Nederlands beachvolley op achterstand

Tijdens de opkomst van het beachvolleybal was er grote aandacht voor de verrichtingen van het nationale indoorteam: de gouden ploeg van Atlanta 1996....

Van onze verslaggever John Volkers

Vijftigduizend sportievelingen spelen beachvolleybal aan de Nederlandse stranden en in speciaal neergelegde arena’s in de binnensteden. ‘Maar we lopen een stuk achter bij de internationale ontwikkelingen’, klaagt Michel Everaert, tien jaar geleden de nummer zeven van de wereld en nu coördinator beachvolley bij de Nederlandse volleybalbond (NeVoBo).

De Zeeuw beklaagt zich over de geringe aandacht die zijn fiks uitdijende tak van sport door de jaren heen heeft gekregen. Everaert is overigens nuchter genoeg om met de goede verklaring te komen. Toen beachvolleybal kwam opzetten en in 1996 een plaats kreeg op het olympische programma, beleefde Nederland het grootste succes aller tijden in de indoorversie van het spel.

De nationale mannenploeg werd in dat jaar in Atlanta olympisch kampioen, een groot wapenfeit in de Nederlandse sportgeschiedenis. Beachvolleybal, het twee tegen twee in een zandbak, werd vervolgens in Nederland maar als een spelletje gezien, beoefend door meisjes in krap bemeten bikini’s.

Die laatdunkende opvatting werd niet direct bijgesteld. Vorig jaar werd het kansrijk geachte Nederlandse beachduo Marrit Leenstra en Rebekka Kadijk bij de Zomerspelen van Athene van het strand geslagen. Ze waren nummer tien van de wereld, ‘maar ze maakten niks klaar’, aldus Everaert.

Nederland heeft in de sport, die momenteel ‘internationaal uit zijn voegen barst’ en op de voorbije Spelen de hoogste waarderingscijfers scoorde, potentie genoeg. In de opvatting van NeVoBo-coördinator Everaert zijn er zomaar ‘veertig tot vijftig’ talenten die op het strand hun geld zouden kunnen verdienen. Maar al die talenten geven in Nederland ouderwets de voorkeur aan de zaal.

Speelgelegenheid is er genoeg. Met veertien weekeinden op rij bezit Nederland zelfs het grootste circuit ter wereld. Dat is evenwel vooral breedtesport. Vorig jaar schreven 9500 teams zich in voor het 2x2, 3x3 en 4x4.

Internationaal loopt Nederland achter. Een land als Frankrijk heeft acht grote internationale evenementen, met over twee weken het toptoernooi aan de voet van de Eiffeltoren in Parijs. Nederland probeert het dit jaar met één challenger, in augustus te Vaals. ‘Maar onze wereldtoppers komen daar niet eens. Die spelen dat weekeinde in Athene’, aldus Everaert.

Het moet allemaal beter kunnen. Everaert: ‘Als het beachvolleybal in Zwitserland, een land zonder enige volleybalcultuur, van de grond kan komen, als Klagenfurt in Oostenrijk 180 duizend kijkers trekt, dan moet het in Nederland zeker kunnen.’

Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk zijn weinig betekenisvolle landen in het ‘oude’ volleybal. Maar in de versie in het zand zetten zij de toon. Wanneer een land te weinig goede volleyballers bezit voor het formeren van een indoorteam (een selectie van twaalf), is het logisch dat voor de tweetallensport wordt gekozen.

In volleyballand Nederland werd de voorbije jaren vooral een interne strijd gevoerd. De bond hield zich met opzet verre van het beachvolleybal. De sport werd uitgebaat door commerciële promotors, John Stubbe en Frank van Overeem.

Dit jaar kwam er eindelijk een doorbraak in het denken en doen. De aanstelling van een ‘Manager Beach Volleyball’, Michel Everaert, was een stap voor de ‘doorontwikkeling’ van de sport.

Naast de NeVoBo sloten Free Time Production (organisator Beach Volleyball Circuit) en de Pleasure Group (City Beach Tour) aan bij een samenwerkingsverband. Action Work, de organisator van NK en Masters, deed al mee.

De versnippering is daarmee verdwenen, er lijkt eendracht in het beleid te zijn gekomen. De NeVoBo telt al twaalf beachverenigingen en er wordt gewerkt aan een speciaal beachlidmaatschap van de bond.

De doelstelling van de bond en de partners is om twee vrouwen- en twee mannenteams af te vaardigen naar de Olympische Spelen van Peking in 2008. Deze zomer verblijven twaalf talenten zes weken in een Haagse kazerne om dagelijks te kunnen trainen op het strand van Scheveningen. Drie trainers, Casper Groenhuijzen, Hans Derks en Deborah Kadijk, zijn daartoe aangesteld.

Op het Scheveningse strand is nu een tijdelijk stadion voor beachvolley. Er wordt gewerkt aan het bouwen van een permanente locatie. De gemeente Den Haag wil de wereld versteld doen staan met een blinkende arena en een toernooi uit de World Tour.

Dat de zaak urgent is, blijkt uit de woorden van Ron Zwerver, Nederlands grote zaalvolleyballer uit 1996. Hij had onlangs een jeugd-NK helpen organiseren op het strand van Almere. ‘We moeten in Nederland met beach aan de slag, anders gaan we het niet redden’, was de inschatting van Zwerver, breed lachend rondverteld door Michel Everaert.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden