Column Clubwatcher FC Emmen

Met Lubbers Logistics aan het roer maakten we nog altijd kans om heelhuids aan te komen

De eerste keer dat ik onze voorzitter zag, droeg hij een blauw jasje met goudgestikte versierselen op de mouwen en schouders. Het haar kort, achterover gekamd met een likje gel – bijna alle mannen in Emmen hebben een likje gel. Ik dacht dat hij een artiest was, waarschijnlijk een bekende, want iedereen wilde met hem praten.

De artiest bleek Ronald Lubbers (Schoonebeek, 1966), de man achter, naast, boven en voor de club. Zonder hem vermoedelijk geen FC.

Lubbers houdt niet van pakken. Directeur Wim Beekman wordt uitsluitend in leren jack aangetroffen. Vorig seizoen genoot trainer Dick Lukkien enige bekendheid als ‘spijkerbroekentrainer’. Het officiële clubkostuum bestaat uit een blauw jasje met een bijkleurende spijkerbroek. Sportief en toch netjes.

In de tv-serie Emmen op 1 zei Lubbers: ‘Als een andere voorzitter mij geen woord wil geven omdat ik geen pak aanheb…’ Hij maakte de zin niet af, maar ik hoorde: dan stopt-ie dat maar in zijn pantalon.

Enkele jaren geleden verkocht hij zijn transportbedrijf, Lubbers Logistics. Sindsdien investeert hij in bedrijven en vastgoed. Een paar keer al redde hij Emmen van de ondergang. Toen ik een keer vroeg waarom, ging hij rechtop zitten en keek opzij, alsof hij de vraag wilde wegwuiven. ‘Ach Peter, dat weet jij toch ook wel. Het leven is één grote bezigheidstherapie.’

De vraag naar zijn betrokkenheid hoeft niet te worden opgerakeld, behalve misschien als hij met de gemeente praat over een groter, beter of nieuw stadion. Clubs met kleine stadions en kleine begrotingen degraderen de hele tijd, maar de gemeente wil pas praten als Emmen in de eredivisie blijft. Toen zei Lubbers, ook in de serie: ‘Als dit het is, de middelmaat, net onder de middelmaat, ja, dan moet ik hier geloof ik niet zijn.’

Ik schrok, maar ik kon het niet geloven, want ik had hem gezien, heel vaak, in spijkerbroek en winterjack op de eretribune, naast zijn gezin en voor zijn moeder, de grootste fan. En meteen na wedstrijden, beneden, tussen het veld en de kleedkamers. Na slechte resultaten in zijn eentje onder de tribunetrap, bij goede bij de ingang van het veld. Tussendoor even het hoofd in de nek, de vuisten voor de borst.

In de winsterstop overleed zijn moeder – tijdens de thuiswedstrijd tegen PSV (2-2) zat hij op de tribune voor een stoel met een boeket bloemen erop. Na afloop stond hij in zijn tribunetraphouding bij de ingang van het veld. Geroerd stapte ik op hem af en omhelsde hem. Toen ik hem in mijn armen had, vroeg ik me af: zou hij dit wel op prijs stellen? Ik liet los, hij haalde adem. ‘Zit ik daar voor een bosje bloemen’, zei hij.

Na de wedstrijd tegen AZ (5-0) zag ik hem niet. Misschien zat hij al in de bus; het was heel erg geweest, we waren volkomen overlopen. Verdediger Veendorp: ‘Er kwamen van alle kanten AZ-spelers op ons af.’ De trainer zag ik wel, de ogen groot, de gezichtshuid strak, alsof hij het spook van degradatie weer in de ogen had gekeken.

De weg naar lijfsbehoud was nog lang en vol hobbels en gaten, maar met Lubbers Logistics aan het roer maakten we nog altijd kans om heelhuids aan te komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.