Mogen de Tourgoden Nederland geel gezind zijn

Zaterdag begint het grote spektakel van de Tour de France in eigen land. Nederlandse wielerliefhebbers smachten al ruim 25 jaar naar een gele trui. Kan Tom Dumoulin eindelijk de ban doorbreken?

Tom Dumoulin.Beeld AP

'En laat nu maar eens iemand zeggen dat Holland geen wegrenners heeft', zegt Theofiel Middelkamp in 1936 tegen een verslaggever van de krant Het Volk, 'dan zullen wij hun zo nodig nog eens een Ronde van Frankrijk voor de neus draaien, want moe ben ik heus niet.'

Het Nederlandse aandeel in de Tour de France valt in vier hoofdstukken uiteen: 1936-1950, 1951-1967, 1968-1989 en 1990-2014. Als de wielergoden, en in het bijzonder Tom Dumoulin, ons goed gezind zijn, begint zaterdag het vijfde hoofdstuk dat 'De Wederopstanding' zou kunnen heten.

Waarom draait het in de Ronde van Frankrijk? Om één ding en dat ding is geel. Top-10 in het eindklassement is een loffelijk streven en ritzeges zijn kostbaar. Maar het gaat om de allerhoogste eer. Twintig jaar geleden gaf de Volkskrant een boekje uit onder de titel Het Gouden Habijt. De gele trui is zoiets als de heilige graal.

Tom Dumoulin.Beeld ANP
Joop Zoetemelk reed al 22 keer met een gele trui.Beeld ANP

Van verse herinnering naar fata morgana

Ten tijde van die publicatie is het geel nog een verse herinnering. Erik Breukink, die acht jaar eerder de laatste was, rijdt dan nog steeds mee in het peloton. Maar in de loop van de nieuwe eeuw wordt de gele trui een fata morgana. Nu, na 25 jaar in de woestijn, ligt het geel eindelijk weer eens binnen handbereik. Tom Dumoulin uit Maastricht is kandidaat-winnaar van de openingsrit in Utrecht.

Het Nederlandse aandeel in de Tour begint tachtig jaar geleden met Theofiel Middelkamp. De Zeeuw maakt deel uit van het kwartet dat Nederland voor het eerst vertegenwoordigt in de Tour, toen nog in naties opgedeeld. Middelkamp boekt bij zijn debuut al meteen een ritzege, waarna hij zijn boude uitspraken over vaderlandse mannetjesputters doet.

Toch duurt het tot 1951 eer een Nederlandse wielrenner goed genoeg is voor het gouden habijt. Wim van Est verovert met zijn ritzege ook de eerste plaats in het klassement. 'De stad Dax is van ons', juicht De Maasbode in de finishplaats.

Twintig dagen in het geel

Veel verder dan Dax komt Van Est niet in zijn gele trui. De volgende dag dondert hij in het ravijn. Maar de ban is gebroken. Van Est en zijn tijdgenoten Gerrit Voorting en Wout Wagtmans zullen gezamenlijk twintig dagen in het geel getooid gaan.

Ook de namen van Jan Janssen en Ab Geldermans horen thuis in dit tweede tijdvak van de Nederlandse Tourgeschiedenis. Geldermans, in 1964 twee dagen klassementsleider, is de oudste Nederlander die deze eer te beurt is gevallen. Janssen overkomt het twee jaar later, zij het slechts voor één dag.

Met hem breekt in 1968 het gouden tijdperk aan. Op de laatste dag verdringt hij de Belg Herman Van Springel van de eerste plaats en wordt de eerste Nederlander die de Tour eindigt in het geel. Als die kleur de maatstaf is, dan is Janssen een gemiddelde Tourdeelnemer geweest. Slechts twee dagen de hoogste in rang geweest tijdens de Ronde van Frankrijk.

Joop Zoetemelk is nationaal recordhouder met 22 gele truien. In 1971 beleeft hij zijn primeur. Negen jaar later krijgt hij het geel in de schoot geworpen als Bernard Hinault geblesseerd afhaakt. Hij behoudt de leiding tot op de Champs-Elysées in Parijs.

Jan Janssen.Beeld ANP

49 ritzeges tot en met 1989

Vervolgens is het hek van de dam. Tien jaar lang is Tour een Nederlands woord. Tot en met 1989 worden 49 ritzeges geboekt, een gemiddelde van bijna vijf. Op 35 erepodia staat een Nederlandse coureur in zijn gele tricot te wuiven naar de toeschouwers.

In die reeks is Erik Breukink de laatste als winnaar van de proloog in '89. Verwend door het succes beseft ploegleider Peter Post de waarde niet. De volgende ochtend laat hij het geel alweer schieten in een ritje van niks omdat zijn manschappen 's middags fris moeten zijn voor de ploegentijdrit. Teleurgesteld verhuist Breukink naar de PDM-ploeg. Het jaar daarop eindigt hij nog wel als derde in het klassement, maar dan is het tijdvak van de grote droogte aangebroken.

1989 is ook het jaar van de Oost-Europese revoluties. De grenzen gaan open, de concurrentie wordt groter. Dat is zeker het geval wanneer de Engelstalige wereld zich in de strijd om het geel mengt. Nederland spreekt niet langer meer een woordje mee. Voor het klassement wordt steeds vaker een beroep gedaan op buitenlandse wielrenners. Het geel raakt besmet door de aanhoudende reeks van dopingschandalen.

Toch heeft België, waar zich een vergelijkbare ontwikkeling afspeelt, nog wel eens het geluk van een ritwinst met geel als bonus. Zelfs dat is Nederland niet vergund. Soms is het slechts een kwestie van seconden, maar in 24 Ronden van Frankrijk zit het nooit eens mee.

Het woord is aan Tom Dumoulin.

Breukink.Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden