InterviewAndy Hoepelman

Met 30 duizend sporters en officials in een olympische bubbel is te doen

Medicus Andy Hoepelman is covid-officer bij zwemtoernooien, straks ook bij de Zomerspelen. In Tokio zal de veilige ‘bubbel’ honderd maal zo groot zijn als onlangs in Rotterdam: 30 duizend sporters en officials in plaats van 300. ‘Dat pad is begaanbaar naar mijn oordeel.’

De 400 meter vrije slag tijdens de International Swimming League in Boedapest. Beeld Hollandse Hoogte / EPA
De 400 meter vrije slag tijdens de International Swimming League in Boedapest.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Geen sportevenement kan in deze coronatijden zonder een ‘bubbel’. Die aanpak, in Nederland vooral bekend van schaatsen in Thialf, maakte de voorbije maanden school in de wereld en staat ook voor de Olympische Spelen van Tokio van deze zomer te boek als onontbeerlijk. ‘We hebben bij onze kwalificatietoernooien in Triëst en Rotterdam laten zien dat het doorgaan van de Spelen veilig kan’, zegt medicus Andy Hoepelman, hoofd infectieziekten van het UMC te Utrecht.

Routinier Hoepelman (66) geldt bij de internationale zwembond als de expert van het anti-covidprotocol. Hij is lid van de technische commissie waterpolo van de Fina, de wereldzwembond. Sinds december maakt hij deel uit van een medische taakgroep, die moet toezien op het veilig verloop van wedstrijden zonder publiek en in de ‘bubbel’.

De Hilversummer, met het Nederlands waterpolozevental de bronzenmedaillewinnaar van de Spelen van 1976, is terug uit Qatar, waar de olympische kwalificatie van het openwater zwemmen werd afgesloten. ‘120 zwemmers, 120 coaches. Geen groepen, individuen en niet uit een bubbel. Heel lastig allemaal.’ ­Volgende maand gaat hij, na vele malen uitstel, tweemaal naar Japan voor de Fina-kwalificatietoernooien synchroonzwemmen en schoonspringen.

Zijn grote proeve van bekwaamheid leverde Hoepelman vorige maand bij het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van Rotterdam, waar de Nederlandse waterpoloërs naast het ticket voor Tokio grepen. Hij was in het Rie Mastenbroekbad de covid-officer, een functie die elk sporttoernooi tegenwoordig kent. Hij bracht er de eerdere lessen van het OKT van de vrouwen in Triëst, daar in praktijk.

In Italië was een onontdekte besmetting die grote gevolgen had kunnen hebben. ‘Er was een scheidsrechter bij dat toernooi die een negatieve pcr-test bij zich had en na aankomst een eveneens negatieve anti­geentest (sneltest, red.). Maar hij bleek toch met het virus besmet. Een paar dagen later waren er nog enkele mensen in Italië positief. Het waren mensen die precies in die opgaande fase van de besmetting zaten. Antigeen negatief, een te kleine hoeveelheid virus in de pcr. De volgende dag had hij al meer. Het toernooi ging gewoon door.’

Op de kamer blijven

‘Na dat incident hebben we het protocol voor Rotterdam omgegooid. We wisten: spelers zaten gemiddeld al twee weken in een bubbel voor ze arriveerden in Nederland. Er deden twaalf teams van dertien poloërs mee. Er waren driehonderd personen in deze bubbel. Spelers, coaches, officials, moesten na aankomst eerst op hun kamer blijven tot zowel de antigeen- als de pcr-test negatief waren gebleken. Bij de officials zelfs een tweede pcr. Pas dan mochten ze vrij rondlopen.

‘Door die aanpak hebben we een besmetting bij Turkije achterhaald en het team moeten uitsluiten.’ Op de vijfde dag van het verblijf in Rotterdam volgde weer een antigeentest, ‘een veelvoud van de 750 pcr-testen die we hebben gedaan’.

Twee dagen voor het eind van het toernooi kwam er weer een ronde. De uitkomsten van zulke pcr-testen zijn niet eenduidig. ‘We rapporteren in Nederland tests als positief dan wel negatief. Maar zo simpel is het niet. Iemand raakt besmet en heeft dan meer en meer virus onder de leden. Op de top daarvan krijgt hij de ziektesymptomen. Daarna neemt de hoeveelheid virus weer af. Wat wij testen, zegt niks over besmettelijkheid. Mensen zijn soms tot zes weken na hun besmetting nog steeds positief bij een pcr, maar ze zijn dan allang niet meer besmettelijk. Het vergt interpretatie.’

Protocol van Tokio

Al die kennis en ervaring neemt Hoepelman mee naar Tokio. Hij heeft zijn bevindingen van Triëst, Rotterdam en Doha gerapporteerd aan de Fina en het IOC. Hoepelman gelooft in de megabubbel van Tokio die, met 30 duizend mensen, honderd keer zo groot zal zijn als bij het waterpolo. ‘Dat pad is begaanbaar naar mijn oordeel. Het protocol van Tokio is vergelijkbaar met dat van ons.’

De internist-infectioloog uit Utrecht is overtuigd van het nut van vaccineren, waarbij de sport in landen als Servië en Montenegro nu al voorrang krijgt. ‘Het helpt. Ontegenzeggelijk. Ik denk ook dat het Nederlandse olympisch team ten tijde van Tokio gevaccineerd zal zijn.’

‘De sporter is geen risicofiguur voor een ernstig verloop van corona. Het blijft in mijn ogen verstandig op de bubbel te blijven sturen. Over de overdracht van het virus bij mensen die de ziekte doorgemaakt hebben of gevaccineerd zijn, weten we nog niet veel. Vanuit Israël weten we dat die persoon minder virus oppikt en het korter bij zich draagt. Maar het is niet nul. Het gaat erom dat je voorzichtig bent. We gaan ons voorbereiden op Spelen onder zeer veilige omstandigheden. En dat die doorgaan, ja dat verwacht ik wel. Wij hebben immers laten zien dat het veilig kan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden