Na vier minuten achtervolgen allemaal even moe

Alleen zijn ze niets, met z'n vieren behoren ze tot de wereldtop. De Nederlandse achtervolgingsploeg, morgen in actie bij de WK baanwielrennen in Melbourne, vertelt over het streven naar perfectie....

De vraag was hoe je in Nederland, een land zonder achtervolgingsverleden op de baan, een succesvolle ploeg op de been brengt. Gaat er een slopende selectieprocedure en een meedogenloos trainingsregime aan vooraf of kun je in een paar maanden een winnend team klaarstomen voor een olympisch programma?

Het is van alles een beetje, zeggen Peter Schep, Jens Mouris, Levi Heimans en Jeroen Straathof. Schep was er in Atlanta en Sydney ook bij, Mouris werd in 1999 door clubgenoot en bondscoach Peter Pieters van de weg geplukt en op een baanfiets gezet. Zij hebben ervaring.

Straathof sloot zich drie jaar later aan en het achttienjarige talent Heimans bleek een paar maanden terug de ontbrekende schakel. Ex-schaatser Straathof brengt zijn snelheid mee, Heimans is het krachtmens. Met z'n vieren vormen ze een merkwaardig gezelschap. De 'patron' is dertien jaar ouder dan de benjamin; de een is introvert, de ander extravert en hun motivaties om de wereldtop te bereiken lopen ver uiteen.

Het weerhoudt ze er niet van om zestien ronden lang met een gemiddelde snelheid van meer dan 58 kilometer per uur als een eenheid over de baan te razen. 'De een kan beter zijn dan de ander. Maar je moet het gevoel hebben dat je na vier kilometer allemaal even dood van de fiets stapt', zegt Heimans. 'De basis bij de ploegachtervolging is blind vertrouwen', vult Schep aan.

Het gaat om de details. Aan de gemaakte afspraken wordt liefst niet getornd. Het verstoort de cadans en de homogeniteit. Zo lossen ze elkaar na één ronde op kop af en scheiden er tussen achter- en voorwielen vier centimeter.

Schep: 'We nemen geen grote risico's, de Australiërs zijn bijvoorbeeld extremer, die rijden op twee centimeter van elkaars wiel. Als er dan iets gebeurt, lig je onmiddellijk. Wij zijn banger om te vallen.'

Mouris: 'Je moet er vanuit gaan dat je voorganger niet stilvalt en dat hij niet van zijn lijn afwijkt. Elke afwijking die hij maakt, wordt verdubbeld door de man achter hem. We rijden nog niet recht. Als we de bocht uitkomen, wil de een naar de blauwe lijn, de ander naar de rode. Daar kunnen we nog winst boeken.'

De perfectie is nog lang niet benaderd. Onlangs overschatte Straathof zichzelf bij de wereldbeker in Sydney. Hij deed langer kopwerk dan was gepland en werd daarna op achterstand gereden door zijn eigen ploeggenoten. Dom, oordeelde hij zelf ook. Straathof: 'Het ergste dat je als achtervolger kunt doen is je ploeggenoten in verwarring brengen.'

Wie goed is mag meer dan zijn deel doen, maar niet als hij daarmee de hele ploeg uiteindelijk benadeelt. Het luistert allemaal nauw. Zo is de volgorde van de ploeg in alle combinaties uitgeprobeerd. Mouris is de starter, Straathof moet het tempo in de tweede ronde de hoogte in helpen, Schep zorgt voor de continuïteit en Heimans is de diesel die in de laatste kilometer het verschil maakt.

'Een sprinter mag op de start geen tiende laten liggen, maar als wij eentiende te snel weggaan, verlies je op het einde twee seconden. Je verzuurt dan te vroeg', zegt Straathof. Mouris: 'Je gaat vier keer dood, de vier keer dat je op kop komt. Je kunt het tegenover je ploeggenoten niet maken om eerder te verzaken. Dat wil je niet.'

Ze accepteren veel van elkaar, dat is de grote kracht van de huidige ploeg, vindt Schep. Ze doen elkaar nog wel eens met opzet pijn, vooral in de training. Straathof: 'Het leidt soms tot scheldpartijen, maar nooit tot ruzies.'

'Mijn vorige collega's waren meteen boos als er van het protocol werd afgeweken. Maar waarom moet je je verantwoorden als je net iets harder rijdt dan een ander?', zegt Schep.

Officieel ploegberaad is er in al die maanden dat ze zich voorbereiden op de WK en de Spelen niet geweest. Problemen worden aan de eettafel uitgesproken. Mouris: 'Als het te formeel wordt, is het net of je iets tegen elkaar hebt. Je voelt je dan snel aangevallen.'

Ze kunnen zich niet veroorloven elkaar te wantrouwen. Zonder hun ploeggenoten zijn ze nergens, met elkaar behoren ze tot de wereldtop. Bij de WK doen ze voor het eerst mee om de ereplaatsen. Er wordt niet meer jaloers naar de concurrentie gekeken.

Schep: 'Vroeger waren we altijd boos, omdat andere landen beter materiaal leken te hebben dan wij. Nu hebben we het zelf ook goed voor elkaar. Je gaat automatisch kritischer naar jezelf kijken. We hebben geen excuses meer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden