Nieuws Baanwielrennen

Na jaren jagen heeft baanwielrenner Büchli eindelijk het goud in handen

Niet altijd wint de beste bij het tactische steekspel dat keirin heet, maar dit keer kon Matthijs Büchli opgelucht ademhalen: hij maakte zijn favorietenstatus waar en pakte het goud voor Nederland.

Matthijs Büchli meteen na zijn winnende race in Polen. Beeld AFP

De verwachtingen voor de Nederlandse deelnemers op het wereldkampioenschap keirin in de BZA Arena in Pruszków, Polen waren donderdag hooggespannen. Machtsprinter ­Matthijs ­Büchli (26) maakte de afgelopen maanden veel indruk in de wereldbekerwedstrijden met twee eerste plaatsen en een derde plek. En, met wat meer voorbehoud uitgesproken, kon de geslepen baanicoon Theo Bos nog iets, 35 jaar inmiddels, bulkend van routine? Hij verraste eind januari met winst in Hongkong.

Maar op de keirin loopt het nu eenmaal lang niet altijd als gewenst. De ­beste wint op dit onderdeel niet altijd. Eerst leggen zes renners achter een derny drie ronden af, waarna ze het in nog eens drie ronden met elkaar moeten uitvechten. Wie durft aan te gaan, wie waagt het te wachten tot de laatste bocht, wie riskeert kortstondige ­opsluiting in de voortrazende gelederen?

Om tien over negen ’s avonds slaat Büchli uit ongeloof herhaaldelijk op zijn helm, even later staat hij in zijn eentje met gespreide armen op de baan om de ovaties van het publiek in ontvangst te nemen. De belofte is ingelost, de druk weerstaan. Dit keer won de beste gewoon dus wel op de keirin.

Het moest gebeuren, nu. Hij jaagt er voor zijn gevoel al jaren op. Vanaf de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, waar hij zilver haalde, geldt hij doorgaans als de te kloppen man. Na de klinkende resultaten in de aanloop naar dit toernooi zou voor hem alleen de titel tellen.

Hij aasde bovendien op revanche. De WK vorig jaar op de keirin in Apeldoorn was voor hem op een deceptie uitgelopen. Een dag nadat hij op de teamsprint nog voor het eerst wereldkampioen was geworden, belandde hij op de voor hem nauwelijks te verdragen vierde plek.

Het was volgens hem donderdag een lastige finale geweest, de loting ­bepaalde dat hij als eerste achter de derny reed. Dat bevalt hem altijd maar matig. Als de gangmaker de baan verlaat, zit je op kop. ‘Dan rij je gelijk de benen een beetje leeg. Gelukkig kwamen er snel wat gasten overheen. Dat was lekker, dan kun je mee surfen.’

Hij kon aansluiten toen de Australiër Matthew Glaetzer en de Duitser Stefan Botticher versnelden, volgens hem de grootste kanshebbers. ‘Ik zat daar ­ideaal. Ik kon op het laatst ook ­beneden in de baan blijven. Het liep perfect.’

De ouverture was verontrustend geweest. In de eerste ronde trok Büchli in het kielzog van de Australiër Patrick Constable naar voren, belandde op kop, sloeg zelfs een gaatje, maar zag uiteindelijk nog drie mannen voorbijkomen. Hij moest net als Bos naar de herkansing.

Büchli: ‘Ik schrok me dood. Ik heb in drie jaar niet zo slecht gereden.’ Hij gaf grijnzend zijn collega-baansprinters Roy van den Berg en Harrie Lavreysen de schuld. Hij had woensdagavond alle zeilen moeten bijzetten om ze in de teamsprint bij te houden – het werd uiteindelijk beloond met het wereldkampioenschap. ‘Het was zo’n hoog niveau. Ik heb dertig seconden zitten sterven. Dat heeft er enorm ingehakt. Ik kwam er in het begin nog niet doorheen.’

Voor Bos viel het doek in de halve finales. Hij reed na het vertrek van de derny meteen naar de kop en hoopte op een overname van de Duitser Botticher. Die bleef uit, waarna de meute van vijf in de laatste bocht over hem heen denderde. Hij toonde zich na afloop niet aangeslagen. Hij had een plek in de finale voor mogelijk gehouden en dan zou hij wel zien waar hij zou uitkomen. ‘Dat heb ik niet gehaald. Maar ik heb maximaal gereden. Het was gewoon niet goed genoeg.’

Tijdens een rustperiode tussen de heats ontvouwde zich achteraf gezien een treffend beeld: Büchli lag in de Nederlandse box lang uitgestrekt op de grond en liet een masseur op zijn benen staan om de spieren weer soepel te krijgen.

Bos zat op een stoeltje, op zijn gemak in gesprek met oud-wegrenner Bram Tankink. Bondscoach Hugo Haak keek toe. Hij was het wel gewend. ‘Matthijs is iemand die heel gedreven aan zijn herstel werkt. Theo staat er relaxter in.’ Deze donderdag bleek in Polen bezetenheid dan toch lonender dan ontspanning.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.