TennisNK

Na de doorbraak wordt 2022 het jaar van de echte weging voor tennissers Van de Zandschulp en Griekspoor

Met Botic van de Zandschulp, die zondag Nederlands kampioen werd, en Tallon Griekspoor heeft Nederland twee spelers in de top-100. In 2022 moet blijken wat ze echt waard zijn. Worden ze door de mondiale top gewogen en te licht bevonden? Of worden ze blijvertjes op de grote toernooien?

Guus Peters
Botic van de Zandschulp serveert in de finale van de NK tegen Gijs Brouwer. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Botic van de Zandschulp serveert in de finale van de NK tegen Gijs Brouwer.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Ze trainen van jongs af aan samen. Ze zijn rechtshandig, hebben een dubbelhandige backhand en missen uitgesproken wapens. Ze hebben het beste jaar uit hun loopbaan achter de rug en het belangrijkste seizoen voor de boeg.

Botic van de Zandschulp en Tallon Griekspoor bewandelden de afgelopen maanden een andere route met hetzelfde resultaat: beide tennissers stormden de tophonderd binnen, een magische grens in het tennis. Het is voor het eerst sinds 2016 dat twee Nederlandse tennissers tot de honderd beste tennissers ter wereld behoren.

Zondag kroonde Van de Zandschulp zich tot Nederlands kampioen, als aftrap van het nieuwe tennisseizoen. Op het Nationaal Training Centrum in Amstelveen won hij met slim en geduldig spel de finale in drie sets (3-6, 7-5, 6-4) van Gijs Brouwer. De 26-jarige speler uit Wageningen, die de titel ook in 2016 won, maakte dit jaar een reuzensprong op de wereldranglijst door onder andere zijn verrassende plek in de kwartfinale op de US Open, een van vier grandslamtoernooien. Hij is de nummer 57 van de wereld.

Record

Griekspoor meldde zich op het laatste moment af voor de NK, waardoor een confrontatie tussen de twee beste Nederlandse tennissers uitbleef. De 25-jarige tennisser uit Nieuw-Vennep is de nummer 65 van de wereld. Hij bewandelde de weg der geleidelijkheid met zijn acht toernooizeges in het bescheiden challengercircuit, de eerste divisie van het tennis. Acht titels is een record.

Van de Zandschulp en Griekspoor vliegen over een week naar Australië, waar zij zich begin januari op een ATP-toernooi in Melbourne gaan voorbereiden op de Australian Open, die op 17 januari beginnen. Ook Rafael Nadal neemt deel aan het voorbereidingstoernooi.

Als spelers binnen de top-100 worden de Nederlandse tennissers rechtstreeks toegelaten tot de vier grandslamtoernooien. Dat is niet alleen sportief interessant, maar ook lucratief. Van de Zandschulp en Griekspoor zijn komend jaar verzekerd van minimaal 250 duizend euro aan prijzengeld. Het is de doorbraak waar ze buiten het zicht van de camera’s, op vele achteraf baantjes, jarenlang naartoe hebben gewerkt.

Logisch gevolg

‘Voor mij is dit een logisch gevolg van de stappen die zij afgelopen jaren hebben gemaakt’, zegt Paul Haarhuis. Volgens de oud-prof en captain van het Davis Cup-team hebben de tennissers hun loopbaan op een natuurlijke manier opgebouwd. ‘Ze hebben steeds een stap omhoog gezet: van het meedoen aan challengers tot het spelen van kwalificatietoernooien voor de grandslams. En van het winnen van challengers tot spelen op de grandslams.’

Griekspoor werd afgelopen zomer op Wimbledon in de eerste ronde in drie sets uitgeschakeld door Alexander Zverev, de mondiale nummer drie en winnaar van olympisch goud. Op het hardcourt van de US Open was Novak Djokovic te sterk. De nummer één van de wereld won in drie sets van de Nederlander. Hij proefde hoe het was om op het hoogste podium tegen de beste spelers ter wereld te spelen.

Van de Zandschulp had tot een jaar geleden nog nooit een grandslamtoernooi gespeeld. Afgelopen seizoen plaatste hij zich voor alle vier de toernooien. Zijn droomvlucht beleefde hij op de US Open. In de kwartfinales strandde hij in vier sets tegen Daniil Medvedev, de nummer twee van de wereld en latere toernooiwinnaar. Het was voor het eerst sinds 2004 dat een Nederlander de kwartfinale van een grandslamtoernooi haalde.

Man van weinig woorden

‘Voor mij was het heel belangrijk om te ervaren dat ik ook van spelers kan winnen die in de top-20 staan’, zegt de introverte Van de Zandschulp. Hij is een man van weinig woorden en wars van aandacht. ‘Als nieuwkomer is dat goed voor je zelfvertrouwen.’

De meer extraverte Griekspoor maakte een sprong op de wereldranglijst via een reeks toernooizeges op een lager niveau. ‘We vonden het verstandiger dat hij afgelopen seizoen in het challengercircuit actief was. Daar kon hij veel wedstrijden spelen en winnen. Bovendien was het maar de vraag of hij al zou worden toegelaten tot de hogere ATP-toernooien’, zegt coach Dennis Schenk. ‘Het heeft geweldig uitgepakt.’

Onder het schijnsel van het felle licht betreden de midtwintigers Van de Zandschulp en Griekspoor de hoofdpodia. Het contrast met de afgelopen jaren is groot, toen ze vooral actief waren in de onderste regionen van het tenniscircuit. Daar is de sfeer vergelijkbaar met die bij het NK indoor in Amstelveen: tennisbanen zonder tribunes, publiek en ballenjongens.

Tijd nodig

Zijn de Nederlanders laatbloeiers? ‘Nee’, zegt Haarhuis. ‘De gemiddelde leeftijd van tennissers in de top-100 is omhooggegaan.’ Volgens hem vormen de Italiaanse talenten Jannik Sinner (20) en Lorenzo Musetti (19) en de Spanjaard Carlos Alcaraz (18) de uitzondering op de regel. ‘Botic en Tallon hebben de tijd nodig gehad om te beseffen wat er nodig is om toptennis te spelen.’

Op technisch vlak bestond er bij de bond geen twijfel dat de twee Nederlandse tennissers zich in de top-100 konden nestelen. Maar fysiek en mentaal schoten ze tekort. Ieder op zijn eigen manier. ‘Mijn lichaam was lange tijd niet sterk genoeg om een heel seizoen op een constant niveau te presteren’, meent Griekspoor. ‘Ik kampte vaak met kleine blessures, waardoor ik niet of niet voluit kon spelen. Ik heb lang de angst gehad dat mijn lichaam niet gebouwd was om elke dag honderd procent te geven.’

Naast Schenk voegde hij oud-tennisser Raemon Sluiter, die Kiki Bertens naar de vierde plek op de wereldranglijst leidde, en fysiek trainer Bas van Bentum toe aan zijn team. ‘Ik ben een paar procent meer gaan leven als topsporter. Ik ben niet per se meer gaan doen, maar wat ik doe, doe ik beter. Ik let beter op mijn voeding, pak eerder mijn rust en heb naast een coach altijd een fysiek trainer die meegaat naar toernooien.’

Als coach van Van de Zandschulp zag Peter Lucassen hoe het zijn pupil lukte om zich niet meer te verliezen in negatieve gevoelens. ‘Voorheen kon hij enorm bij de pakken neer gaan zitten, nu kan hij zijn emotie veel beter een plek geven’, aldus Lucassen. ‘Al zal je bij Botic nooit een emotionele uitbarsting zien zoals bij Lleyton Hewitt of Novak Djokovic.’

Geen vuist in de lucht

Tijdens zijn zegetocht op de US Open was er na een belangrijk gewonnen punt af en toe een gebalde vuist te ontwaren, maar bij zege bij de NK stak hij niet eens een vuist in de lucht. ‘Ik toon iets meer emotie als het goed gaat en kan het makkelijker accepteren als mijn tegenstander goed speelt’, aldus Van de Zandschulp, die ook fysiek sterker werd. ‘Eerst dacht ik al snel: wat gebeurt hier nou? Nu blijf ik geloof houden in de winst, ook als ik achter sta of niet goed speel.’

Van de Zandschulp en Griekspoor vertegenwoordigen de Hollandse school, als die bij tennis zou bestaan. Het zijn spelers zonder een heel uitgesproken wapen, maar ze kunnen op verschillende ondergronden uit de voeten. Haarhuis omschrijft de 1.91 meter lange Van de Zandschulp als de snelle verdediger met ‘soepele handjes’ en aanvallende kwaliteiten. ‘Hij kan vanaf de baseline goed mee in de rally’s om vervolgens ineens met veel gevoel een dropshot te spelen. Ook komt hij veel meer naar het net dan voorheen.’

Griekspoor (1.88 meter) is de meest avontuurlijke van de twee. Meer dan Van de Zandschulp zoekt hij naar de openingen bij zijn tegenstander. Haarhuis: ‘Tallon had de neiging achterover te leunen en ver achter de baseline te komen. Daar kon hij veel minder uitrichten. Nu blijft hij veel dichter bij de baseline spelen. Maar dat moet je als tennisser fysiek ook aankunnen. Je hebt minder tijd en het spel gaat sneller.’

Constant niveau

Wat is er mogelijk komend seizoen? Waar Van de Zandschulp en Griekspoor in het challengercircuit in de eerste ronden vaak tegenover spelers van buiten de top-200 stonden, treffen ze in de hogere ATP-tour vooral spelers uit de top-100. Lucassen: ‘Je kunt je geen mindere dag permitteren, maar moet er vanaf de eerste partij staan. Het gaat erom dat je een constant niveau laat zien. Je moet niet alleen af en toe kunnen pieken tegen hoger geplaatste spelers, maar ook je partijen winnen tegen tennissers die net iets lager staan op de wereldranglijst.’

Daarbij kunnen Van de Zandschulp en Griekspoor elkaar goed gebruiken. Ze trainen af en toe samen als ze allebei in Nederland zijn, als stimulans om elkaar naar een hoger niveau te tillen. Toen Van de Zandschulp de kwartfinale op de US Open bereikte, gaf dat ook Griekspoor een boost. Als zijn trainingspartner het kon, dan kon hij het ook. Wat volgde was een reeks overwinningen in het challengercircuit. Van de Zandschulp: ‘Het maakt het extra bijzonder dat we nu allebei in de top-100 staan.’

Haarhuis voorspelt dat ze een uitdagend jaar voor zich hebben. Ze moeten beter zien te worden terwijl ze minder wedstrijden spelen: ‘Botic en Tallon zullen meer wedstrijden verliezen omdat ze op een hoger niveau spelen. Het wordt interessant om te zien hoe ze daarmee omgaan. Gaat het aan ze knagen en slaat de twijfel toe of lukt het ze om analytisch naar hun spel te blijven kijken en vertrouwen te houden in wat ze doen? Ze kunnen komend jaar een betere tennisser worden, terwijl ze aan het eind van het seizoen lager op de wereldranglijst staan.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden