Nederlands meest gewilde exportproduct: schaatscoaches

In geen enkele sport (ook voetbal niet) levert Nederland zo veel buitenlandse bondscoaches als in het schaatsen, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Een belangrijke reden? In Sotsji werd te veel goud gewonnen.

Jan van Veen, bondscoach in Duitsland sinds 2016. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De Nederlandse schaatscoach is een gewild exportproduct. Over 16 maanden zijn de Winterspelen in Pyeongchang, Zuid-Korea. Veel buitenlandse schaatsers zullen met behulp van Nederlandse expertise proberen Sven Kramer, Ireen Wüst, Jorien ter Mors en Jorrit Bergsma van meer gouden medailles af te houden.

In Canada is Bart Schouten sinds 2010 coach. Kosta Poltavets, een genaturaliseerde Oekraïener, is al even lang aan het werk in Rusland. Johan de Wit is sinds vorig seizoen trainer in Japan en Jan van Veen verkaste afgelopen jaar naar Duitsland. Peter Kolder is sinds een aantal maanden aan de slag in China. Erik Bouwman zou tot en met de Winterspelen van 2018 in Zuid-Korea werken, maar afgelopen week werd bekend dat zijn vierjarige contract ontbonden is.

De karrenvracht aan medailles die de Nederlandse langebaanploeg uit Sotsji verzamelde heeft de interesse van buiten de landsgrenzen aangewakkerd, erkennen de coaches. De Nederlanders veroverden maar liefst 23 van de 36 medailles. Een succes dat al tijdens de Spelen aanleiding was voor discussie. Het zou de internationale schaatssport schaden. Oud-schaatscoach Bart Veldkamp riep de Nederlanders op hun schaatskennis te delen. 'Nederland zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen om ook in het buitenland de sport naar een hoger niveau te tillen', zei hij.

'Deel onze schaatskennis'

Aan die oproep is kennelijk gehoor gegeven. De Nederlanders zijn in het buitenland gewild om hun degelijke opleiding, hun kennis en de resultaten die ze hebben geboekt, maar van ontwikkelingshulp is allerminst sprake. Het buitenlandse avontuur lonkt vooral omdat er in Nederland te weinig werk is.

Voor Schouten, al ruim twintig jaar werkzaam in verschillende landen (VS, Duitsland, Canada), geldt dat niet zo, maar hij ziet wel dat een gebrek aan werkgelegenheid bij zijn collega's een rol speelt. 'Ik denk dat er voor Nederlandse coaches die ambitie hebben niet genoeg plekken zijn. Als je een goede baan zoekt en goed betaald wilt hebben, dan zijn er in het buitenland mogelijkheden.'

Tot de komst van de commerciële ploegen, ruim twintig jaar geleden, was schaatscoach in Nederland geen serieus beroep. Alleen de hoofdtrainer van de kernploeg kon zich fulltime bezighouden met coachen. Zijn assistenten en ook de gewestelijke trainers hadden naast hun werk op het ijs altijd een normale baan.

Beeld anp

Jan van Veen

Bondscoach in Duitsland sinds 2016

'Ik ben een vrij stug en log apparaat binnengestapt. Ik moet mijn ideeën en visie door de Duitse schaatsbond verspreiden. En mensen zijn best sceptisch als je binnenkomt, maar het is mooi om te merken dat je mensen met je mee krijgt. Dat proces is het lastigste en tegelijkertijd het leukste. Maar ik loop langer mee dan vandaag. Hoe lang dit duurt, dat is altijd maar te bezien. Ik bekijk het van moment tot moment, maar ik heb er een goed gevoel over.'

Met de komst van commerciële ploegen ontstond de vraag naar meer voltijdstrainers. Zo werd schaatscoach een vak, een manier om carrière te maken. Lang zat daar groei in, want er kwamen steeds ploegen bij. Inmiddels is de klad er in gekomen: het aantal commerciële ploegen daalde dit jaar van negen naar zeven. Het gevolg: een overschot aan coaches.

Volgens Van Veen, die onder andere werkt met Koen Verweij en Marrit Leenstra, is een deel van het probleem te wijten aan de verbluffende zegereeks in Sotsji. Het was een feest voor het schaatspubliek, maar het maakte de schaatssport niet interessanter voor sponsoren. 'De commerciële waarde van een medaillewinnaar in je ploeg is aanzienlijk minder geworden als je er 23 van hebt.'

Na de Spelen nam het aantal ploegen af, waardoor trainers in de verdrukking raakten. Het is moeilijk om bij een ander team binnen te komen, merkte De Wit. Hij was hoofdcoach bij enkele kleine ploegen. 'Het grootste gedeelte wordt vastgehouden door dezelfde mensen. Als je dan als jonge coach iets wilt, dan moet je dat op een andere manier doen.' De boel zit in Nederland vast, de ruimte ligt in het buitenland.

Erik Bouwman. Beeld anp

Erik Bouwman

Bondscoach in Zuid-Korea (2014-2016)

'Ik ben er pas later achter gekomen hoe het zat en het was onmogelijk om dat van tevoren te weten. Ik heb te maken gehad met een politieke strijd van de bond. Op alle mogelijke manieren hebben ze mijn plannen verworpen en me tegengewerkt. Het liefst wilden ze dat ik naar de Koreaanse coaches zou luisteren en dat ik net als mijn voorganger Kevin Crockett, een uurtje zelf training mocht geven. Ze wilden dat ik me voegde naar de Koreaanse stijl. Daar pas ik natuurlijk voor.'

Onzekerheid

Een ander negatief aspect van het Nederlandse systeem is de onzekerheid. Niet alleen voor schaatsers, maar ook voor veel trainers. Bij de meesten lopen contracten bijna nooit langer dan een jaar of twee. Dat gold zeker voor De Wit. De coach van kleine ploegen moest jaar in jaar uit op sponsorjacht. Hij kon geen stabiele rijdersgroep om zich heen kon formeren. 'Wij waren beetje eindstation voor sommige schaatsers en voor anderen een mogelijkheid om op te komen.'

Van Veen zat in de aanloop naar Sotsji in een vergelijkbare positie. Maar toen hij eenmaal voor een langere periode een geldschieter gevonden had, merkte hij dat die sponsor zijn vrijheid ook in kon perken. In 2014 wilde sponsor Corendon per se Koen Verweij in zijn ploeg terwijl de trainer daar niet gelukkig mee was.

De onzekerheid, de wisselende motivatie van de schaatsers en de sponsorperikelen maakten dat Van Veen uiteindelijk bewust koos voor een baan in Duitsland. 'Op dezelfde voet verdergaan, vluchtig, weer ploegje bij elkaar zoeken, daar had ik geen zin meer in. Ik heb vaak in dat schuitje gezeten en dat was gewoon klaar.'

Bart Schouten Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Bart Schouten

Bondscoach in Canada sinds 2010, daarvoor trainer in Duitsland (2006-2010) en VS (1996-2006)

'Ik denk dat elk land een andere cultuur heeft. Amerika heeft heel andere cultuur dan Nederland, in hoe we met schaatsers omgaan. In Nederland zijn we heel direct en geven we keihard feedback. In Amerika had ik, als ik het me goed herinner, binnen twee trainingen Jennifer Rodriguez aan het huilen omdat ik te direct was en hetzelfde met Monique Garbrecht. Je moet heel erg oppassen en je aan de cultuur kunnen aanpassen en je kunnen inleven in hoe mensen met elkaar omgaan.'

Daarmee is het niet gezegd dat het in het buitenland gemakkelijk is. De vrijheid die coaches van commerciële ploegen in Nederland ervaren ontbreekt elders regelmatig. De cultuurverschillen zijn groot en de buitenlandse bonden zijn niet altijd zo veranderingsgezind als het lijkt.

Erik Bouwmans onderbroken avontuur in Zuid-Korea is daarvan een extreem voorbeeld. Hij kwam in Seoul tot zijn verrassing tussen twee vuren te zitten. Bondssponsor Samsung wilde met Bouwman voor een cultuurverandering binnen de schaatsbond zorgen, maar de bondsbestuurders en -coaches bogen niet mee. Door de tegenwerking heeft hij zijn werk nooit goed heeft kunnen doen.

Op kleinere schaal zijn ook De Wit en Schouten tegen ingewikkelde bondspolitiek aangelopen. Ondanks die barrières blijft het volgens Schouten van belang dat Nederlanders de grens over blijven gaan. 'Als we nog een paar keer zoiets als in Sotsji krijgen, dan zal het snel gedaan kunnen zijn met het langebaanschaatsen op de Spelen. Die dominantie kunnen we niet lang meer doorzetten.'

Johan de Wit samen met oud-pupil Annouk van der Weijden. Beeld anp

Johan de Wit

Bondscoach in Japan sinds 2015

'Eigenlijk kan hier nooit wat, maar toch lukt alles. Dat vind ik heel bijzonder. Het is altijd moeilijk als je ergens om vraagt. De Japanners zijn van de structuren, van de vaste dingen en als ze moeten veranderen vinden ze dat lastig. En het afgelopen jaar is er veel veranderd. Dan gaat ze dat te snel. Dan is het: oei! Difficult. Very difficult... Ik heb geleerd om te zeggen dat ze het maar moeten proberen. Vaak de dag erna is het: Johan, it's possible. Dat is beter dan andersom, maar je moet er wel tegen kunnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden