ANALYSE

Nederlanders domineren in het wielrennen zonder doping

Talenten gaan niet langer kopje onder in het peloton van geharde professionals. Jonge, strijdlustige Nederlandse wielrenners als Tom Dumoulin en Dylan van Baarle laten zien waartoe zij in staat zijn als epo geen hoofdrol speelt. En ook oudere renners, zoals Lars Boom en Pieter Weening, leggen beslag op hoofdprijzen.

Niki Terpstra met de trofee van Paris-Roubaix. Beeld epa

Vlakbij het hotel van de Nederlandse wielerploeg in Astorga staat zo'n stier. Een halve eeuw geleden heeft drankenfirma Osborne die stieren over het Spaanse landschap verspreid, reusachtige silhouetten die dienst deden als reclamezuilen. Inmiddels behoren de stieren tot het cultureel erfgoed van Spanje, beeldmerken van viriliteit en onverzettelijkheid.

Dylan van Baarle is een Nederlandse wielrenner. Met 22 jaar zal hij de jongste zijn die zondag de eer hoog houdt op het WK in Spanje. Komt eigenlijk net kijken als eerstejaarsprof, Dylan van Baarle, maar won al wel de Ronde van Groot-Brittannië. 'En pas op', zegt zijn oud-coach Piet Kuijs met grote stelligheid. 'Dat is niet niks, hè.'

Misschien staat die stier, blakend van jeugdige strijdlust, daarom ook wel symbool voor de geest die over het Nederlandse wielrennen vaardig is geworden. In de woorden van Michael Boogerd: 'Nederland is weer aan de beurt, althans zo lijkt het wel.'

Op de website Pro Cycling Stats, een duizelingwekkende verzameling van statistische gegevens, staat een ranglijst van overwinningen per land. Nederland bezet daarop de tweede plaats, een ongehoorde luxe. Honderd wedstrijden gewonnen. Dat zijn er elf minder dan Italië, maar ook tien meer dan Frankrijk en 27 meer dan België.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze lijst geen koers over het hoofd ziet. Voor de insiders heeft de naam Wouter Wippert al een spreekwoordelijke betekenis gekregen. Weinig landgenoten zullen van Wouter Wippert hebben gehoord, maar hij hield vaak de nationale eer hoog in Azië en Oceanië. Zijn zeven overwinningen mogen aan de aandacht zijn ontsnapt, ze dragen flink bij aan dat indrukwekkende totaal van honderd.

Maar de eerlijkheid gebiedt óók te zeggen dat er dit jaar belangrijke wedstrijden werden gewonnen. Voor het eerst sinds 2001 ging weer een Nederlander als eerste over de eindstreep in een voorjaarsklassieker. Die eindstreep lag in Roubaix, zijn naam luidt Niki Terpstra. Voor het eerst sinds 2005 won een Nederlander, in de persoon van Lars Boom, een rit in de Tour de France.

Zo legde Pieter Weening beslag op een dagzege in de Ronde van Italië. Zegevierde Terpstra ook in de semiklassieker Dwars door Vlaanderen. Kwam Tom-Jelte Slagter twee keer juichend over de finish in Parijs-Nice en Moreno Hofland één keer. Catalonië? Lieuwe Westra en Stef Clement. Baskenland? Wout Poels. Dauphiné? Opnieuw Westra.

Dylan van Baarle viert zijn overwinning in de Tour van Groot-Brittanië. Beeld getty
Pieter Weening na het behalen van de dagwinst in de Giro d'Italia. Beeld getty
Tom-Jelte Slagter krijgt het rode rugnummer, de prijs voor de meest strijdlustige renner, op het podium na de negentiende etappe van de Tour de France. Beeld anp

Zweven

En dan Dylan van Baarle. Stond twee weken geleden op de hoogste trede na afloop van de Tour of Britain, geflankeerd door niemand minder dan Bradley Wiggins en Michal Kwiatkowski. 'Hartstikke mooi natuurlijk. Maar ik moet niet denken dat ik er al ben, niet gaan zweven.'

Als Dylan van Baarle het Nederlandse equivalent van die Spaanse stier moet zijn, dan verstopt hij het in bescheidenheid. Toch is hij, geboren in Voorburg en woonachtig in Zoetermeer, een goed voorbeeld van de nieuwe lichting wielrenners.

Wielrennen begon voor Van Baarle op de BMX, scheuren op een fietsje. Daarna rook hij even aan het veldrijden, kwam op het verharde pad terecht en ontdekte zijn talent voor wielrennen op de weg. 'En zo ben ik doorgegroeid tot waar ik nu ben.'

Begin dit seizoen maakte Dylan van Baarle, zoon van de vroegere baanrenner Mario van Baarle, de overstap naar de professionals. Eigenlijk was dat nog niet de bedoeling, althans niet van de hoger geplaatsten, maar zelf vond hij het de hoogste tijd. 'Ik merkte dat ik er klaar voor was.'

Van Baarle komt uit de school van de Rabobank. Voor Nederlandse wielerprofs van de laatste decennia is dat bijna een vanzelfsprekendheid. Maar de laatste stap in het oranje shirt kon hij al niet meer zetten. De bank had zijn professionele ploeg opgedoekt uit teleurstelling over de interne bedrijfscultuur waarin het gebruik van doping werd getolereerd.

Wat er van overbleef, reed rond in blauw-zwart en heette Blanco. Pas later zou het Amerikaanse bedrijf Belkin zich over de restanten ontfermen. Van Baarle: 'Blanco kon me op dat moment niets bieden. Daarvoor was Garmin al bij me geweest en daaruit sprak een hoop vertrouwen.'

Dylan van Baarle heeft geen moment spijt gehad van die stap in het ongewisse. 'Het is een ploeg met oog voor talent. Je wordt niet opgebrand. Ik heb dit jaar een programma kunnen rijden dat ik zelf wilde en waarin ik ook beter wil worden.'

Uit de kluiten gewassen als hij is, richt Van Baarle zich op de voorjaarsklassiekers, met name de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Hij heeft in Sebastian Langeveld een ervaren land- en ploeggenoot die hem daarbij op weg helpt. Kortom, de overstap naar het professionele milieu is wonderwel goed gelukt.

Niki Terpstra, winnaar van Paris-Roubaix. Beeld anp
Lieuwe Westra viert een etappe-overwinning in de Dauphine UCI ProTour. Beeld anp

In zijn favoriete koersen ging het dit jaar nog te hard, maar het zou gek zijn als dat anders was geweest. 'Daarvoor mis ik nog de inhoud en de parcourskennis.' In de minder veeleisende wedstrijden stond hij wel zijn mannetje.

Talenten gaan dus niet langer kopje onder in het peloton van geharde professionals. Van Baarle: 'Je wordt meteen in het diepe gegooid, maar het zijn duidelijk andere tijden. Tien jaar geleden was het onmogelijk dat een neo-prof een wedstrijd als de Tour of Britain won. Maar je ziet het nu steeds meer gebeuren.'

Is wielrennen leuker geworden? 'Ik heb niet de frustratie van de jongens voor mij gehad. Ik weet dat ik het kan maken.'

Was hij verrast door zijn selectie voor het WK? 'Ik had er geen rekening mee gehouden, nee. Ik ben toch verkozen boven gevestigde namen, maar ik weet niet waarom de bondscoach deze keuze heeft gemaakt.'

Johan Lammerts, de bondscoach, zegt dat hij zich in zijn keuze heeft laten leiden door het verraderlijke parcours. Dat ging ten koste van Niki Terpstra die met zijn ervaring allicht de ploeg ook verder had kunnen helpen. Maar Lammerts denkt dat de routine in de persoon van Pieter Weening voldoende gewaarborgd is.

De keuze van Lammerts weerspiegelt ook de doorbraak van het talent dit jaar. De gemiddelde leeftijd is laag, zeker in het perspectief van de laatste tien jaar. Bovendien staan de iets meer gerijpte talenten als Tom-Jelte Slagter, Tom Dumoulin en Wilco Kelderman al hoog in de pikorde.

De twee laatste behoren ook internationaal tot de grootste talenten. De prestaties van Kelderman in Giro en Dauphiné vormden een zoveelste aanwijzing van zijn mogelijkheden. 'Een Kelderman wordt maar eens in de zoveel tijd geboren', zegt Piet Kuijs, zijn vroegere begeleider.

New wave

Dumoulin onderscheidde zich dit jaar in elke tijdrit, waarin hij aan de start verscheen. Deze week werd Tom Dumoulin derde op het WK in dit onderdeel. Winnaar Wiggins schoof hem naar voren als schoolvoorbeeld van de new wave in het wielrennen.

Piet Kuijs is in Spanje de bondscoach van wat de allernieuwste golf moet worden met de talenten Matthieu van der Poel en Mike Teunissen. Kuijs is een oude rot in het vak. 'Van wat ik allemaal heb meegemaakt, kun je een heel peloton vullen.'

Hij is van het vaderlijke type dat zijn gesprekspartners graag met 'jongen' aanspreekt. Alle jongens die nu goede sier maken, heeft hij onder handen gehad. Dat geldt ook voor de jongens die dat niet deden.

Tom Dumoulin, dit jaar derde tijdens het WK tijdrijden. Beeld anp
Lars Boom won een etappe in de Tour de France dit jaar. Beeld anp

Namen vallen, zoals die van Huub Duyn en Coen Boerman. 'Allemaal onschuldige jongens die beroepsrenner werden tussen alles wat er gaande was.' Zij gingen dus wel kopje onder.

Ruim twintig jaar geleden was Kuijs ook al eens bondscoach van de nationale jeugd op een WK. 'Dat was een lichting met Michael Boogerd, Steven de Jongh, Koos Moerenhout. Niet de minsten dus. Maar toen die jongens prof werden, was het net of ze achteruit reden.'

Piet Kuijs heeft het, voor alle duidelijkheid, over de periode waarin het betaalde wielrennen werd bepaald door epo en andere vormen van bloeddoping. Al het door hem gekweekte talent werd in de bloei geknakt. Terugkijkend op die periode denkt Kuijs dat Robert Gesink de eerste was, die wel zijn waarde kon tonen. 'Het bloedpaspoort heeft een hoop veranderd.'

Het laatste slachtoffer, in zijn geval tussen aanhalingstekens, was Thomas Dekker. Maar bij Dekker gingen ook andere zaken mis dan het gebruik van doping. De Raboploeg was als de dood dat hij zijn kunsten elders ging vertonen en tolereerde Dekkers misdragingen.

Kuijs: 'Rabo is altijd een formidabele sponsor geweest en is dat nu nog bij de jeugd. Maar in de begeleiding van Thomas zijn zeker fouten gemaakt. Die jongen kon zich van alles permitteren. Dat heeft alle partijen uiteindelijk alleen maar geld gekost.

'Hetzelfde gold in feite ook voor Lars Boom. Hij gaat nu naar Astana, maar eigenlijk had hij een paar jaar geleden al moeten vertrekken. Dat was voor hem beter geweest, maar ook voor de ploeg.'

Vergeleken daarmee is de nieuwe generatie veel meer gedwongen haar eigen boontjes te doppen. Slagter en Dumoulin, ook opgegroeid in de schoot van Rabobank, gingen hun eigen weg. Tom-Jelte Slagter koos, net als Van Baarle, voor Garmin. Tom Dumoulin ging naar buurman Giant.

Gelukkig maar, zegt Kuijs. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden. 'Ik weet nog goed dat wij onze twijfels hadden bij Tom, dat het misschien beter was nog een jaartje bij ons te blijven. Fysiek was hij er klaar voor, maar mentaal was het nog niet je dat. Maar hij heeft toen besloten zijn eigen plan te trekken en heeft daarin gelijk gekregen. Ik heb het hier al een paar keer tegen hem gezegd: Tom, chapeau!'

In een ver verleden heeft Piet Kuijs intern wel gesuggereerd dat Rabobank ook een zogenoemde continentale ploeg moest beginnen. Dan hadden al die talenten, net als bij Topsport Vlaanderen in België, meer tijd gehad te rijpen bij de professionals. 'Dat werd te duur, dus dat kon niet.'

Komend seizoen wil de nieuwe ploeg van Roompot, een vakantieleverancier, die brug slaan. Het is een initiatief van oud-profs, onder wie Erik Breukink en Michael Boogerd.

'Een lang gekoesterde wens', zegt de laatste. 'Nadat ik eruit ben gebonjourd bij Rabobank was ik op zoek naar zoiets. Ik wil niet alleen ploegleider zijn, maar me ook met het beleid bemoeien.'

Grote werk

Dat beleid beperkt zich geheel en al tot Nederland, tot en met de keuze van het materiaal. Nederlandse talenten worden klaargestoomd voor het grote werk. 'We zijn er niet alleen voor jonge renners. We gaan ook met Michel Kreder aan het werk. Hij heeft het aanvankelijk niet gered bij Garmin, maar wij denken dat er nog genoeg uit die jongen te halen is.'

Boogerd en zijn oud-collega's zullen zich afzonderlijk over de renners ontfermen als de meester die zijn gezel in het zadel helpt. Alle facetten komen daarbij aan bod, ook wat hij 'nu maar even dat dopinggezeik' noemt. Michael Boogerd bekende anderhalf jaar geleden van de verboden vrucht te hebben gesnoept.

Van de jonge wielrenners die zich nu al laten gelden, is hij vooral onder de indruk van Tom-Jelte Slagter. 'Ik vond hem heel erg goed in mijn klassieker.' Boogerd bedoelt Luik-Bastenaken-Luik, de wedstrijd die hij het liefst had gewonnen. 'Kan Slagter best een keertje lukken. Er zit een goede kop op die jongen.'

Moreno Hofland won een etappe tijdens Paris-Nice. Beeld epa
Theo Bos, etappewinnaar in de ronde van Polen en de ronde van Alberta. Beeld Hollandse Hoogte

Ook het optreden van Dumoulin bevalt hem. 'Hij houdt het lang vol dit seizoen.' Maar voor allen geldt dat één zwaluw nog geen zomer maakt. Wielrenners worden volgens Boogerd te weinig scherp gehouden. 'Al die zaakwaarnemers maken ze gek. Vaak verdienen coureurs meer dan hun ploegleider.'

Hoe houd je de focus? Daar gaat het om.'Dat had ik zelf ook in 1999. Ik moest en zou die laatste stap zetten. Dan ga je gekke dingen doen. Je slaat rechtsaf, terwijl je rechtdoor moet. Er is iemand nodig die die gasten op het rechte pad houdt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.