Mindere bochtentechniek en conditie leiden tot slechts drie diploma's

Groothuis (4e) mist de macht om in de bocht door te halen...

Van onze verslaggever John Volkers

Vancouver Vier, vijf en zes. Olympische diploma’s in plaats van glanzende medailles. Subtop, geen top. Schaduw, waar schijnwerpers werden verwacht.

Stefan Groothuis (4e), Mark Tuitert (5e) en Simon Kuipers (6e) eindigden op de 1000 meter, ‘hun’ 1000 meter, op de meest naargeestige plaatsen die er in de sport zijn. Net naast het podium, op plekken die zij, ambitieuze pupillen van een minstens zo gretige schaatscoach (Jac Orie), niet eens als troostprijzen zullen beschouwen.

Ze hadden hun doelstelling hoog opgekrikt. Groothuis meende in alle oprechtheid dat Shani Davis te verslaan zou zijn. Hij zat er, niet voor het eerst dit seizoen, compleet naast. Tuitert en Kuipers waren bescheidener. Zij zouden met elke plek op het podium tevreden zijn geweest.

Misschien erkenden zij in hun hoofd wel dat de beste schaatser van de wereld uit de Verenigde Staten komt en toevallig hun twee favoriete afstanden, 1000 en 1500 meter, had uitgekozen om te overheersen. Davis, de wereldkampioen allround van 2005 en 2006 en de sprintwereldkampioen van 2009, heeft zich dit jaar gespecialiseerd op de middenafstanden.

Groothuis moest erkennen dat hij op de Olympic Oval van Richmond niet kon opbieden tegen Davis, de man van ‘vijf uit vijf’ op de kilometer. Hij verloor, omdat hij de twee buitenbochten, bocht 3 en 4 voor de in de binnenbaan gestarte rijder, niet voluit kon doorhalen. ‘Doortrappen’ heet dat in het jargon. ‘Bam, bam doen’, zo omschreef Groothuis het zelf.

Daar miste hij de macht en de energie om door te kunnen halen. Twee weken ziekte na aankomst in het trainingskamp in Calgary hadden de Nederlander gesloopt. Hij had op de vliegreis een bacteriële infectie aan de luchtwegen opgelopen. Vier dagen koorts bleken een killer voor de conditie.

Hij had zelfs nog twijfels gehad over zijn deelname. ‘Game over, next play’, zo beschreef hij dat in de taal van zijn favoriete computerspel.

Uiteindelijk was hij toch fit geworden. ‘Maar op de Spelen moet je megafit zijn’, was zijn harde analyse na de vierde plaats, op 0,51 seconden van Davis.

Misschien kampte Groothuis ook met een gebrek aan competitie. Deze olympische winter, met twee pieken in Nederland bij NK afstanden en OKT, kwam hij slechts één keer echt in een wedstrijd met Davis uit.

In Berlijn viel hij. In Heerenveen reed hij in de B-groep. Voor Salt Lake City zegde hij af. In Calgary werd hij begin december vierde, op achttiende seconde van winnaar Davis. Dat was niet erg bemoedigend.

Groothuis moet gaande het seizoen steeds hebben teruggedacht aan november 2008, toen hij in Berlijn na heel veel zilverwerk een wereldbekerzege boekte en Davis met 0,02 verschil versloeg. Het was te weinig om met een stevig verwachtingspatroon naar Vancouver te vertrekken.

Groothuis was gecontroleerd teleurgesteld. Onder normale omstandigheden zou hij de winnaar van het zilver, de Koreaan Mo, en de bronzen Amerikaan Hedrick hebben aangekund. Dat gevoel leefde ook sterk bij Mark Tuitert, de nummer vijf van de 1000 meter. Die liep hardop te foeteren dat hij ‘die Hedrick’ had moeten hebben.

Ook bij Tuitert deed een mindere bochtentechniek zijn kans teniet. Een misslag bij het uitkomen van de tweede bocht, waar de middelpuntvliedende kracht het meest van de dijbenen vraagt, had hem de das omgedaan. Het leverde een gebrekkige snelheid op de eerste kruising op. En dan had hij ook nog niets aan zijn tegenstander Denny Morrison gehad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden