Nederland wint nooit meer zo veel medailles als in Sotsji

Twee wereldbeker-weekeinden heeft het post-olympische schaatsseizoen pas achter de rug, maar de contouren van de komende periode tekenen zich al voorzichtig af. Zeven opvallende zaken.

Koen Verweij bepaalt het tempo tijdens de massastart. Hij zal later als 21ste finishen.Beeld EPA

I Weinig schaatsers zijn zo overtuigend gedebuteerd als de Russische sprinter Pavel Koelizjnikov. Al is het in zijn geval misschien beter te spreken van een rentree. Hij won na een dopingschorsing van twee jaar vijf van de zes wedstrijden over 500 en 1.000 meter. Hij liet de wereldtop in bewondering achter vanwege zijn verbluffende stijl.

Koelizjnikov rijdt met het krachtige gemak van de snelste man op ijs, wereldrecordhouder 500 meter Jeremy Wotherspoon (34,03), met het verschil dat zijn 1.000 meter beter is. Over zijn mogelijkheden op laaglandbanen kan geen misverstand bestaan. Hij heeft zich aangediend als titelkandidaat bij de WK afstanden in Heerenveen. De vraag is hooguit wat hij presteert op de hooglandbanen.

Hij reed vanwege zijn schorsing nog nooit in Calgary of Salt Lake City. Kan hij de bochten al aan? Hoe lang zal het duren voordat hij de techniek beheerst om de 500 meter bijna een seconde harder te rijden? Als hij die kunst onder de knie krijgt, doet hij misschien wat Wotherspoon net naliet: als eerste schaatser onder de 34 seconden duiken.

Olympisch kampioen Stefan Groothuis is op de 1000 meter voor mannen bij de wereldbekerwedstrijden schaatsen in Zuid-Korea op de tweede plaats geëindigd, gevolgd door Kjeld Nuis. Beiden moesten hun meerdere erkennen in de Rus Pavel Koelizjnikov.Beeld epa

II Op de schaal van Sotsji zal Nederland vanaf nu tegenvallen. Het lijkt uitgesloten dat tweederde van de medailles opnieuw worden gewonnen, al ontbraken bij de afgelopen wereldbekerwedstrijden drie van de gouden medaillewinnaars (Michel Mulder, Jorrit Bergsma en Jorien ter Mors). In Obihiro werd nog de helft van de prijzen gepakt. In Seoul zakte de score onder eenderde: acht medailles van de dertig op olympische afstanden. Alleen de 1.500 meter voor vrouwen (Marrit Leenstra) en 10 kilometer (Bob de Jong) werden gewonnen.

III Bij de NK afstanden leken de voormalige ploeggenoten Sven Kramer en Ireen Wüst het afscheid van Gerard Kemkers soepel te hebben verwerkt. Maar de vijfvoudig medaillewinnares van Sotsji lijkt er beter voor te staan dan de drievoudig medaillewinnaar. Wüst viel slechts op een van haar vijf ritten buiten het podium (zesde op de 1.000 meter), maar dat is op die afstand vaker voorgekomen.

De ambities van Kramer op de 1.500 meter leken na zijn NK-zege gemakkelijk in te lossen. Maar na een achtste en zevende plaats weet hij weer dat het podium op de 10 kilometer veel dichterbij is. Het is Jac Orie niet gelukt om zijn vroegere grilligheid op het koningsnummer in een zomer te verdrijven. Misschien is dat ook te veel gevraagd, zelfs voor een geleerde coach en een leergierige kampioen.

IV Kramer beklaagde zich in oktober over de drukte op de ijsbaan van Thialf. Er zouden te veel ongetalenteerde schaatsers trainen. Maar wie zouden er weg moeten? In het Nederlandse schaatsen is een ding duidelijk: het wordt steeds lastiger om te voorspellen wie bij de volgende Winterspelen in de medailles zal vallen. Met Michel Mulder, Jorrit Bergsma en Jorien ter Mors hield in 2010 niemand rekening.

Wie gaat het doen in 2018? De opvallendste Nederlandse debutanten in Obihiro en Seoul: Kai Verbij, vierde op de 1.000 meter, Floor van den Brandt, tweemaal vierde op de 500 meter, en Daidai Ntab, op de 500 meter winnaar van de B-groep en in zijn tweede rit negende in de A-groep.

Van den Brandt en Ntab rijden niet voor een van de zes grootste ploegen. Ze zouden, als Kramer zijn zin krijgt, misschien wel van het Thialf-ijs weg moeten.

Lege tribunes in het Thialf ijsstadion tijdens het NK Afstanden.Beeld anp

V Al zal Nederland nooit meer zo veel medailles winnen als in Sotsji, het blijft de te kloppen schaatsnatie. De concurrentie ligt vooral buiten Europa. Er mogen wereldwijd dan weinig schaatsers zijn, sportieve grootmachten bekommeren zich om de vele medailles in de schaatssport.

De tegenstand komt de komende jaren uit Rusland, Zuid-Korea, Japan en China. Oftewel: de organisatoren van de laatste Winterspelen, de komende Winterspelen, de komende Zomerspelen en mogelijk de Winterspelen van 2022. De landen beschikken over geld, ambitie en zijn bereid te leren van buitenlandse coaches.

VI De massastart is een aanwinst nu er slechts twee schaatsers per land mogen meedoen, in plaats van drie. Nederland kan niet domineren, waardoor het podium vooral bij de mannen verfrissend internationaal uitpakt. De zes medailles gingen naar Italië, Letland, België en Korea (driemaal). Shorttrackers en inline skaters blijken warm te lopen voor het onderdeel dat de kinderziekten heeft overwonnen en een verrijking van het olympisch programma belooft te zijn, als het volgens verwachting in 2018 een plek krijgt.

VII Met Kramer is de 10 kilometer waarschijnlijk ten dode opgeschreven, zonder Kramer lijkt het graf al geopend. De Fries gaf het onderdeel nog enig cachet. Hij was de wereldkampioen allround, volgens sommige aanhangers zelfs de beste schaatser van allemaal. Hij leende iets van zijn glorie aan het voorspelbare stayeren. Zolang hij zich bekommerde om de lange afstand, behield het relevantie.

Met Bob de Jong en Claudia Pechstein als winnaars van de 10 en 5 kilometer is dat een stuk lastiger te beargumenteren. Goud voor een 38-jarige en 42-jarige. De terminale fase is ingegaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden