Reportage Turnen

Na de burn-out vindt Lieke Wevers een maand voor de WK haar ouderwetse gratie terug

Lieke Wevers op de balk. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Het turnen van Lieke Wevers draait om pure liefde voor de sport. Als ze niet zo zielsveel van het artistieke karakter van gymnastiek had gehouden, was zij al door de zijdeur verdwenen. Maar zo is het niet, net niet. Dus was ze zaterdag van de partij in Heerenveen, bij de interland tegen Italië en Noorwegen.

Het publiek in Friesland nam zaterdag afscheid van zo’n andere kleine parel, Céline van Gerner. Als het een beetje meer had tegengezeten, hadden de fans nog een zwaaihandje nodig gehad voor het vertrek van een ‘diehard liefhebber’ uit de sport.

Het lichaam had Wevers, de turndame vol gratie, bijna definitief in de steek gelaten. Ze had, bij het aantreden voor de interland tegen Italië en Noorwegen, nog even teruggedacht aan de dagen van 2018, toen de nationale ploeg zich voorbereidde op de WK in Qatar en zij voorzichtig opkrabbelde uit ‘een fikse burn-out’, zoals vader en coach Vincent Wevers het kernachtig betitelde.

Lieke Wevers, 27, had die zomer zelfs moeite gehad met het oplopen van de trap. ‘Ik was nergens. Ik zag er tegenop naar de zaal te gaan. Ik was zo leeg. Ik was tot niets in staat en ik functioneerde niet. Boodschappen doen was al een hele opgave. Het heeft lang geduurd voor ik weer een lichtpuntje zag. Het was als sportvrouw zo moeilijk te accepteren dat ik helemaal niks kon, dat je jezelf als een slapjanus ziet.’

Het is geweest, ze is er bovenop, ze kan weer vooruitkijken, zo bleek zaterdag in Friesland, een dikke maand voor de WK van Stuttgart. Vincent Wevers had de terugkeer van zijn dochter als imponerende topturnster best mooi gevonden, maar hij was vooral blij dat de mens Lieke Wevers weer goed op de benen stond. ‘Het is een dubbel gevoel voor mij als vader. Mooi hoor, dat het turnen weer goed gaat. Maar dat zij er weer is als mens, als persoon, dat is belangrijker. Ik weet waar ze vandaan is gekomen.’

Schoonheid staat voorop in het turnen van Lieke Wevers. Ze kan, met name op de vloer, haar publiek betoveren met haar bewegingspatroon, haar uitstraling, haar gevoel voor de leidende muziek. De oefening van vier jaar geleden, op muziek van Ludovico Einaudi, was al een voorbeeld voor de rest van de wereld dat de kür vooral ziet als de opvoering van vier sprongseries. De wereldbond FIG prees de choreografie van de Nederlandse.

Die heeft aan schoonheid niet ingeboet, na anderhalf jaar in de coulissen. Wevers was zaterdag, opnieuw op muziek van Einaudi maar met een heel andere kür, weer vooral ballerina en daarnaast acrobate. Ze ‘stickte’ één landing; ook al zo’n pluspunt. Ze voelde hoe het publiek met haar meeleefde. De combinatie van zelfbewustzijn en bescheidenheid maakt haar intens geliefd.

Ze scoorde het hoogste cijfer, met 13,500 punten. ‘Nice, hoor.’ Maar meer genoegen beleefde Wevers aan de reacties van de kenners op de tijdelijke tribunes in het Epke Zonderland Turncentrum. ‘De vloer, joh, daar heb ik echt van genoten. Dat kwam diep aan. Ik hoorde dat publiek door mijn acrobatische series heen. Je wilt je niet laten afleiden, maar je voelt ’t, zo’n boost. Dan kost het geen moeite je volledig te geven.’

Lieke Wevers tijdens de finale meerkamp turnen op de Olympische Spelen van Rio. Beeld ANP

Na schoonheid komen kracht en doorzettingsvermogen in het turnen, ook dat van Lieke Wevers bij wie alles zo gemakkelijk lijkt. Haar vierde toestel - ze deed de vierkamp balk, vloer, sprong en brug – was krachtenslopend. ‘Brug ongelijke liggers is net als de vloer een werktoestel. Aan het eind ga je gewoon dood. Hoe sterk en fit je ook bent.’

Ze kwam erdoorheen, met de hulp van haar tweelingzus Sanne die door een nog niet geheel genezen heupblessure voor eventjes de assistent-coach speelde. Sanne Wevers, olympisch kampioen op de balk, schreeuwde veruit het hardst van de kant de twee magische woorden uit het turnen: ‘kom op’.

‘Dat zetje kun je dan heel goed gebruiken. Sanne kan echt heel hard roepen. Het hardst, ja. En het gaf me de boost om de oefening goed af te ronden. Ik moest bij een hele draai, waarbij ik dreigde terug te vallen, corrigeren in de handstand. Dat voel je. En dan komen de gillen, de aanmoedigingen. Dat voelt echt als een stimulans.’

Na de landing en het kleine sprongetje van de podiumvloer straalde Lieke Wevers. Het was haar derde grote wedstrijd, na een Cup in Gent, de NK in Rotterdam. Het was de generale voor Stuttgart, waar het Nederlands team met een sterke, ervaren opstelling de tickets voor olympisch Tokio moet gaan binnenhalen. De routine van Wevers, dan is zij 28, kan van doorslaggevende betekenis zijn, net als de klasse van Eythora Thorsdottir en de beginnersgeest van Naomi Visser.

Vader en coach Vincent Wevers in 2017 met dochters Lieke (l) en Sanne. Beeld ANP

Het woord beginnersgeest nam coach Vincent Wevers ook nog even in de mond bij de nabeschouwing van de tegen Italië verloren interland. ‘Lieke heeft die terug. Je ziet haar genieten. Ze vindt het heel bijzonder iets moois neer te zetten, te performen, onze sport te verkopen.’

Zijn dochter, een boegbeeld, nog vrijwel zeker tot en met de Olympische Spelen van volgend jaar, een sportvrouw elke dag in zijn trainingszaal. Als vader kon Vincent Wevers er emotioneel van worden; als coach alleen maar heel dik tevreden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden