Interview Corinne Nugter en Jorinde van Klinken

Nederland heeft weer discuswerpsters van Europees niveau, maar hoe ver kunnen ze komen?

Met Corinne Nugter en Jorinde van Klinken krijgt het Nederlandse discuswerpen bij de vrouwen weer smoel. Bij de Gouden Spike in Leiden gaan de gedachten zelfs terug naar de tijden van Ria Stalman, de olympisch kampioen van 1984. Alhoewel?

Nederlands kampioen Corinne Nugter tijdens een van haar worpen. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Jorinde van Klinken gooit zaterdagavond tijdens de Gouden Spike in Leiden haar discus gedachteloos heen en weer, van de ene in de andere hand. Ze loopt de ring in. Met de armen zwaaiend zakt ze iets door haar knieën en draait als een danser vliegensvlug om haar as. Na twee passen slingert ze de schijf de ondergaande zon tegemoet. 56.67 meter verschijnt even later op het scorebord. De pas 18-jarige Assense balt haar vuist. Het is haar enige worp voorbij de 50-metergrens, maar ze heeft wel een halve meter verder gegooid dan Nederlands kampioene Corinne Nugter.

Nugter probeert in de twee resterende pogingen haar jonge concurrente te overtroeven, maar gooit de discus eerst met een harde klap tegen de paal van de veiligheidskooi en daarna met volle kracht in het net. Hoewel zij in haar eerste vier pogingen telkens rond de 55 meter heeft gegooid en dus veel constanter heeft gepresteerd dan Van Klinken, vat de 26-jarige Emmeloordse haar verlies luchtig op. ‘Het hoort erbij. Je hebt maar één uitschieter nodig en dit was van mij een slechte wedstrijd.’

De vijfvoudig nationaal kampioen kon zich, in Nederland tenminste, jarenlang dergelijke slechte wedstrijden veroorloven. Ze had in eigen land nauwelijks concurrentie. Daar is sinds dit voorjaar verandering in gekomen met Van Klinken. De juniore gooide eind mei in het Duitse Halle haar discus naar 59.02 meter en kwalificeerde zich daarmee voor de Europese kampioenschappen. Nugter had 10 dagen eerder in Heerhugowaard met 60,02 ook aan de limiet voldaan.

Drive

Het is lang geleden dat er in Nederland twee discuswerpsters in de buurt van de 60 meter komen. In de jaren negentig gebeurde dat voor het laatst, toen Corrie de Bruin en Jacqueline Goormachtigh met zijn tweeën aan de nationale top stonden. Zo’n tweestrijd motiveert, merkt Nugter. ‘De afgelopen jaren had ik bij Nederlandse wedstrijden van tevoren het gevoel dat ik toch wel zou winnen. Nu is het echt een wedstrijd en voel ik een extra drive.’

Ze schelen acht jaar en zijn op de baan heel andere types. Nugter is tussen haar pogingen door onrustig. Ze dribbelt op het tartan heen en weer, bootst haar draai na, knoopt haar trainingsjasje om haar hoofd, herschikt haar paardenstaart. Van Klinken is ondertussen de rust zelve. Ze ploft na elke worp op een bankje neer en verroert zich niet tot ze weer aan de beurt is. ‘Ik moet bij discuswerpen mijn hoofd leegmaken.’

Ria Stalman tijdens het discuswerpen op de Olympische Zomerspelen in Los Angeles van 1984. Beeld ANP

Ook in de ring verschillen de twee. Van Klinken is onvoorspelbaar, soms zoekend naar de juiste beweging. Bij Nugter zijn de pirouette en de armzwaai door jaren training en wedstrijden ingesleten. Ze is daardoor veel constanter, al levert dat zaterdagavond niets op. Nog een verschil: als enige op de baan is Nugter linkshandig. ‘Dat was vanavond in mijn nadeel, want de wind kwam van rechts.’ Die wind droeg de discus bij haar tegenstandster, maar liet die van haar juist kantelen. ‘Dan wordt hij iets sneller naar beneden gedwongen.’

Beide vrouwen hebben zich de laatste jaren sterk ontwikkeld. Nugter gooit elk jaar een meter of twee verder, terwijl Van Klinken zich afgelopen seizoen met zes meter verbeterde. Het roept de vraag op hoeveel er nog in het verschiet ligt. Kunnen ze de tijden van Ria Stalman, olympisch kampioen in 1984, doen herleven?

Apotheek

Van Klinken denkt van wel, al twijfelt ze als ze hoort dat Stalman in het jaar van de Spelen 71.22 meter wierp. Die twijfel is niet zo gek, want 70 meter geldt tegenwoordig als een haast onneembare grens. Dat was heel anders in de jaren tachtig, toen een contingent atletes uit de DDR en andere oostbloklanden meer dan 150 keer voorbij de 70 meter gooide. Het waren de nadagen van de Koude Oorlog, waarin de uitgekiende dopingprogramma’s achter het IJzeren Gordijn op volle toeren draaiden.

Maar ook in het Westen kenden de atleten de weg naar de apotheek, zoals Stalman. Zij bekende in 2016 dat ze aan het slot van haar loopbaan anabole steroïden had gebruikt. Haar nationale record werd geschrapt en is sindsdien vacant. De Atletiekunie heeft er een limiet aan verbonden. Degene die zich tot recordhouder wil kronen moet minstens 63.90 meter gooien.

Dat is nog lang geen 70 meter, maar die grens is dit millennium pas 12 keer geslecht, waarvan 11 keer door Sandra Perkovic, de meervoudig olympisch- en wereldkampioene uit Kroatië. Een onbesproken vaandeldrager van het schone discuswerpen is zij niet. In 2011 werd ze geschorst voor het gebruik van een stimulerend middel.

Doping is de schaduwkant die aan hun sport kleeft, erkennen beide Nederlandse werpsters. ‘Ik heb zelf op een WK voor junioren meegemaakt dat er later iemand uit de uitslag werd geschrapt’, vertelt Nugter. ‘Maar zo erg als in de jaren tachtig en negentig is het niet meer.’ Dat denkt Van Klinken ook. ‘Volgens mij is de internationale atletiekfederatie goed bezig om de sport volledig clean te krijgen.’

En die grens van 70 meter dan? Kan dat schoon? Als de aanvankelijke aarzeling verdwenen is, durft Van Klinken te zeggen van wel. ‘Mijn trainer heeft het opgezocht en op mijn leeftijd wierp Perkovic vergelijkbaar met wat ik nu doe. Maar het hangt van zoveel dingen af: je kracht, je snelheid, je techniek, je lenigheid.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.