Analyse WK judo

Nederlands judo op de goede weg richting Spelen van 2020

Een jaar voor de Olympische Spelen steeg de Nederlandse judoploeg op de WK met vier medailles boven zichzelf uit.

Gouden medaillewinnaar Noël van ’t End tijdens de WK. Beeld Reuters

Judobondscoach Maarten Arens stond er twee jaar geleden beteuterd bij in Boedapest. De Nederlandse ploeg had de WK zonder eremetaal afgesloten. Het was voor het eerst dat de nationale equipe geen enkele medaille wist te winnen op een gecombineerd WK voor mannen en vrouwen, die sinds 1987 worden gehouden. Op de parkeerplaats bij het stadion zocht de bondscoach wanhopig naar woorden om de malaise te verklaren.

Het contrast met het goede humeur waarmee Arens maandag in Japan op het vliegtuig naar Amsterdam stapte, kon haast niet groter. De Nederlandse judoploeg keerde met vier medailles (1x goud en 3x brons) terug van de WK in Tokio. Daarmee werd de doelstelling van twee medailles overtroffen. Bovendien kroonde Noël van ’t End (klasse tot 90 kilogram) zich tot eerste Nederlandse wereldkampioen in tien jaar.

Met de goede prestaties in de historische Budokan-hal bewees de Nederlandse judoploeg een jaar voor de Olympische Spelen (ook in Tokio) dat het de crisis waarin het twee jaar geleden verkeerde, achter zich heeft gelaten. Op een sterk bezet toernooi steeg de Nederlandse ploeg boven zichzelf uit. Alle wereldtoppers waren in het pre-olympisch jaar aanwezig omdat er veel punten te behalen waren voor de Spelen.

‘We zijn heel erg blij met vier medailles. Het was een fantastisch WK’, zei Arens. ‘Als je het mij voor de WK had gevraagd, had ik dit niet voorspeld.’ De eruptie kwam voor Arens en zijn ploeg op het goede moment, nadat de afgelopen jaren de onrust had geregeerd in de judohallen.

Prijzendroogte

Met judoka’s als Edith Bosch (goud op WK), Guillaume Elmont (goud op WK), Dennis van der Geest (goud op WK en brons op Spelen), Mark Huizinga (goud op de Spelen) en Ruben Houkes (goud op WK en brons op de Spelen) kende het Nederlandse judo aan het begin van de eeuw hoogtijdagen. Maar na de laatste wereldtitel van Marhinde Verkerk in 2009, trad de prijzendroogte in.

De tegenvallende resultaten waren voor de bond aanleiding om het judo in Nederland in 2016 te centraliseren. Alle judoka’s werden verplicht fulltime op nationaal sportcentrum Papendal te komen trainen. De bond trad hard op: wie weigerde, werd niet langer geselecteerd voor internationale wedstrijden.

Juul Franssen, die in Tokio in de klasse tot 63 kilogram brons veroverde, spande een rechtszaak aan tegen de bond en werd in het gelijk gesteld. De bond moest haar weer opnemen in de nationale selectie zonder dat ze daarvoor fulltime op Papendal hoefde te trainen. De plooien werden gladgestreken. Tegenwoordig traint ze, net als Henk Grol en Roy Meyer, deels op Papendal en deels bij haar eigen trainer.

Het echec van Boedapest, in 2017, kon moeilijk op het nieuwe beleid worden afgeschoven, daarvoor was het te kort dag. ‘Ik heb toen ook gezegd dat het zes tot acht jaar duurt voordat we het resultaat zien van de centralisatie. Dat blijf ik zeggen. Het is dus te vroeg om deze vier medailles daar nu volledig aan toe te schrijven. Maar we zijn op de goede weg’, aldus Arens.

Grote stappen

Op de WK In Tokio lieten de Nederlandse judoka’s zien grote stappen te hebben gezet. In Boedapest streden twee jaar geleden drie Nederlanders om het brons. Drie keer grepen ze naast eremetaal. In Tokio wonnen de Nederlandse judoka’s al hun partijen waar een medaille op het spel stond. ‘Dat is misschien wel het grootste winstpunt. We hebben de afgelopen twee jaar hard gewerkt om de judoka’s mentaal harder te maken, zodat ze er in de belangrijkste partijen zouden staan’, aldus Arens.

Tussen de gewonnen medailles door moest de bondscoach ook een teleurstelling wegwerken. Uitgerekend in de klassen waarin Arens vooraf op een podiumplek had gerekend, stelden de Nederlanders teleur. Zowel Kim Polling en Sanne van Dijke (tot 70 kilogram) als Guusje Steenhuis en Marhinde Verkerk (tot 78 kilogram) behoren tot de wereldtop, maar grepen naast eremetaal.

De WK wierpen op meerdere vlakken hun schaduw vooruit. In tegenstelling tot de WK mag Nederland volgend jaar per gewichtsklasse maar één judoka afvaardigen naar de Spelen. In een aantal gewichtsklassen doen de Nederlanders weinig voor elkaar onder. De kans om in een onderling gevecht uit te maken wie de beste is, krijgen de judoka’s niet. Een driekoppige commissie, waar ook Arens onderdeel van uitmaakt, beslist over het olympische lot van de judoka’s.

Lees meer over de medailles die Noël van ‘t EndJuul FranssenMichael Korrel en Roy Meyer wonnen op de WK. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden