analyse

Met wie is Pogacar te vergelijken: met de Kannibaal Merckx of de patron Hinault?

De Sloveen Tadej Pogacar won zondag op 22-jarige leeftijd alweer zijn tweede Tour de France. Hoe verhoudt hij zich tot eerdere veelwinnaars?

Twee grote meneren uit het Tourverleden: de Belg Eddy Merckx (links) en de Fransman Bernard Hinault. Tadej Pogacar zou van beide wielrenners karaktertrekjes vertonen.  Beeld AP
Twee grote meneren uit het Tourverleden: de Belg Eddy Merckx (links) en de Fransman Bernard Hinault. Tadej Pogacar zou van beide wielrenners karaktertrekjes vertonen.Beeld AP

Tadej Pogacar voelt zich steeds meer op zijn gemak met de pers. De winnaar van de Ronde van Frankrijk – zijn tweede opeenvolgende zege – geeft dit jaar vanaf zijn verovering van de gele trui op 3 juli elke dag een persconferentie per video, steevast met die trui om de schouders. De 22-jarige, meer jongen nog dan man, begon onwennig. Hij antwoordde liefst met één woord, uit vrees verkeerd te worden begrepen. Maar hij leerde snel en ruim twee weken later babbelde Pogacar geroutineerd over de moeilijkste vragen heen.

De laatste zaterdag van de Tour is er altijd een grote persconferentie met de winnaar. Niet per video, maar met Pogacar in persoon op een podium tegenover circa veertig mediavertegenwoordigers. Hoeveel hij in zijn tweede Tour ook had bijgeleerd, de eerste vraag zag de Sloveen niet aankomen, terwijl die toch voor de hand lag: met welke meervoudige Tourwinnaar wil je wel vergeleken worden, bijvoorbeeld Merckx, Hinault, Indurain, Froome? En met welke niet – Armstrong, wellicht?

‘Ik wil mezelf liever niet met iemand vergelijken’, zei hij in zijn gebruikelijke monotone dictie. ‘Ik houd niet van vergelijkingen, want elke renner is uniek.’

Nieuwe Kannibaal

Daar denken sommige van de genoemde oud-winnaars toch heel anders over. ‘Hij is de nieuwe Kannibaal’, zei nota bene de oude Kannibaal, Eddy Merckx, nadat hij vrijdag na de 19de etappe met Pogacar op het podium van finishplaats Libourne had gestaan.

De erelijst van Merckx is eindeloos, met onder meer vijf overwinningen in zowel de Tour als in de Ronde van Italië, drie wereldkampioenschappen, zeven keer winst in Milaan-San Remo vijf keer Luik-Bastenaken-Luik en drie keer Parijs-Roubaix. Toch voorspelde diezelfde Merckx dat Pogacar hem gaat overtreffen, niet alleen in aantal Touroverwinningen, maar in alles. ‘Als hem niets overkomt.’

De Belg ziet in Pogacar dezelfde onverzadigbare veelvraat als hijzelf was: aan een wielerwedstrijd meedoen, betekent dat je hem wilt winnen. Pogacar heeft de grootste wielrenner aller tijden dit jaar niet teleurgesteld en won de meeste koersen waar hij aan de start verscheen: Luik-Bastenaken-Luik, de Tirreno-Adriatico en de wat minder tot de verbeelding sprekende meerdaagse wedstrijden UAE-Tour en Ronde van Slovenië.

De Spanjaard Miguel Indurain won vijf keer de Ronde van Frankrijk en was 27 bij zijn eerste Tourwinst in 1991. Net als Lance Armstrong bij zijn eerste in 1999, hoewel alle zeven Tourzeges van de Amerikaan zijn geschrapt. Oud-renner Laurens ten Dam merkt in het AD op dat in de tijd waarin hij is opgegroeid Indurain en later Armstrong het geel altijd in de eerste de beste bergrit veilig stelden, zoals ook Pogacar een knock-out uitdeelde in de eerste, kletsnatte bergetappe op die nu al vermaarde derde juli.

Kruimels voor de rest

‘Met een verdeel-en-heers-tactiek’ lieten Indurain en Armstrong daarna ‘de kruimels aan de rest’, memoreert Ten Dam. Hij verwachtte dat Jonas Vingegaard, de uiterst verrassende nummer twee van deze Tour en zeer gewaardeerd door de twee jaar jongere Pogacar, van die laatste wel een geschenk zou krijgen in de vorm van de ritzege in Luz-Ardiden, afgelopen donderdag. ‘Jonas de rit, Tadej de Tour.’ Maar Pogacar zette aan voor een sprint bergop en won zijn derde rit deze Tour én de bolletjestrui. ‘Het was de sprint van een kannibaal’, concludeerde Ten Dam.

Door die sprint won Pogacar twee etappes achter elkaar terwijl hij de gele trui droeg. De laatste die dat lukte was Bernard Hinault die als klassementsleider de laatste twee etappes van de Tour van 1979 won.

Tadej Pogacar op weg naar Luz-Ardiden in de Pyreneeën. De Deen Jonas Vingegaard volgt.  Beeld AFP
Tadej Pogacar op weg naar Luz-Ardiden in de Pyreneeën. De Deen Jonas Vingegaard volgt.Beeld AFP

Dat Pogacar bovendien die bergtrui niet laat liggen, als hij hem net zo makkelijk kan winnen, daarin herkent de nu 76-jarige Merckx ook zijn eigen kannibalisme. Daarnaast kijkt hij met zijn voorspelling dat de Sloveen ‘mijn opvolger’ wordt ook domweg naar leeftijd. Merckx was 24 toen hij zijn eerste Tour won, Pogacar wint zijn tweede op 22-jarige leeftijd, net als zijn eerste Luik-Bastenaken-Luik. Merckx was bijna 24 toen hij dit monument voor het eerst op zijn naam schreef. ‘De Giro, de Vuelta, eendagsklassiekers’, zegt Pogacar nu, ‘ik wil het allemaal ervaren en dan zie ik wel waarheen de weg leidt. Ik stel mezelf geen doelen.’

Patron in de maak

Nu de grote meester heeft gesproken en geoordeeld dat het goed is, vergelijkt ook de laatste Nederlandse Tourwinnaar (1980), Joop Zoetemelk, die niets mist van de Tour, Pogacar met Merckx. Maar ook met vijfvoudig Tour-winnaar Bernard Hinault, die tevens drie keer de Giro won en twee keer de Vuelta. Hinault was bijna 24 bij zijn eerste Tour- en Vuelta-winst. ‘Ik kende mijn potentie niet’, blikte Hinault terug op het begin van zijn carrière. ‘Ik leerde heel langzaam.’

De Breton won veel, maar wordt misschien nog wel meer herinnerd om zijn leiderschap. Hij was de patron van het peloton. Daar was drie weken geleden geen spoor van te ontdekken bij de bleue, nog wat introverte Pogacar. Maar vrijdag bleek hoe steil zijn leercurve is sinds hij zich heeft vereenzelvigd met het geel om zijn schouders.

Kort na de start werd die dag in de 19de etappe het halve peloton opgehouden door een valpartij. Twee renners grepen daarop hun kans en sprongen weg, waarop Pogacar aanzette, achter het tweetal aanging en ze hoogstpersoonlijk tot de orde riep. ‘Ik moest de boel kalmeren’, zei Pogacar erover, ‘maar ik beschouw mezelf niet als de baas van het peloton. Ik wil eigenlijk alleen maar plezier hebben op de fiets.’

Hinault werd getraind en gecoacht door Cyrille Guimard, volgens de Amerikaanse drievoudig Tourwinnaar Greg LeMond de beste wielertrainer ooit. Ook Guimard kon de vergelijking met Merckx en Hinault niet weerstaan en stelt dat Pogacar nu al van een hoger niveau is. ‘Het maakt niet uit wat de omstandigheden zijn, hij hoeft nooit te vechten. Hij is simpelweg aan het fietsen.’

Chris Froome moet het nog zien

‘Hij is volwassen voor zijn leeftijd en compleet’, heeft viervoudig Tour-winnaar Chris Froome, dit jaar pijnlijk achteraan rijdend in elke etappe, van Pogacar gezien. ‘Een goede tijdrijder en een goede klimmer, dat moet je zijn om voor het klassement van een grote ronde te gaan en hij is beide.’ Maar de nieuwe Merckx? ‘Het is nogal wat om op je 22ste twee keer de Tour te hebben gewonnen. Hij kan alle records breken, maar ik moet het nog zien.’

‘Records interesseren me niet’, reageert Pogacar, ‘ik wil genieten van het moment. Ik wil mijn tegenstanders niet vermorzelen, maar tegen ze fietsen zoals vroeger tegen mijn broer: proberen te winnen, maar tegelijk plezier hebben.’ Als Tadej Pogacar de Kannibaal ooit voorbij streeft, is dat kennelijk het toevallige resultaat van een carrière lang lol op de fiets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden