Met wapperende haren door Kenia

In haar geboorteland Kenia strijdt Lornah Kiplagat voor het lot van jonge vrouwen. De wereldkampioene 20 kilometer, die dit weekeinde in Italië haar titel verdedigt, laat ze studeren en sporten....

Mark van Driel

Aan het stalen toegangshek hangt een bord met een schets: een atlete rent met wapperende haren door de Keniaanse heuvels. Onder de afbeelding staat in blauwe letters: ‘University of Champions’.

De schets zou Lornah Kiplagat kunnen voorstellen, de eigenaresse van het trainingscentrum dat schuilgaat achter het hek. Maar ze hoopt dat ook andere vrouwen zich herkennen in de schildering. Op haar terrein staat het jonge Keniaanse vrouwen vrij zich student te voelen, of kampioen.

Haar High Altitude Center in het Keniaanse stadje Iten is een oase van beschaving voor meiden die zich niet willen schikken in hun traditionele lot. Ze voelen er weinig voor een echtgenoot te dienen, als eerste, tweede of misschien zelfs derde of vierde vrouw. Ze willen studeren, hardlopen, of allebei.

Kiplagat, de wereldkampioene 20 kilometer die dit weekeinde haar titel verdedigt in Italië, is hun grote voorbeeld. De meiden zijn niet bij haar weg te slaan als ze zich in het kamp begeeft. Als ze plaatsneemt op een stoel, scharen ze zich rond haar voeten in het gras. Ze kijken in aanbidding naar haar op.

De atlete geniet van de aandacht. Zij wil niets liever dan andere vrouwen een toekomst geven, in de atletiek of erbuiten. Sinds 1999, toen haar kamp vorm begon te krijgen, heeft ze naar schatting 130 meiden voor korte of langere tijd kost en inwoning gegeven. Sommigen gingen naar school, anderen zijn opgeleid tot hardloopster.

Het is slechts het begin, zegt ze even later hoopvol in de eetzaal van het centrum dat bestaat uit tientallen gastenverblijven, een fitnessruimte, een bibliotheek en fysiotherapiepraktijk. Nederlandse atleten komen graag bij haar op hoogtestage. In de keuken bereidt haar kok een middagmaal. ‘Mijn grootste wens is het oprichten van een meisjeskostschool met vierhonderd kinderen, vier uit elk district in Kenia.’

Kiplagat gelooft onvoorwaardelijk in het nut en de noodzaak van emancipatie in haar geboorteland. Vrouwen nemen een ondergeschikte positie in, vooral op het platteland. Die achterstelling verklaart voor een groot deel waarom Keniaanse atletes nog niet zo succesvol zijn als de Keniaanse mannen, die de loopsport steeds meer domineren.

‘Hoe beter opgeleid de vrouwen zijn, hoe beter het is. Vrouwen worden onderdrukt, omdat ze geen keuze hebben, geen opleiding’, zegt de atlete, die eerder dit jaar de Lornah Kiplagat Foundation heeft opgericht om fondsen voor de kostschool te werven.

‘De meiden kunnen de atletiek in gaan, of kiezen voor een maatschappelijke loopbaan. Het gaat erom dat ze niet langer moeten accepteren dat ze worden onderdrukt. Hier op het platteland komt het nog te vaak voor dat mannen hun vrouw aanduiden als hun kind. Dit is mijn kind, zeggen ze als ze haar voorstellen.’

In de ogen van haar pupillen heeft Kiplagat veel weg van een goede fee, die ze heeft bevrijd van de strijd tegen armoe en onderdrukking. Ze kunnen zich nauwelijks voorstellen dat haar rijkdom te danken is aan hardlopen. Vlakbij het trainingscentrum hebben Kiplagat en haar Nederlandse echtgenoot Pieter Langerhorst een ruime woning met een magistraal uitzicht over een vallei. De wereldkampioene, die geen rijbewijs bezit, heeft de beschikking over een Landrover en chauffeur.

Toch heeft de 33-jarige atlete in haar jonge jaren ook aan den lijve ondervonden welke krachten een ambitieuze vrouw in Kenia moet overwinnen om haar lot te verbeteren. Rennen deed ze als kind veel. Naar school was het zes kilometer met blote voeten over onverharde wegen, ook in koele periodes als de heuvels van haar geboorteplaats Kapboit soms maandenlang in dichte mist waren gehuld. Op school behoorde ze tot de beste loopsters. Ze deed zelfs mee aan het nationale kampioenschap.

Maar toen ze na de middelbare school door wilde met atletiek, werd dat in de buurt nauwelijks getolereerd. ‘Ik ging al om 4 uur ’s ochtends trainen, zodat niemand me zou zien’, zegt Kiplagat. ‘Strakke hardloopkleren werden gezien als onbehoorlijk, als iets voor prostituees. Korte broeken konden helemaal niet. Nog steeds merk ik dat het tijd kost voordat nieuwe meisjes de straat op durven met blote benen.’

Op haar eerste buitenlandse reis ondervond Kiplagat dat de meeste mannelijke atleten uit Kenia de vrouwen als sloofjes behandelen. Ze werd door een manager ondergebracht in een huis met mannen die er voetstoots van uitgingen dat zij, als enige vrouw, zou koken en de was zou doen.

De eerste week deed ze wat van haar werd verlangd. Daarna protesteerde ze. Ze wilde trainen en rusten, net als de mannen. Ze werd uitgescholden en voelde zich bedreigd. Maar ze had geluk. Toen ze haar toenmalige manager op de hoogte bracht van de situatie, stuurde hij de onredelijkste atleet meteen terug naar Kenia.

‘Ik dacht dat die atleet me wel zou willen doden’, zegt Kiplagat. ‘Maar sindsdien heb ik zijn respect. En ook dat van die andere mannen. Ik was een klein meisje, maar sinds die dag had ik ze onder controle. Ik kon bepalen wat er gebeurde. Zij waarschuwden me daarna wel altijd: jij zult nooit een echtgenoot vinden, er is geen man die met jou wil samenleven.’

Haar onafhankelijkheid dankt Kiplagat vermoedelijk aan haar opvoeding. Ze is, voor Keniaanse begrippen, van goede komaf. Het land van haar vader, dat op anderhalf uur rijden ligt van haar trainingskamp in Iten, reikte zo ver het oog kon zien. Er graasden 120 koeien.

Bij haar thuis waren jongens en meisjes gelijk. Dat was niet eens een bewuste keuze van haar vader, die met twee vrouwen was getrouwd, als wel de logische uitkomst van de familiegeschiedenis.

Haar vader was de enige jongen in een gezin met negen zussen. Haar grootvader was eveneens de enige jongen in een familie met veel zussen. De mannen in haar familie waren dus van kinds af aan gewend de macht te delen met vrouwen.

‘De vrouwen in mijn familie hebben de broek aan. Mijn zussen en ik werden niet gediscrimineerd. De meisjes moesten de kleren van moeder wassen, de jongens die van vader. Ik mocht ook de koeien hoeden, wat echt jongenswerk was.’

Aan een van haar oudere zussen heeft Kiplagat haar scholing te danken. Hoewel haar vader de school gemakkelijk kon betalen, vond hij leren onzinnig. Hij was een man van de oude stempel, die nog dacht dat land en vee een garantie voor een goede toekomst waren. ‘We moesten zeuren om geld voor de kostschool.’

Kiplagat kan zich dus enigszins voorstellen wat jonge vrouwen uit minder bedeelde gezinnen te overwinnen hebben. Het is voor hen een openbaring om in het kamp te leven, waar ze door strikte regels worden beschermd. Het is mannen verboden de meisjes te vragen de was te doen.

Die aanpak werkt volgens Kiplagat. Het zelfvertrouwen van de tieners groeit zienderogen. Sommigen meiden hebben met haar hulp een studiebeurs bemachtigd voor een Amerikaanse universiteit. Ze schat dat ongeveer vijftig vrouwen die een periode in haar kamp hebben doorgebracht, kunnen leven van hardlopen.

Hilda Kibet, die afgelopen week een Nederlands paspoort kreeg en volgende week debuteert op de marathon van Amsterdam, is de beste van het stel. Zij heeft Kiplagat al eens verslagen.

Toch gaat het niet altijd goed. De University of Champions is ontdekt door westerse managers. Zij beloven de atletes soms gouden bergen, waardoor ze van de ene op de andere dag verdwijnen. Kiplagat schat dat er tachtig tot honderd managers actief zijn in Kenia, waarvan slechts 10 procent de atletes met respect behandelt.

‘Het ergste is het als meisjes hun school niet afmaken. Ze trainen een paar jaar hard, hebben geen diploma. Ze worden naar Europa gelokt met mooie beloften. Ze moeten koken en schoonmaken voor de mannen, en soms ook andere diensten verlenen. En als ze geen succes behalen, hebben ze niks. Dan kunnen ze trouwen en in Kenia de derde of de vierde echtgenote worden.’

De strijd is niet gestreden, wil Kiplagat maar zeggen. Al gaat Kenia langzaam vooruit. Er is meer aandacht voor de rechten van vrouwen, ook buiten de sport. En atletiek wordt steeds meer een geaccepteerde loopbaan voor vrouwen. Toen zij voor het eerst naar Iten kwam, negen jaar geleden, deden er nauwelijks vrouwen aan atletiek. Nu zijn het er wel honderd. De emancipatie is volgens haar in volle gang.

‘Het succes dat we nu al hebben bereikt, motiveert me door te gaan. Ik heb nog steeds die woede uit de begintijd. Het onrecht tegen vrouwen moet stoppen. Hier in de buurt zie je mannen altijd maar rondhangen, terwijl de vrouwen het werk doen. Ik zeg altijd dat dit land draait op vrouwen.

‘Ik zeg het niet al te hard. Je moet diplomatiek blijven om te voorkomen dat je mensen tegen de haren in strijkt. Maar geef het vijftig jaar. Dan zal je zien wat de vrouwen hebben bereikt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden