De familie Ten Dam.

Interview Wielrenner Laurens ten Dam

Na 15 jaar profwielrennen is het nu eindelijk tijd voor het gezin voor wielrenner Laurens ten Dam

De familie Ten Dam. Beeld Klaas Jan van der Weij

Zijn liefde voor de fiets was grenzeloos. En niemand wist de sociale media beter in te zetten als wielrenner dan Laurens ten Dam. ‘Maar ik ben ook nog vader.’ 

Deze week is Laurens ten Dam in zijn woonplaats Alkmaar ambassadeur van het EK wielrennen. Samen met Niki Terpstra, een ander lid van het officieuze trainingsgroepje Noord-Holland-Best, zette hij de parcoursen uit voor de verschillende disciplines. De Munnikenweg, een kasseienstrook vlakbij zijn huis, mocht uiteraard niet ontbreken. Daar staat nu zijn tot bar omgebouwde brandweerwagen uit de jaren ’70.

Een ambassadeurschap? Ach ja, dat kon er ook nog wel bij. En dat terwijl Ten Dam (38) zich toch al niet bepaald verveelde. Hoofdredacteur van Bicycling, een eigen koffiemerk, vader, columnist en fanatiek gebruiker van allerlei social media-platforms. Bijna elke dag post hij wel weer een nieuw filmpje over wat er zoal in zijn leven gebeurt. En dan fietst hij ook nog eens voor de Pools-Amerikaanse formatie van CCC.

Misschien is er in al die jaren wel een verkeerd beeld van hem ontstaan, beseft hij. Dat van de man die tussen de Tour en de Vuelta doodleuk ging kamperen en ’s avonds een steak op de barbecue legde. Het zij zo. ‘Ik werd dus wel achtste in die Vuelta hè. Maar dat vergeten de mensen.’

Paybacktime 

En over dat barbecueën; hij wil het best nog een keer uitleggen: ‘Ik grill het vlees, dus zonder olie of boter en leg het op een speltbroodje, samen met wat sla en tomaat. Gezonder kan bijna niet. Ik drink daar weleens een biertje bij, klopt. Maar dan wel na als ik die dag 3000 calorieën heb verbrand. Dan lust Lau wel een biertje, ja.’

Na dit seizoen stopt Ten Dam als profwielrenner. Het is paybacktime voor zijn gezin, want als al zijn werkzaamheden ergens ten koste van zijn gegaan de aflopen jaren, dan is het wel van zijn vrouw Thessa en zijn kinderen Bodi en Jens. Ergens dit seizoen, tussen een wedstrijd en een hoogtestage door, kreeg hij thuis ruzie met zijn vrouw over de hagelslag voor de kinderen. ‘Het ging helemaal nergens over. Ik zei: waarom staan die pakken daar? Bleek dat die over waren van een feestje. Maar dat wist ik niet, want papa was weer eens weg. Dat was best confronterend. Op een gegeven moment verspeel je het recht als opvoeder. Dat wilde ik niet meer.’

Daarmee komt voor Ten Dam een einde aan 15 jaar profwielrennen. In 2004 kreeg hij zijn eerste contract bij Bankgiroloterij, nadat hij een jaar eerder, als amateur, de cyclosportieve wedstrijd La Marmotte had gewonnen. Hij verwierf nationale bekendheid als helft van het duo Bau & Lau, dat in de Tour van 2013 met hun goede prestaties een barre winter vol dopingbiechten naar de achtergrond verdreef. Ten Dam werd die Tour 13de, een jaar later eindigde hij als negende. Het zijn de hoogtepunten van zijn carrière, samen met de Giro van 2017, toen hij als meesterknecht een belangrijke rol had in de door Tom Dumoulin gewonnen ronde.

Steeds duidelijker werden de laatste jaren de contouren van zijn nieuwe leven zichtbaar. In 2015 verhuisde hij naar Santa Cruz, een stad onder San Francisco, en leefde er zijn Amerikaanse droom: trainen in de zon, kinderen om hem heen en ’s avonds de barbecue aan voor een lekker stuk vlees. Alleen voor het werk moest hij af en toe op en neer naar Europa vliegen. ‘Ik ben blij dat ik die keuze toen heb gemaakt’, zegt hij. ‘Scheelt weer een regeltje op mijn bucketlist.’

Zoveel gezien, zoveel meegemaakt. Logisch dat hem de laatste tijd steeds vaker het gevoel bekroop dat het genoeg was geweest. ‘Volgend jaar ben ik 40.’ Heel soms krijgt hij op sociale media weleens een sneer. ‘Dan schrijven ze: Ten Dam is een ouwe lul.’ Grijnzend: ‘Ik kan ze natuurlijk moeilijk ongelijk geven.’

Laurens ten Dam in zijn achtertuin met vrouw Thessa en zonen Jens (achter rechts) en Bodi. Beeld Klaas-Jan van der Weij

Sociale mediavoorloper

Weer serieus: ‘Kijk, ik weet wat er bij komt kijken om goed te presteren. Weer op hoogtestage, weer valpartijen, weer herstellen. Dan is het de vraag: wil je voor de dertiende keer de Ronde van Catalonië rijden of is twaalf ook mooi geweest? En wat ik zei, ik ben ook nog vader. Mijn kinderen zijn nu vier en zeven. In Amerika had ik ze tien maanden bij me. Ik begon de grip op ze te verliezen.’

Zijn zoons, Jens en Bodi, figureren geregeld in de filmpjes die Ten Dam online zet. Zo ongeveer alles wat in zijn leven gebeurt deelt hij met zijn volgers, of het nu op Twitter, Facebook of Instagram is. Hij is wat hij noemt ‘an early adopter’. In 2009 begon hij met Twitter. ‘Een beetje afgekeken van Lance Armstrong. Ik zag direct wat hij ook zag: de mogelijkheid om je eigen verhaal te maken, in plaats van dat anderen iets over je schrijven.’

Zijn ploeggenoten bij Rabobank reageerden aanvankelijk sceptisch. ‘Ze zeiden: denk jij nou écht dat je zo belangrijk bent dat mensen jouw leven interessant vinden?’ Maar al die collega’s die in het begin een beetje smalend deden, zag hij twee jaar later ook op Twitter. ‘Toch wel handig voor na mijn carrière’, zeiden ze. Verkeerde insteek, vind ik. Je moet het doen omdat je het leuk vindt, niet omdat het je iets oplevert.’

Zo is het eigenlijk met alles wat hij doet. Live slow, ride fast, luidt zijn levensmotto. Onder die noemer begon hij twee jaar terug met een podcast; gesprekken over zijn bestaan als wielrenner, soms wel twee uur lang. Inmiddels zit hij aan meer dan een miljoen downloads en onlangs won hij de Dutch Podcast Award in de categorie sport. Het geheim? Hij haalt zijn schouders op. ‘Zeg het maar? Ik hou van ondernemen. En kennelijk vind ik dingen leuk die heel veel mensen aanspreken. Verder zou ik het echt niet weten.’

Volledige transparantie

Als er al een marketingstrategie achter zit, zegt hij, dan is het zijn liefde voor de fiets. Ten Dam kan genieten van het rijden van de Tour de France, maar net zo goed van The Belgium Waffle Ride, een wedstrijd voor amateurs over onverharde paden. En vaak komt dan van het één het ander. ‘Strava, ook zoiets. Mensen kunnen zien hoe lang je hebt getraind, waar en met welke snelheid. Je had toen net een enorme klotewinter gehad, met de dopingbekentenissen van Boogerd en Armstrong. Ik dacht: weet je wat? Ik wil volledige transparantie, zet alles op Strava, dan kunnen mensen zien wat ik er allemaal voor doe. Op een gegeven moment was ik most followed athlete.’

In één adem verder: ‘Zo heb ik ook een tijdje op Zwift, een programma waarbij je virtueel tegen elkaar kunt rijden, speciale morning rides gedaan. Die kondigde ik dan weer aan op Twitter. Ik denk dan altijd maar hoe ik zelf als kleine jongen was. Boogerd en Armstrong waren mijn helden. Stel dat ik tegen ze had kunnen rijden op Zwift, reken maar dat ik dan een half uurtje later naar school was gegaan. De fans betalen ons salaris, we zijn een fan based sport. Dan mag je best iets terug doen voor die mensen, vind ik.’

Zondag doet hij niet mee aan het EK. Als klimmer heeft hij niets te zoeken op de vlakke, Noord-Hollandse wegen. Wel staat hij langs de kant met een onlangs speciaal aangeschafte brandweerwagen uit de jaren zeventig, een Mercedes Truck. ‘Toen ze me vroegen voor dat EK, zei ik: hartstikke leuk, maar die brandweerwagen komt langs het parcours te staan, daar maken we een bar van. Iedereen is welkom. En nee, het is niet dat ik denk: dat is goed voor het merk Laurens ten Dam of dat ik dat doe om uit te sloven. Ik reed tien jaar geleden al in een Chevy rond.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden