NieuwsAnne Terpstra

Mountainbiker Anne Terpstra is na corona onklopbaar

Haar zesde nationale kampioenstrui werd door mountainbiker Anne Terpstra zaterdag niet als heel bijzonder aangemerkt. Dat was iets te veel Zeeuwse nuchterheid, want de tegenwoordig in Zuid-Duitsland wonende sportvrouw heeft sinds maart een klein sterretje achter de naam staan: dat van ‘corona overwonnen’.

Anne Terptstra in actie. Beeld Klaas Jan van der Weij

Eind maart keerde ze ziek terug van een trainingskamp in Zuid-Afrika, in het fraaie Stellenbosch. Ze had in dat land de Cape Epic willen rijden, een magische koppelkoers op de terreinfiets die bekend staat als de Tour de France voor mountainbikers, maar corona greep toen al om zich heen. Nog voor Terpstra het vliegtuig naar Europa instapte, voelde ze zich al ellendig. Na thuiskomst was ze enkele dagen echt ziek, maar vervolgens herstelde ze niet.

Acht weken dacht ze aan de vergelijking met de vaatdoek. ‘In mei was ik geen atleet meer. Ik kon nauwelijks de trap op. Stond ik boven te hijgen. Uhhh. Uhhh. Ik dacht: misschien kan ik wel nooit meer fietsen. Want je weet dat je voor een wedstrijd je longen nodig hebt. En die waren lange tijd niet supergoed. Ik meet altijd mijn zuurstofwaarden. En die waren niet goed.’

Ze rustte en rustte, thuis in Apeldoorn en in Waldsassen, normaal een probaat middel om weer energie te krijgen. Het hielp niet. ‘Ik deed echt niks. Ook naast de fiets niet. Maar ik kon gewoon niks. Ik dacht: wat moet ik nou doen?’

De uitkomst kwam van trainer Guido Vroemen, niet bij toeval ook sportarts. Hij bedacht de manier om Terpstra uit die onvrijwillig gekozen lethargie te krijgen. ‘Guido zei: we gaan een duurweek doen. Extreem veel kilometers. Drie, vier, vijf uur. Op dag twee dacht ik: mijn god, hoe kom ik hier doorheen? Maar van dinsdag op woensdag in die week dacht mijn lichaam: o, zijn we dat aan het doen. Toen kwam er ineens herstel.’

Ze had twijfels gehad bij de aanpak van Vroemen. ‘Ik dacht niet dat het de juiste weg was, maar ik had geen andere keuze. Als het niet goed zou zijn, dan was ik weer gaan rusten. Maar Guido wist blijkbaar wel dat het de juiste weg was. Niet dat de eerste trainingen na die duurweek direct normaal verliepen. Er waren waarden waarmee ik nog steeds niks kon. Maar als je lichaam normaal functioneert en belastbaar wordt, dan ga je in zes, zeven, acht weken naar je niveau.’

Ze reed na de coronapauze haar eerste wedstrijd in Tsjechië. Ze was ‘zo zenuwachtig als een junior’, vertelde ze zaterdag op anderhalve meter afstand en met het in Duitsland en het internationale wielrennen verplichte mondkapje voor het gezicht. Ze liet de buitenwereld niks merken van die nervositeit. Ze won. De grote verrassing was dat ze anderhalf uur lang, de normale raceafstand, kon koersen. Mountainbiking is een sport waarbij voortdurend wordt gewisseld tussen stuurvaardigheid, moed en inspanning.

Anne Terpstra met mondkapje.Beeld Klaas Jan van der Weij

Het NK van Sittard, op het fraaie parkoers van Watersley, was Terpstra’s vijfde overwinning, in haar vijfde race van het tijdvak-na-corona. Vorig jaar had ze met het oog op de Europees Kampioenschappen nog afgezegd voor de race in wielergek Limburg. Nu niet. Het is momenteel een kwestie van pakken wat je pakken kan in het wielrennen.

Dinsdag staat ze aan de start van de eerste van vier World Cups in Tsjechië. ‘Vier wedstrijden in zes dagen. Dat is veel. Een dubbele ronde van de World Cup. Een shorttrack, dan een crosscountry, dan weer een shorttrack en een cross. Die korte wedstrijd van vrijdag is de lastigste. Die duurt twintig minuten. Die kun je eigenlijk niet indelen. En dat is mijn grote kracht: indelen, mijn eigen tempo rijden, niet tactisch koersen, niet reageren op die anderen die eventjes 380 watt in een klim kunnen trappen.’

Anne Terpstra werd vorig jaar in Andorra de verrassende winnaar van een wereldbeker en plaatste zich voor de Olympische Spelen van Tokio. Vier jaar geleden werd ze in de olympische mtb-wedstrijd van Rio vijftiende. Nu denkt ze dat ze in 2021 voor het goud kan gaan. In Sittard zegt ze zaterdagmiddag ronduit: ‘Ik denk dat ik kan winnen. Ik ken het parkoers. Het is heel technisch. Het gaat om heel precies rijden. Als je tien centimeter te veel naar links of rechts stuurt, dan lig je.’

De overeenkomst tussen Izu, de olympische wielerstad van Japan, en haar favoriete trainingsparkoers, het Fichtelgebirge in Zuid-Duitsland, staat aan de basis van dat optimisme. ‘Daar in het Fichtelgebirge, op twintig minuten van mijn woonplaats, liggen ongelooflijk grote stenen, vergelijkbaar met die van Izu. Je moet altijd dat trainen wat je in de wedstrijd ook krijgt. Zo’n rockgarden als hier in Sittard ligt, daar gaat mijn hart niet meer sneller van kloppen. Kiezels? Nee, dat is weer wat overdreven.’

Blijft in deze coronatijden de vraag overeind hoe zij nou toch dat virus heeft opgelopen? Ze heeft het niet kunnen analyseren. ‘Het gekke is dat mijn vriend ook niks heeft. Ikzelf had het al voor de vlucht. Dus ik kan niet zeggen dat ik het van andere mensen in het vliegtuig heb opgelopen. En de drie mensen met wie ik in Zuid-Afrika het huis deelde, zijn alle drie niet ziek geworden.’

Het is een raadsel, zou Anne Terpstra willen zeggen. Ze gaat geen tijd meer besteden aan de oplossing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden