Nieuwsmichel butter

Michel Butter over afgelastingen: ‘Ik wil nu geen zwakte tonen. Maar uiteindelijk moet ik er vrede mee hebben’

Michel Butter in actie tijdens de City Pier City loop in 2020. Beeld Jiri Buller

Voor Michel Butter leek 2020 overzichtelijk: op 5 april zou hij zich in Rotterdam plaatsen voor de olympische marathon. Maar toen ging race 1 niet door en werd wedstrijd 2 in Tokio twijfel­achtig. ‘Ik probeer mijn vorm vast te houden.’

Michel Butter werkte toe naar een onvergetelijk één-tweetje: een toptijd ­lopen bij de ­marathon van Rotterdam om zo, na twee mislukte kwalificatiepogingen, eindelijk te kunnen deelnemen aan de Olympische Spelen.

Toen dook het coronavirus op. ‘Het is bizar wat er nu aan de hand is. Normaal sluit ik me af voor dingen waar ik geen invloed op heb. Maar ik ben ook een mens van vlees en bloed met emoties. Dit is echt schrikken.’

De marathon van Rotterdam, gepland voor 5 april, werd donderdag afgelast. Dat maakt olympische kwalificatie al ­lastig voor Butter, maar betekent ook dat een goede voorbereiding op Tokio ­vrijwel onmogelijk is. De marathon is zo’n aanslag op het lichaam dat de meeste topatleten slecht tweemaal per jaar de 42 kilometer afleggen. Vaak zit er een half jaar tussen twee wedstrijden om blessures te voorkomen. Vier maanden, tussen april en de olympisch atletiekmaand augustus, geldt als krap.

Vrijdagochtend liep Butter nog een duurtraining van 43 kilometer met zijn coach Guido Hartensveld. Waarvoor weet hij niet meer. ‘Normaal werk je naar 5 april toe. Nu werk ik ineens niet naar een specifieke datum toe. Het ene na het andere evenement wordt afgeblazen. Ik kan mij nergens aan vasthouden. Dat is lastig. Ik probeer deze vorm maar gewoon zo lang mogelijk vol te houden.’

Butter behoort met Abdi Nageeye, ­Kamiel Maase en Gerard Nijboer tot de vier Nederlanders die een marathon ­onder de 2 uur en 10 minuten hebben afgelegd. Hij hoopt dat het virus snel beheersbaar wordt en dat er toch nog een wedstrijd is waar hij een laatste kans krijgt om zich voor de Olympische ­Spelen te plaatsen. Hij bekijkt de situatie per week. Officieel kan hij zich nog tot en met 31 mei kwalificeren, maar overal verdwijnen marathons van de kalender.

Tijdens de lange training met zijn coach had Butter het erover dat hij misschien een plan B moest bedenken. Maar het is lastig om zoiets vorm te geven, aangezien niets duidelijk is op dit moment. ‘Zoveel sporters missen hierdoor een belangrijk kwalificatiemoment. Het zou heel zuur zijn als dat mij ook zou overkomen, maar ik moet eerst nog zien of de Olympische Spelen wel doorgaan in juli.’

Plan B

Voor Butter is de afgelasting van ­Rotterdam ook wrang, omdat hij zich ­altijd bewust is van virusgevaar. Hij moet in de aanloop naar een marathon steeds goed opletten dat hij niet ziek wordt. Hij ontleent zijn inkomen aan twee wedstrijden per jaar. Zo schudt hij tijdens zijn voorbereiding alleen handen als hij weet dat hij toch van plan is om naar het toilet te gaan. ‘Iedereen vraagt mij nu of ik dit doe vanwege ­corona’, vertelt hij. ‘Ik schud überhaupt geen handen in de laatste weken voor een marathon.’

De gemiste kwalificatiekans op het snelle parcours van Rotterdam doet ook pijn omdat Butter om verschillende ­redenen twee keer naast een olympisch ticket greep. In 2012 had hij zich kunnen kwalificeren voor de Spelen van Londen door in Boston bij de beste acht te eindigen én een tijd onder de 2.12.00 te lopen. Het was snikheet die dag, Butter liep 2.16.38. Zelfs de winnaar Wesley Korir kwam niet aan die tijd. Korir won in 2.12.40.

‘Iedereen feliciteerde me toen. ‘Je mag naar de Spelen’, zeiden ze allemaal. Niet dus. Het was onbegrijpelijk.’ Butter hoopte nog dat er een uitzondering gemaakt zou worden vanwege zijn topprestatie in Boston. De Atletiekunie was onverbiddelijk. ‘Wat had ik dan moeten doen, met een minuut voorsprong winnen, ofzo? Ik heb er later veel over nagedacht. Dit klopte gewoon niet. Het was net alsof je Parijs-Roubaix met vijf minuten voorsprong moet winnen.’

Vier jaar later moest Butter onder de 2.11.00 lopen om zich te plaatsen voor de Spelen van Rio. Hij kwam in Amsterdam slechts 8 seconden tekort. Met die situatie kan hij beter leven. Ook die dag zat het weer niet mee. Het had veel geregend. ‘Ik steeg die dag boven mezelf uit. Alles was goed gegaan in de voorbereiding, terwijl ik de jaren daarvoor veel blessures had. Het was een onwijs goede piek. Dan kun je denken, tja, die 8 seconden. Maar ik ben geen machine die je met een joystick 8 tellen harder kunt laten lopen. Ik heb echt nergens iets laten liggen.’

Butter was er ziek van, natuurlijk. Hij zou er nu ook ziek van zijn als hij door het coronavirus voor de derde keer de Spelen zou missen. De limiet was ditmaal gunstig: 2.11.30. Met zijn nieuwe, ­extra verende schoenen leek een snelle tijd iets gemakkelijker te behalen. ­

Bovendien is dit zijn laatste kans. Hij is 34. Over vier jaar, bij de Spelen van Parijs, is hij waarschijnlijk te oud om mee te doen. ‘Zoals ik er nu in sta, kan ik daar even niet mee leven. Ik wil nu geen zwakte tonen. Maar uiteindelijk moet ik er vrede mee hebben. Ik kan alleen maar mijn ding doen en heel goed zijn op die ene dag.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden