Nadine Broersen valt net naast podium

Op de slotdag van de zevenkamp kreeg Nadine Broersen tot haar eigen verrassing zicht op een WK-medaille. De inhaalrace stokte echter in de slotfase van de 800 meter.

Een uitgeputte Nadine Broersen feliciteert Laura Ikauniece-Admidina uit Letland, die haar net van de bronzen medaille op de zevenkamp hield. Beeld null
Een uitgeputte Nadine Broersen feliciteert Laura Ikauniece-Admidina uit Letland, die haar net van de bronzen medaille op de zevenkamp hield.

Circa een seconde mocht Nadine Broersen verspelen op de 800 meter, het afsluitende onderdeel van de slopende zevenkamp. Ze zou beslag leggen op een bronzen medaille als ze het gat met de Letse Laura Ikaunice-Admidina klein zou houden. Haar geest wilde wel, maar haar benen staakten. De vierde plaats was haar lot.

Broersen had vrede met die uitkomst. Haar WK-voorbereiding werd ernstig verstoord door de slepende enkelblessure die ze afgelopen winter opliep bij de NK indoor, tijdens het hoogspringen. Ze moest maandenlang aangepast trainen en kon bijvoorbeeld weinig tempotrainingen doen. Die zijn van cruciaal belang voor de 800 meter.

Vanwege die moeizame aanloop leek een medaille bondscoach Ronald Vetter vooraf al te hoog gegrepen voor de wereldkampioene vijfkamp (2014) uit Dongen. De vierde plaats was volgens hem het hoogst haalbare. 'Dus ik ben dik tevreden', zei hij glimlachend maar niet geheel naar waarheid.

De eindklassering (6.491 punten) mocht gezien het blessureleed dan acceptabel zijn, tijdens de wedstrijd leek Broersen te kunnen meedoen om de medailles. Ze had zich voorgenomen te vechten. Lang leek ze in de voetsporen te zullen treden van Dafne Schippers, die als eerste Nederlandse atlete een WK-medaille veroverde. De sprintster pakte twee jaar geleden in Moskou brons op de zevenkamp.

Blessure

Broersen begon met degelijke prestaties: 13,55 op de 100 meter horden, 1,86 in haar eerste hoogspringwedstrijd sinds de blessure, en 14.59 bij het kogelstoten. Ze leek even in staat het duel aan te gaan met de Britse titelfavorieten: olympisch kampioen Jessica Ennis-Hill en haar gedoodverfde opvolger Katarina Johnson-Thompson.

Maar op de 200 meter ging het mis. Ze verprutste die wedstrijd en deed haar bijnaam eer aan: haar coach noemt haar 'wereldkampioen chagrijnig kijken'. Ze schaamde zich diep voor haar tijd: 25,41. 'Ik heb altijd gezegd, als ik dat blijf lopen, dan vind ik niet dat ik op een WK thuishoor.' Ook Vetter stond versteld. 'Zij moest bijkomen, maar ik ook. Ik moest mezelf haast overhalen om niet te stoppen.'

Broersen dacht niet aan opgeven. Ondanks een korte nachtrust presteerde ze op de tweede dag bij verspringen naar behoren: 6.20 meter. Dankzij een verre worp met de speer, ruim tien meter verder dan haar directe concurrenten (53.52 meter), keerde ze zelfs terug in de top van het klassement. Ze had bovendien de meevaller dat favoriete Johnson-Thompson zichzelf uitschakelde door bij het verspringen driemaal de fout in te gaan.

Met alleen de afsluitende 800 meter te gaan, sloeg Broersen aan het rekenen. Ze wist dat ze geen poging hoefde te doen om Ennis-Hill, een sterke loopster, te achterhalen. Die zou inderdaad onbedreigd haar tweede wereldtitel winnen, met 6.669 punten. Ook zilver was onhaalbaar. De Canadese Brianne Theisen-Eaton is een veel betere 800 meterloopster.

Ze mikte op de derde plaats en koos het spoor van haar rivale uit Letland. Dat verliep 700 meter lang volgens plan. Toen blies ze zichzelf op. 'Haar laatste versnelling kon ik niet meer aan', zei Broersen berustend. Vorig jaar werd ze bij de EK atletiek tweede.

Bonevacia verrast

Eigenlijk mocht Liemarvin Bonevacia bij de WK atletiek niet meedoen aan de 400 meter. Hij had zich stukgebeten op de kwalificatielimiet. Hij werd alleen ingeschreven omdat hij als lid van de 4x100 meter estafetteploeg aanwezig is in Peking. Hij stelde niet teleur. Als eerste Nederlander dook hij onder de 45 seconden.

Bonevacia scherpte zijn eigen nationale record aan van 45,40 tot 44,72. Hij plaatste zich met die tijd voor de halve finale en verzekerde zich eveneens van een olympisch startbewijs. 'Ik was er zeker van dat ik onder de 45 seconden kon lopen. Dat wilde ik hier laten zien, ook om te bewijzen dat ik niet voor niets een startbewijs had gekregen. Ik liep een goed opgebouwde race en kon op tijd de versnelling inzetten', aldus de Antilliaanse sprinter.

Aanloop

De 25-jarige Brabantse, zelden geblesseerd, vond het een merkwaardige ervaring niet geheel fit aan een zevenkamp te beginnen. Soms werd het zwart voor de ogen. Op de 200 en bij het hoogspringen bijvoorbeeld. 'Je voelt: de aanloop is goed, de afzet is lekker, maar dan weet ik ineens niet wat ik aan het doen ben. Dat laatste stukje mis ik. Dat gebeurde ook op de 200.'

Reden tot zorg is dat niet, menen de atlete en haar coach. De trainingsachterstand verklaart veel. Bovendien was de zevenkamp zwaar doordat het uitprogramma behoorlijk was uitgesmeerd. Om zes uur stonden de atletes al op voor de ochtendsessies. Pas laat in de avond keerden ze na de late sessies terug in het hotel. Kleinere zevenkampen worden tussen 12 en 18 uur afgewerkt. Vetter: 'Het was loodzwaar. Ik zag meiden huilen van uitputting.'

De coach denkt dat hij die omstandigheden in de training vaker moet nabootsen om zijn atleten goed voor te bereiden op de Zomerspelen van 2016. Ook daar zullen ze lange dagen maken. Broersen heeft haar zinnen gezet op een olympische medaille. Vetter: 'Misschien zijn we verwend, omdat we alle trainingen overdag kunnen doen. Dat kan een valkuil zijn. Je weet niet zeker of dat de verklaring is, maar het is iets om te onderzoeken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden