sprintvierkamp, evenals allrounden, weinig waarde voor de Japanse schaatsbond.

Goed voor het zelfvertrouwen van het Japanse schaatsen is het behalen van medailles wel. ‘Ik denk niet dat ze bij de bond verwacht hadden dat het zo goed zou gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden