Motivator van de grootste kampioenen

Lomme Driessens was een van de kleurrijkste mensen van de wielersport. Donderdag overleed de Vlaming. De grootste kracht van de ex-ploegleider was ‘mijn eigen coureurs oppeppen en anderen in de put steken’....

‘Wie zegt dat ik ooit sterf? Ze hebben me al dikwijls begraven, hè. Maar als ze me er hier onder stoppen, kom ik dáár weer boven. Nee, ik denk dat ik op m’n honderdste nog altijd in ’t spel zit.’

Hij heeft geen gelijk gekregen. Gisteren overleed de voormalige wielerploegleider Lomme Driessens op 94-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Vilvoorde. Zijn naam is verbonden aan de loopbaan van renners als Coppi, Gaul, Van Looy, Post, Merckx, Maertens en De Vlaeminck. Zijn grootste kracht was ‘mijn eigen coureurs oppeppen en anderen in de put steken’.

Driessens, op 4 mei 1912 in Vilvoorde geboren, was kortstondig wielrenner, zonder al te veel talent. Toen hij bij het verlaten van de militaire dienst bijna honderd kilo woog, ruilde hij de fiets in voor de licentie van soigneur, ‘iemand die zo’n beetje de benen voor een coureur door mekaar klutste’. Die masseerkunst leerde hij met name in het Brussels sportpaleis waar hij in contact kwam met de Franse wielerfabrikant Charles Garin. Die stelde hem voor ploegleider te worden.

Vanaf 1947 stond Driessens aan het hoofd van meer dan 25 ploegen. Vijf jaar begeleidde hij Fausto Coppi en Charly Gaul, tien jaar was Rik van Looy zijn pupil. Maar misschien had hij uiteindelijk nog het meest op met Freddy Maertens, met wie hij zich letterlijk dag en nacht bemoeide en die hij regelmatig uit een diep dal opviste.

Op de ‘erelijst’ van Driessens staan zeven wereldtitels (Middelkamp, Coppi, Van Looy, Merckx en Maertens), zes Rondes van Frankrijk (Coppi, Gaul, Merckx), zeven Rondes van Italië (Coppi, Gaul, Merckx) en rond de veertig klassiekers (o.a. Van Est en Post). ‘Ik heb alle groten gehad behalve Van Steenbergen, maar achter zijn gat heb ik nog heel wat kunnen doen. Mijn coureurs stormden als eerste over de streep, maar IK won de koersen.’

Echt rijk is Driessens er nooit van geworden. ‘Ik heb nooit naar geld gezien. Ik heb in mijn leven 1500 of 1600 mensen aan werk geholpen zonder dat die ‘dank u’ hebben gezegd. Coureurs zijn simpele jongens. Voetballers zijn andere mensen; die hebben betere manieren’, was de eenvoudige kijk van de Belg op de sportwereld. Net zo simpel, zo niet bekrompen was zijn visie op de echtgenote van de coureur (‘Die moet ’n goeie pasta kunnen maken. Haar enige recht is het aanrecht.’) en op de renner zelf (‘Die moet kunnen koersen, afzien en luisteren’).

Driessens had het hart vaak op de tong, hetgeen hem niet altijd in dank werd afgenomen, net zo min als zijn exuberante gedrag. Het maakte het nogal eens moeilijk zijn woorden op hun juiste waarde te beoordelen. Een uitspraak bijvoorbeeld als: ‘Ge kunt van mij geen koers kopen die ik kan winnen. Voor geen geld. Ik verkoop wel ’n koers die ik niet kan winnen. Dát is de kunst.’

Terugblikkend noemde hij in een interview het wereldkampioenschap van Maertens in 1981 in Praag het mooiste moment uit zijn carrière. ‘Het meest trieste was toen Maertens me in 1977 liet vallen en De Bruyne verkoos.’

Zijn levensvisie: ‘Dat ik me voor niets anders interesseer dan sport, zullen veel mensen wel een droevige zaak vinden. Maar ik voel me alleen dán gelukkig, en dat is toch het belangrijkste, dat iemand zich goed voelt?’

Al tijdens zijn leven voorvoelde hij wat de media bij zijn dood zouden gaan schrijven: ‘Wat zullen ze anders kunnen zeggen dan dat ik zo lang in de wielersport gezeten heb? En dat ik met alle grote coureurs heb gewerkt. Ik denk dat dat toch goed is?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden