ColumnWillen Vissers

Met de dood van Rob Rensenbrink legt weer een vleugje jeugdsentiment zich te rusten

Op 7 april 2017 zoeken we de paal van Rensenbrink. Althans, we zoeken de doelpaal, door hem geraakt in de blessuretijd van de WK-finale van 1978. Argentinië - Nederland.

Onze vriendengroep van zes mannen beleeft de droom onder de voetbalreizen, naar mekka Buenos Aires, en meldt zich op een zonnige ochtend in Estadio Monumental, tegenwoordig met witte en rode stoelen, de kleuren van River Plate. We willen de paal zien. De paal is uitgegroeid tot symbool van net-niet voor Oranje in WK-finales. Drie keer verloren.

De paal is ook een traan, geplengd als jongen, op 25 juni 1978, als niemand serieus meekijkt in gezin Vissers, behalve de kleine Willem, die de magie van voetbal heeft ontdekt. Alles aan Argentinië - Nederland kolkt. De door het zwerk dwarrelende papiersnippers. Het bloed op de shirts. De spanning. En opeens is Nederland bijna wereldkampioen, na 45 minuten en veertien seconden in de tweede helft. Of nee, toch niet. De bal van Rensenbrink stuit terug van de paal. Het blijft 1-1. Nederland verliest na verlenging.

En nu is hij dood, de man van de bijna-wereldtitel. De dribbelaar. Het Slangenmens. Met de dood van Rob Rensenbrink legt weer een vleugje jeugdsentiment zich te rusten op het kerkhof van herinneringen. De bal op de paal is een mijlpaal, een markering in de tijd.

Ik ben net 14, als Rensenbrink de paal raakt. Voetbal bepaalt onze jeugd op de veldjes in Midden-Limburg. Wie hard kan schieten, is Arie Haan. Wie de baas wil zijn, is Johan Cruijff, al mijdt de echte Cruijff het WK. De bikkel is Johan Neeskens. Maar wie is Rensenbrink? Rensenbrink kun je niet zomaar zijn. Dan moet je geweldig kunnen dribbelen. Wie kan dat in het dorp? Paul Muyres van de Heerweg in Echt lijkt het meest op hem. Hij is een soort slangenjongen eigenlijk. Een dribbelaar pur sang, die kan slalommen tussen machteloos uitschuivende benen door.

Als we het veld in Buenos Aires betreden, bijna veertig jaar later, vragen we aan de vrouwelijke gids bij welk doel de paal van Rensenbrink hoorde. Ja, op tv speelde Nederland van links naar rechts toen Ruud Krol de vrije trap nam, Rensenbrink handig doorliep, de bal langs doelman Ubaldo Fillol tikte en vanuit een schier onmogelijke hoek de paal raakte. De gids weet het niet. Rensenbrink, wie is dat trouwens? De jonge vrouw weet wel dat de camera’s vroeger aan de overkant stonden. Zo berekend moet het doel waarbij wij nu in de buurt staan, het doel van Rensenbrink zijn.

We vragen of we het veld mogen oplopen en de paal even mogen aanraken, al is het dan niet meer hetzelfde doel als in 1978. Maar nee, dat is niet de bedoeling. Het gras is heilig. Afblijven. Als alternatief mijmeren we vanaf een afstandje.

Gelukkig hebben we de foto’s nog. Ik bekijk ze op mijn telefoon, kort na de dood van Robbie Rensenbrink. Waar in 1978 bikkelharde strijd woedde, heerste op 7 april 2017 vredige rust. Bij de palen pikken duiven in het gras.

Rob Rensenbrink was veel meer dan die bal op de paal

Rob Rensenbrink is vooral bekend van de bal waarmee hij Nederland in 1978 géén wereldkampioen maakte. Hij was ook een van de besten van zijn tijd. Rensenbrink slingerde langs tegenstanders. Kronkelend, gracieus: het Slangenmens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden