Michel van Egmond toont in zijn nieuwe boek de geheime machinekamer van het topvoetbal

De Twaalfde Man

Het nieuwe boek van Michel van Egmond heet Deal. Het gaat over Rob Jansen, de Haagse Porsche-rijder die eerst als vakbondsman en later als zelfstandig ondernemer in het voetbal een kolossaal, maar grotendeels verborgen imperium opbouwde. Voetbalagent, noemt hij zichzelf.

Mijn verwachtingen waren niet hooggespannen. Zonder twijfel had Jansen een fors eisenpakket op tafel gelegd voordat hij ermee instemde dat Van Egmond hem mocht volgen.

Hij heeft er baat bij dat zaken verborgen blijven. Zijn werk drijft op discretie, niet op openheid. Bovendien lag zelffelicitatie op de loer. Rob Jansen is ijdel genoeg voor een eerbetoon in boekvorm.

De ondertitel 'Met Rob Jansen achter de schermen van het topvoetbal' is weliswaar veelbelovend, maar ook on-Van Egmondiaans pretentieus. Lessen in bescheidenheid zullen hier niet worden gegeven.

Twintig jaar geleden had ik op Schiphol een ontmoeting met Jansen. Er was alle aanleiding voor een groot interview. Hij was machtig en had met zijn bedrijf Sport-Promotion de halve selectie van het Nederlands elftal in zijn stal.

Het werd een geslaagd interview. Jansen kon goed uitleggen waarom hij de stap naar de commercie had gemaakt en sprak vol liefde over zijn vader, Karel, een man die onder meer als principe had dat je als socialist niet in bepaalde auto's mocht rijden.

Als ontmoetingsplek had Jansen op Schiphol het Hiltonhotel voorgesteld. Om aan te tonen dat de zoon niet in alle opzichten op de vader leek, schetste ik de aankomst van Jansen. Hij kwam aanrijden in een Porsche. Het werd een toestand, want Jansen wilde niet dat ik dat opschreef en eiste dat het zou worden geschrapt.

Ron Jansen rijdt nog steeds in een Porsche, of beter gezegd weer. In het begin van Deal heeft hij naast onder meer een twintig meter lang jacht in het Zuid-Franse Cap d'Antibes, een 'Bentley zo groot als een vliegdekschip'. Al na vier maanden ruilt hij de Bentley weer in. 'Hij beviel niet. Dat was typisch weer zo'n impulsaankoop.'

Ik vermoed dat Van Egmond veel plezier heeft beleefd aan het tikken van het woord impulsaankoop. Deal staat vol met dit soort droge observaties. Van Egmond is als vanouds (Kieft, Gijp) de toeschouwer met de opgetrokken wenkbrauw.

Jansen komt er in Deal goed van af. Hij is een workaholic met maniakale trekjes en meedogenloos als het moet, een stressverslaafde bluffer die zichzelf als een 'sociaal-dictator' omschrijft, maar ook een man met principes. Hij jaagt op de fee die aan transfers vastzit, maar met zijn kaarten open op tafel.

Na al die jaren is hij nog steeds in staat de idiote uitwassen van het voetbal te herkennen. Ik geloof dat ik hem ook als zaakwaarnemer zou willen, al is het wat onhandig dat hij niet kan en wil mailen. Hij excelleert in zijn werk en is niet rancuneus. En je kunt met hem lachen, dat is ook niet onbelangrijk.

De verbazing van Van Egmond is niet gespeeld. Wat hij ziet en hoort als hij aan de zijde van Jansen door Europa reist, vliegtuig in, vliegtuig uit, is dan ook verbijsterend - zelfs voor lezers die wel zo ongeveer denken te weten wat er in de coulissen van het voetbal allemaal wordt bekokstoofd. Wie wist dat Rob Jansen ervoor heeft gezorgd dat Dick Advocaat bondscoach is geworden?

Voor (oud-)sportjournalisten is het een pijnlijk en confronterend boek. Ze blijken geen flauw benul te hebben wat aan een transfer of de benoeming van een trainer voorafgaat; wie het uiterst ingewikkelde spel spelen en wat de regels zijn.

Deal is groter dan Jansen. Het zijn de terloopse onthullingen over de machinaties achter de schermen van de Europese topclubs die het boek zijn kracht geven. Met Jansen als zijn flamboyante gids toont Van Egmond ons de geheime en afgeschermde machinekamer van het topvoetbal.

Paul Onkenhout is redacteur van de Volkskrant. Reageren? p.onkenhout@volkskrant.nl

Meer over