Nederland is een dolend tennisland - dit roemruchte koppel moet dat veranderen

Jacco Eltingh en Paul Haarhuis moeten zorgen voor nieuw talent

Opnieuw wordt er een prestatie verwacht van Jacco Eltingh en Paul Haarhuis, 24 jaar nadat ze als dubbel in Australië hun eerste grandslamtitel wonnen. Nu moeten ze als directeur en coach van de bond Nederland leren wat toptennis is.

Gouden duo Paul Haarhuis (trainingsjack) en Jacco Eltingh. Foto Freek van den Bergh/de Volkskrant

In Melbourne, waar maandag de Australian Open beginnen, veroverden Jacco Eltingh en Paul Haarhuis in 1994 hun eerste grandslamtitel in het dubbelspel. Ze behoorden met Richard Krajicek, Jan Siemerink en later Sjeng Schalken tot de gouden generatie van het Nederlandse tennis, wonnen samen alle grandslamtoernooien en bereikten de top-20 in het enkelspel: Haarhuis de 18de plek, Eltingh de 19de. Het roemruchte koppel is door de KNLTB in ere hersteld, zij het in een andere rolverdeling. En met als missie om oude tijden te laten herleven.

In het tenniscentrum in Almere draagt technisch directeur Eltingh (47) een colbertje en staat Haarhuis (51) als Davis Cup- en Fed Cupcaptain in trainingspak op de baan. Eltingh: 'We hebben nog een foto van Paul in maatpak met stropdas toen hij geblesseerd was. Dat was een uitzondering.' Haarhuis, lachend: 'Eigenlijk zou jij ook sportkleding moeten dragen, je bent toch directeur sportief?'

Eltingh: 'Nee, dat was de oude functieomschrijving. Ik ben nu technisch directeur. En presentaties doe je niet in trainingspak. De kracht van Paul is dat hij als coach ook nog op de baan kan staan. En dat doet hij ook het liefste.'

Haarhuis: 'Jacco organiseert de boel, legt contacten. Ik deed het werk op de baan, zo deden we het ook bij de Afas Tennis Classics voor senioren.' Eltingh: 'Paul wil geen zeshonderd acquisitiegesprekken voeren om de begroting sluitend te krijgen. Ook in ons dubbel was Paul de strateeg, hij is altijd mijn klankbord geweest.'

Haarhuis: 'Als tennissers waren Jacco en ik dag en nacht bij elkaar, nu ben ik als captain meer een onderdeel van zijn takenpakket.'

Dat pakket werd meteen gewijzigd. Eltingh kende de kritiek op zijn aloude partner: die was buiten de weken in de Fed Cup en de Davis Cup nauwelijks zichtbaar. 'De kritiek van de spelers was terecht. Paul is de eerste om te beamen dat de communicatie beter kon. Maar Paul kan zichzelf niet doormidden zagen. Dan was hij twee weken in het buitenland, dan weer met onze talenten bezig. Zo was hij geen constante factor. Daarom richt Paul zich nu alleen op de spelers van de Fed Cup, de Davis Cup en Jong Oranje.'

Jacco Eltingh (links) en Paul Haarhuis tijdens een korte rentree bij het ABN Amro tennistoernooi in Rotterdam, 2011. Foto ANP

Alleen in naam is de KNLTB nog aanwezig in Almere. De ballenbak van Jumping Jack ontneemt het zicht op de banen, in september 2019 verhuist de bond naar een nieuw tenniscentrum in Amstelveen. Ook in Melbourne is Nederland karig vertegenwoordigd, met slechts drie spelers die rechtstreeks zijn geplaatst voor het hoofdtoernooi. Bij de mannen is Robin Haase (43ste) de enige speler in de top-100, Kiki Bertens (31ste) is de enige vrouw bij de beste honderd tennissters ter wereld.

Achter hen gaapt een kloof en opvolgers dienen zich nauwelijks aan. Bij zijn aantreden in oktober 2017 constateerde Eltingh 'een gebrekkige topsportcultuur' bij de KNLTB. Niks bijzonders. Zijn voorgangers zeiden het al. Hoe kan een bond met nog altijd ruim 600 duizend leden zo weinig talenten voortbrengen? En kunnen Eltingh en Haarhuis de stagnatie doorbreken?

Van strijd tot harmonie

Eltingh wijst op de versnippering die het tennis heeft ondermijnd. 'In mijn tijd als speler had je drie of vier tennisscholen, nu 350.'

Al onder zijn voorganger Jan Siemerink voerde de bond een certificering in, maar prominente tennisscholen als Amstelpark, Tjerk Bogtstra in Doorn en Huib Troost in Bathmen doen niet mee. Ze willen hun eigen regie bepalen. Haarhuis: 'We zeggen niet dat die scholen niet goed zijn. Ze konden kiezen voor samenwerking, het is hun goed recht om hun eigen weg te gaan.'

Eltingh: 'Zijn we ons doel voorbij geschoten? Nee. Iedereen kon roepen dat hij een tennisacademie had, het kwam de kwaliteit niet ten goede. De certificering is uitgevoerd door een extern bureau en heeft zijn vruchten afgeworpen. Ook de betere tennisscholen hadden behoefte aan transparantie. We kijken niet mee over de schouder van de trainer, maar willen wel zijn model toetsen. Vraag je 4 duizend of 26 duizend euro voor een programma voor een kind en waarom?'

Omgekeerd constateert Eltingh dat de scholen de afgelopen jaren ook nauwelijks talenten hebben voortgebracht. 'De uitzondering heeft de regel bevestigd.' Haarhuis: 'En we kunnen als bond moeilijk achteroverleunen en wachten tot die uitzondering boven komt drijven. We hadden nul controle op de wildgroei bij de tennisscholen.'

Consequent en constant zijn de toverwoorden van Eltingh bij zijn visie op talentontwikkeling. 'Ik hamer op consequent gedrag. Doe wat je zegt, zeg wat je doet. We hanteren simpele spelregels en doen niet aan privileges. Laat eerst maar zien dat je aan simpele voorwaarden kunt voldoen. We zitten hier niet om tennisscholen te straffen. In de kern zal het ons een biet zijn hoe talenten de top bereiken, als ze er maar komen.'

Eltingh houdt tennisscholen, coaches en spelers een spiegel voor. 'Hoe groot is de vijver nog, waarin we talenten opsporen? Hoe is de houding van ouders langs de baan? Hoe presteren onze spelers onder druk? Hoe komt het dat onze spelers zoveel blessures oplopen, waardoor ze geen volwaardig programma kunnen draaien? Dat mag ik me toch oprecht afvragen?'

Van lifestyle tot topsport

Haarhuis: 'Haase heeft al jaren last van zijn knieën, maar Robin gaat er zo professioneel mee om dat hij een seizoen lang kan presteren. Andere spelers zijn mede door een gebrek aan geld niet in staat om zichzelf optimaal te verzorgen.'

Het heeft ook te maken met hun levensstijl. Junior Tim van Rijthoven worstelde niet alleen met chronische knieklachten, maar raakte ook geblesseerd na een skiongeluk. Eltingh: 'Je kunt je afvragen of je als tennisser moet skiën.' Haarhuis: 'Tim zal nu zeggen: dat ga ik de komende tien jaar niet meer doen. Het probleem is dat de tennissport fysiek loodzwaar is.'

Eltingh: 'Je wordt als speler afgerekend op je ranking, niet op die ene, mooie partij op het centercourt van Roland Garros of die baggerpot in Timboektoe. Ik benadruk de constante factor, zodat een talent van tennis zijn beroep kan maken.

'We moeten onszelf niet vergelijken met tennislanden als Frankrijk, Spanje of Tsjechië. Die landen hebben wel grotere groepen om mee te werken. En hun talenten willen graag. Al die dingen vond ik niet bij de KNLTB. Onze spelers zijn niet constant genoeg en staan dus te laag op de wereldranglijst.'

Vooral in de leeftijd tussen 14 en 18 moet meer arbeid worden verricht, aldus Eltingh. 'Jonge spelers moeten de intensiteit ervaren van toptennis. En al in die periode erachter komen dat ze harder moeten werken om een goede prof te worden. We hebben genoeg voorbeelden van talenten die al jonge leeftijd te weinig in hun carrière hebben geïnvesteerd. Ze kiezen soms de weg van de minste weerstand. Wees consequent in je werkwijze, hoe kan ik onderscheidend zijn? Die manier van denken mis ik.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Hoedjes van plezier Paul Haarhuis (links) en Jacco Eltingh veroveren in 1994 in Australië hun eerste grandslamtitel. In hetzelfde jaar winnen ze ook de US Open. Later zullen ze ook Wimbledon en Roland Garros winnen. Foto ANP

Niet alleen op de baan is het tempo enorm opgevoerd, ook intern wil Eltingh meer dynamiek creëren. 'De bond is altijd verweten vanuit een ivoren toren te regeren. We willen sneller dan voorheen informatie van buiten halen, met kennis van de markt betere keuzes maken. Die kunnen pittig of vervelend zijn.

'Maar vergeet niet dat we als bond slechts faciliteren. Alleen wanneer een speler enkele jaren in Jong Oranje zit, bepalen wij de koers. En we denken na of dat nog verstandig is. Uiteindelijk ligt de eindverantwoordelijkheid bij de privétrainer van de speler. En de speler moet zich afvragen hoe serieus hij zijn vak neemt.'

Van kind tot prof

Met hun voormalige coach Alex Reijnders en bondstrainer Bas Coulier vormen de twee regisseurs het door Eltingh ontworpen technisch hart bij de KNLTB. De cultuuromslag begint bij de jeugd, stelt Eltingh. 'Wat moet de eerste gedachte zijn als je kiest voor het vak van journalist, tennisser of advocaat? Telt alleen het geld?

'Wil je de beste advocaat zijn ter wereld of de beste voor je klanten? Als de basis is het maximale uit jezelf halen, moet je daar vroeg mee beginnen. De top is het probleem niet. Al onze topspelers trainen samen in Almere als hun schema dat toelaat. Ze voelen dat ze in een stimulerende omgeving hun huiswerk kunnen doen.

'De meeste weerstand ondervinden we van kinderen, ouders en hun trainers, die alleen naar de ranking kijken. Ze willen de trainingsarbeid meteen terugzien in prestaties, terwijl het bij de jeugd gaat om het vullen van je rugzak. Leuk als je Nederlands kampioen onder 14 jaar wordt. Maar het gaat pas tellen als je proftennis gaat spelen, dan moet die rugzak gevuld zijn.'

Haarhuis: 'Het is heel complex. De een heeft wel de slagen, maar niet de drive. De ander is uiterst gedreven, maar mist een wapen. In het Duitse Tennis Magazine stond afgelopen zomer een groot artikel over alle talenten in Duitsland, voor wie de stap naar het proftennis te groot bleek. Daar zaten spelers tussen die bij de junioren twee grandslamtitels hadden gewonnen. Nederland is niet het enige land dat worstelt met die laatste stap.'

Oud-bondscoach Michiel Schapers waarschuwde al dat tennis opnieuw een elitesport wordt. Voormalig Davis Cupcaptain Tjerk Bogtstra rekende voor dat het in zijn academie jaarlijks 10 duizend euro kost om een talent klaar te stomen voor het proftennis.

Eltingh: 'De opleiding dreigt onbetaalbaar te worden, maar ook de begeleiding van jonge spelers aan het begin van hun profcarrière. Toch zetten we Tim van Rijthoven niet uit Jong Oranje, omdat hij een jaar aan de kant heeft gestaan. Als we hem nu laten vallen, moet hij alles zelf bekostigen. Maar we zijn ervan overtuigd dat we nog veel plezier aan Tim gaan beleven.'

Van dromen tot realisme en terug

Het Nederlandse tennis moet de toptienambitie loslaten, zegt Eltingh. 'Die heb ik gelijk afgeschoten op mijn eerste werkdag bij de KNLTB. Het slaat nergens op dat Nederland tot de beste tien tennislanden van de wereld moet behoren. Op basis waarvan? In het rolstoeltennis bij de vrouwen is alles minder dan de eerste plaats een achteruitgang ten opzichte van het verleden. Maar in het valide tennis gelden wereldwijd andere normen.'

Eltingh weet dat hij wordt afgerekend op het aantal spelers in de tophonderd. Hij durft hoog in te zetten. 'Ik denk dat een op de 25 spelers in de tophonderd een Nederlander kan zijn.' Haarhuis: 'Vier mannen en vier vrouwen in de tophonderd? Met ons budget?' Eltingh: 'Ik denk dat het mogelijk is.' Haarhuis: 'Hoe lang is dat geleden?' Eltingh: 'We hebben al vier, vijf vrouwen tussen de 100 en 200.'

Haarhuis: 'Maar structureel vier spelers in de tophonderd? Daar mag je mij niet op afrekenen.' Eltingh: 'Vraag je mij of dat tussen nu en zes jaar gebeurt? Dan moet het antwoord nee zijn. De kinderen die nu instromen in het programma tot 8 jaar moeten de gehele keten doorlopen. Je moet er tien jaar voor uittrekken en het traject voor de schoolverlaters is nu nog te kwetsbaar.'

'Toch geloof ik heilig dat Nederland met een andere mentaliteit vier spelers en speelsters in de tophonderd kan hebben. Richard Krajicek hoeft niet als coach met Van Rijthoven op reis te gaan, Paul hoeft niet op zijn vijftigste met talenten de baan op. Maar we voelen allemaal die passie voor onze sport. En we denken oprecht dat we het verschil kunnen maken.'

Meer over