voetbalProfiel Memphis Depay

Memphis Depay, de enige BN’er van Moordrecht

Van Moordrecht naar Barcelona, het kan nog. De transfermarkt sluit pas dinsdag. Daarbij: als 4-jarige voorspelde Memphis Depay al dat hij voor Barcelona ging voetballen. Hoe een vechtersbaas groot werd in Zuid-Hollands dorp. 

Memphis Depay tijdens Nederland-Frankrijk in 2018Beeld Guus Dubbelman

Er is deze druilerige donderdagmiddag geen levende ziel op het Memphis Depay Cruyff Court in Moordrecht te bekennen, op een nogal fel in een bal bijtende hond en zijn bazin na. Dat was niet de bedoeling van de naamgever. Het moest er dagelijks net zo volgepakt zijn als tijdens de opening eind mei 2019, zo doceerde Depay tijdens die officiële ingebruikname.

Depay, aanvalsleider van Oranje en begeerd door FC Barcelona, leerde voetballen in Moordrecht waar hij geboren werd en tot zijn twaalfde woonde. Hij mocht een Cruyff Court laten aanleggen nadat hij was verkozen tot talent van de eredivisie in 2015. Hij schonk het ‘oprecht’ aan Moordrecht. In een microfoon vertelde Depay, gekleed in beige trainingspak en bijpassende pet: ‘Ik was hier altijd buiten, altijd voetballen; je ziet het resultaat.’

Het was uiteindelijk een feestelijke dag aan het Kievithof hoewel Depay rijkelijk laat arriveerde in zijn Bentley, met daarachter nog een busje met begeleiders. Dat gaf wat gemor onder een aantal inwoners van het door boerenweilanden omzoomde dorp, dat het toch al niet zo op de extravagante topvoetballer had.

Depay is al jaren met afstand de meestbesproken Nederlandse voetballer. Gaat het niet over zijn nieuwe kledinglijn, dan wel over zijn revalidatie in recordtempo van een zware knieblessure. Hij poseert met een lijger, brengt een documentaire uit van zijn bezoek aan Ghana, vult zijn rug met een tattoo van een leeuwenkop, chillt op een jacht met een glas whisky en een sieraad van een ton om zijn nek, prevelt een bijbeltekst, introduceert een nieuwe juichtrend, demonstreert tegen racisme op de Dam, brengt een heftige biografie uit en, oh ja, geeft zowat in zijn eentje de aanvalslinie van Oranje weer tanden.

Jan Verbeek, wethouder van sport van de gemeente Zuidplas waar Moordrecht onder valt: ‘Hij komt op velen recalcitrant en patserig over. Veel geld, grote auto’s.’ Maar het beeld van de voetballer kantelde bij Verbeek toen hij hem ontmoette tijdens de opening van het Cruyff Court. ‘Hij behandelde iedereen als zijn gelijke, nam alle tijd voor alle kinderen. Hij was heel relaxed en wilde de jeugd echt iets meegeven.’

Memphis Depay tijdens de opening van een Johan Cruyff Court in Moordrecht in 2019Beeld Sylvia van Straalen

Het is tamelijk ongelooflijk dat de in een mengelmoes van Engels en straatNederlands praat-rappende kosmopoliet uit Moordrecht komt, vinden ook veel Moordrechtenaren zelf. Het rustiek ogende dorp nabij Gouda telt iets meer dan 8500 inwoners. Moordrecht, dat sinds de dertiende eeuw opduikt in de geschiedenisboeken als Mordreth, refererend aan de moerassige veengrond (Moer of Moor), is bepaald geen Volendam. Het bracht maar een BN-er voort, Memphis Depay.

Depay woont er al veertien jaar niet meer, maar keert nog geregeld in Moordrecht terug. Begin dit jaar nam hij er nog een videoclip op. Een onbezorgde jeugd kende hij er niet. Integendeel. Zijn Ghanese vader verliet het gezin spoorslags toen Memphis drie jaar was. Zijn moeder hertrouwde in 2002 met een buurman. Samen met de dan achtjarige Memphis betrekt ze diens villa, waar nog tien kinderen van de buurman wonen.

Het was er een hel, zo beschrijft Depay in zijn door Simon Zwartkruis geschreven biografie Heart of a Lion, die uitkwam in 2019. Continu werd hij belaagd door huisgenoten. ‘Meestal ging het om vechtpartijen met de vuisten, maar ik ben ook een aantal keren met een mes bedreigd. Een andere keer klemde een jongen een nijptang op mijn oor en begon keihard te trekken. Ik was constant op mijn hoede. Ik werd uitgescholden voor aap, kankerneger, poephoofd. ‘

Memphis gaat vanaf dan als verdoofd door het leven. Hij wil een hele periode niet onder zijn schooltafeltje vandaan komen, verliest respect voor anderen en voor zichzelf, belandt continu in vechtpartijen en vertrouwt haast niemand meer.

Opvreten

Alleen als hij voetbalt, voelt hij zich vrij. ‘Ik knalde alle pijn eruit op het voetbalveld. Het was mijn afleiding. Mijn bevrijding, beter gezegd. Ik moest en zou de beste zijn. Iedereen opvreten op dat veld.’

In dezelfde straat, de Zwanendreef, valt in de zomer van 2003 de Postcodekanjer. De hoofdprijs van 1,6 miljoen euro is voor het grote, samengestelde gezin. Memphis en zijn moeder zijn het huis al ontvlucht. Memphis gaat tijdelijk bij zijn grootouders wonen, zijn moeder in een herstellingsoord aan de andere kant van het land.

Bij opa Kees en oma Jans, die dichter bij de dorpskern wonen, hervindt Memphis iets van levensgeluk, vooral op schoot bij opa waar hij ook graag mee vist. Of tijdens een potje kaarten met oma. ‘Vooral Skip-Bo,’ vertelt zij aan de deur.

Maar op school blijft het knetteren. Op basisschool De Rank, zo beschrijft hij in Heart of a Lion, wordt hij door een leraar met zijn hoofd tegen de muur geslagen.

Daarna gaat Memphis naar de Sjaloomschool, maar ook daar is het vechtpartijen troef. Geregeld begint hijzelf. Hij zet zich af, gaat zich anders dan anderen uiten, ook in zijn kleding- en levensstijl. Later in het boek vertelt hij dat die fase ook waardevol was, omdat het hem heeft geleerd te overleven.

Wethouder Verbeek schrok niet toen hij het las. ‘Ik ben elf jaar wethouder jeugdzorg en jarenlang schooldirecteur geweest, dan maak je best wat mee. Er is veel meer specialistisch onderwijs, veel meer aandacht voor het individu. Ongelooflijk knap dat Memphis ondanks alle tegenslag nog zoveel bereikt heeft.’

Veilige plekjes

Misschien komt dat doordat hij nog wel zijn veilige plekjes in Moordrecht vindt. Eindeloos voetballen met vriendjes op het Vleerplein en daarna met opa Kees voetbal op tv kijken. Kees Schensema was net als hij sportief, creatief en muzikaal. Hij komt oorspronkelijk uit De Pijp in Amsterdam. Zijn overlijden begin 2009 is een volgende klap.

‘Memphis voelde zich enorm thuis,’ vertelt Jans Schensema. ‘Mijn man was een getalenteerd turner en hoogspringer. Memphis zat op turnen, bij Tumo. Die club wilde dolgraag dat hij erin verder ging. Maar voetbal was zijn grootste passie.’

Wie zich meer verdiept in Moordrecht ontdekt dat het geen standaarddorp is. Er zijn relatief veel inwoners met Marokkaanse en Molukse roots, dat gaf soms spanningen met de autochtone bevolking. Depay beschrijft in zijn biografie een gewelddadige confrontatie met skinheads.

Volgens wethouder Verbeek groeien de inwoners met verschillende achtergronden ‘steeds meer naar elkaar toe’. Maar de voorzitter van VV Moordrecht, Ton Redegeld, is het daar niet helemaal mee eens. En wie op een zaterdagmiddag op Sportpark Het Lage rondloopt, gaat daarin mee. Onder toeschouwers langs het veld en in de kantine is er weinig vermenging. Redegeld: ‘Dit is een lastige club om te besturen.’

Redegeld was toevalligerwijs leider van de teams (F3, F1, E1) waar de jonge Memphis in speelde, omdat zijn zoon in die ploeg keeper was. ‘Je zag het meteen al. Hij was tweebenig, voor niemand bang en toen al een blok graniet. Zelfs grotere jongens die een jaar ouder waren, zag je terugstuiteren na een duel met Memphis. Het draaide allemaal een beetje om hem. Wonnen we met 7-2, dan maakte hij er vijf en gaf hij twee assists. Maar qua gedrag was hij one of the guys, een prima ventje, dat ook buiten wedstrijden over het terrein dribbelde. Door de kantine, over het tweede veld, door het hele dorp. Zelfs als hij naar de kerk ging, kleefde er een bal aan zijn voet, hoorde ik van zijn oma.’

Nijdig

In de kantine hangt een voetbalshirt van Depay op dezelfde hoogte als een tricot van Leen van Steensel, een iets minder geslaagde oud-prof die begon bij VV Moordrecht. Als de naam Memphis valt, is niet iedereen positief. ‘Hij zou eens honderd ballen moeten geven aan de club,’ zegt een gedrongen man nijdig.

Redegeld: ‘Men vindt hier dat hij iets meer naar de club zou kunnen doen. We hebben veel moeite moeten doen om een gesigneerd PSV-shirt te krijgen. Al geeft-ie maar een clinic. Is toch leuk voor de jeugd. Staat de club weer in de lokale krant.’

VV Moordrecht bestaat 100 jaar, festiviteiten zijn er dit jaar niet door corona. Anders was Depay er geen onderdeel van geweest. Redegeld: ‘Niet dat mensen er klaar mee zijn, maar het is ook wel goed zo.’

Oude sporen van Memphis in Moordrecht raken uitgewist. Op het voetbalveld waar hij speelde, staan nu appartementen. VV Moordrecht zal aanstonds helemaal verhuizen. Zijn oude basisscholen bestaan niet meer. De villa aan de Zwanendreef waar de nodige klappen en de Postcodekanjer viel, is nu een toevluchtsoord voor uit huis geplaatste kinderen.

De Molukse wijk waar Depay graag kwam, bestaat nog wel. Een vijftiger met Molukse roots die niet met zijn naam in de krant wil, kan zich de jonge Memphis nog goed herinneren. ‘Hij was altijd aan het voetballen met mijn neefjes, hij voetbalde met iedereen. Mensen noemen hem arrogant en hard, maar kennen zij het binnenste van zijn hart? Hij moet soms wel arrogant zijn, iedereen wil iets van hem. Laat die jongen lekker! Hij heeft nog spontaan een enorm feest gegeven in de Molukse wijk, met eten en drinken voor iedereen. Het Cruyff Court laten aanleggen.’

Memphis Depay deelt handtekeningen uit tijdens de opening van het Johan Cruyff Court in Moordrecht.Beeld Sylvia van Straalen

Andere Moordrechtenaren klagen dat het wel erg lang duurde voordat dat Cruyff Court er kwam, weet de langslopende Diederik Beutener. Depay onderzocht lang de optie om het in Ghana te laten aanleggen. In het land waar zijn vader vandaan komt, zet hij zich fanatiek in voor kinderen met een handicap.

Wethouder Verbeek had begrip voor de vertraging. ‘Hij heeft zo’n druk schema. Ik hoor vooral positieve, trotse geluiden over Memphis in Moordrecht.’

Standbeeld

Een standbeeld voor de beroemdste Moordrechtenaar ooit zal er vooralsnog niet komen. Een straatnaam op korte termijn ook niet. In het museum van Moordrecht liggen wel zijn eerste voetbalschoenen.

Hoe zijn carrière zou gaan verlopen, voorspelde de vierjarige Memphis al aan zijn opa. ‘Hij zei: opa, straks speel ik bij FC Barcelona,’ vertelt oma Jans.

Dat was dan wel een verschil met opa Kees, die was dik tevreden met zijn huisje aan de dijk. Zoals veel Moordrechtenaren. ‘Memphis heeft altijd groter gedacht.’

Tussen zijn vele bezigheden door komt hij nog graag bij oma Jans langs. ‘Voor een spelletje Skip-Bo. Net als vroeger.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden