Favoriete circuitsMax Verstappen

Max Verstappen vertelt over zijn ideale F1-circuits: hoe listiger hoe leuker

Zondag begint het Formule 1-seizoen met de GP van Oostenrijk, de race die Max Verstappen (22) de laatste twee jaar won. Dan zal hij het circuit wel tot zijn favorieten rekenen. Niet per se. Wat zijn de kenmerken van zijn ideale circuit? Verstappen gaat er even voor zitten. 

Denk niet dat Max Verstappen een bijzondere voorkeur heeft voor het circuit van Oostenrijk, het asfalt waar hij de afgelopen twee seizoen de Grote Prijs won en waar hij zondag als favoriet start. ‘Als ik ergens win, is dat niet automatisch mijn favoriete circuit’, zegt hij.

‘Ik vind Spa-Francorchamps het mooiste circuit, al heb ik heb daar maar een keer op het podium gestaan’, zegt hij. ‘We hebben nooit een auto gehad die het daar goed deed, vanwege de lange, rechte stukken. Daar is het echt old school, neem de uitloopstroken. Als je een foutje maakt, sta je in de grindbak of tegen de muur. Het is er gevaarlijker dan op andere circuits. Dat vind ik mooi.’

Sinds zijn jongensjaren denkt Verstappen (22) al na over het perfecte rondje. Zijn schoolschriften staan vol met ontwerpen. Als de les saai was, begon hij te tekenen. Thuis bleven de schriften in zijn rugzak, om de volgende dag in de klas weer verder te gaan.

Soms was hij wel een week bezig: uitgummen en opnieuw beginnen. Tot het in zijn ogen goed was. Andere circuits tekende hij gedecideerd in een keer met een pen. ‘Maar dat gebeurde alleen als ik echt zeker was van mijn zaak’, zegt hij lachend.

Max Verstappen racet graag in Singapore, waar het circuit onder meer door straten gaat.Beeld BSR Agency

Enthousiasme

Praat met hem over circuits en het enthousiasme spat van zijn gezicht. Als volleerd ontwerper strooit hij met termen als knijpen, camber (ronding) run offs (veiligheidsstrook) terwijl zijn handen de denkbeeldige bochten in de lucht tekenen.

‘Je kunt natuurlijk niet beïnvloeden waar je rijdt, maar als ik een circuit zou mogen ontwerpen, weet ik wel wat ik moet bouwen’, zegt hij. Zijn smaak is sinds zijn schooltijd nauwelijks veranderd. Al tekende hij toen vooral kartbanen.

‘Allereerst moet je er kunnen inhalen’, zegt hij over het aspect van de racerij dat steeds zeldzamer wordt in de Formule 1. Op sommige circuits is passeren nagenoeg onmogelijk en door aerodynamische aanpassingen aan de auto's is inhalen de laatste jaren lastiger geworden: in 2017, in het eerste jaar na de aanpassingen, noteerden de 20 auto’s per race gemiddeld nog maar 22 inhaalacties.  Daarnaast heeft Verstappen een voorkeur voor snelle bochten.

Met zijn vader Jos sprak hij niet vaak over zijn ontwerpen. Die houdt meer van circuits met snelle chicanes (een korte, slingerachtige bocht in een S-vorm). Verstappen: ‘Hij vindt bijvoorbeeld Canada erg leuk. Ik heb dat wat minder.’

Nu Verstappen ruim vijf jaar F1-coureur is, denkt hij meer na over zaken waar hij zich in een kart nooit druk over maakte. Zoals de gevoeligheid van zijn auto voor luchtstromen, vanwege de complexe aerodynamica. ‘Misschien zou ik sommige bochten een beetje aanpassen, zodat je elkaar wat beter kunt volgen.’

Iconisch asfalt

In de Formule 1 moet Verstappen het doen met wat de klasse hem voorschotelt. Uiteenlopend van de nieuwe, brede banen in de woestijn, die de afgelopen jaren aan de kalender zijn toegevoegd zoals in Abu Dhabi en Bahrein, tot het iconische asfalt van Monaco, Monza of Silverstone waar al zeventig jaar op wordt gereden.

Toen hij met deze krant sprak over die circuits, tijdens de testdagen in Barcelona, stond hij nog aan de vooravond van het langste Formule 1-seizoen ooit, met 22 races. Daar zijn er door de coronapandemie tien van geschrapt of uitgesteld. Om het gemis van die races op te vangen, organiseert de Formule 1 meerdere races op dezelfde plek en overlegt de sport met locaties uit het verleden over eenmalige rentrees op de kalender, zoals Portimão in Portugal en het Italiaanse Mugello.

Het zijn circuits waar Verstappen nooit eerder met een Formule 1-auto op heeft gereden. Maar dankzij de hypermoderne simulator van zijn team weet hij dat hij ze in theorie geblinddoekt kan ronden. In die simulator zijn circuits tot op de millimeter nauwkeurig nagebouwd, waardoor Verstappen de zogenoemde ideale lijn kan dromen.

Dat geldt ook voor zijn collega-rijders. Toch zijn er wel degelijk circuits waarop een coureur het verschil kan maken. Voor die ‘technische banen’ heeft Verstappen een voorkeur. ‘Wat ik mooi vind, is dat als je de ene bocht verkeerd neemt, dat je dan ook in de volgende niet goed uitkomt. Dus dat het belangrijk is hoe je je positioneert of hoe je een kerbstone (racestoeprand, red.) pakt. Neem Interlagos, in Brazilië. Dat is een kort circuit met weinig bochten. Maar met name in het middelste deel kun je het verschil maken.’

Ook reist hij graag naar de avondrace in de straten van Singapore, waar een coureur geen seconde de concentratie kan verliezen vanwege de 23 bochten (de meeste van de kalender) over slechts 5 kilometer. De race, die dit jaar is geschrapt vanwege de coronacrisis, is ook nog eens een van de zwaarste van de kalender aangezien de race-afstand van 305 kilometer moet worden afgelegd in de tropische hitte. Een foutje wordt meteen afgestraft, omdat de muur overal dichtbij is.

Bekoren

Het zijn dergelijke zaken die bepalen of een baan hem bekoort of niet. Historie speelt voor hem geen rol. Met namen van beroemde bochten heeft hij niets. Verstappen denkt op het circuit in nummers. De fameuze asfaltknik voor het casino in Monaco? Voor Verstappen is het bocht vier.

Hij kijkt liever naar andere zaken. Zijn favoriete baan Spa-Francorchamps, met een ronde van 7 kilometer het langste circuit van de kalender, spreekt hem aan vanwege de hoge snelheden en uitdagende bochten die ‘net wel of net niet’ vol gas zijn. Verstappen: ‘Dat maakt het spannend’.

Er zijn tegenwoordig namelijk tal van bochten in de Formule 1 die volgens Verstappen in werkelijkheid als rechte stukken beschouwd kunnen worden, omdat ze dankzij de enorme grip van de auto’s vol gas genomen kunnen worden.

Als voorbeeld noemt hij het beroemde circuit van Silverstone in Engeland, waar hij begin augustus twee races rijdt. ‘Ik vind dat een heel mooi circuit, maar niet met Formule 1-auto’s. We rijden daar 85 procent vol gas. Er zijn daar feitelijk twee bochten’, zegt Verstappen.

Hij heeft ook weinig met banen waarop hij vaker op de rem moet trappen dan gas kan geven. Zoals in de smalle straten van Monaco, waar inhalen nagenoeg onmogelijk is en de gemiddelde snelheid met zo’n 160 kilometer per uur het laagste van het seizoen is. Vorig seizoen reed Verstappen ruim zestig ronden op amper een meter achter de Mercedes van de winnaar Lewis Hamilton. Met geen mogelijkheid kwam hij er voorbij.

‘De kwalificatie in Monaco is super uitdagend, maar in de race rijdt iedereen zó langzaam, waardoor de wedstrijd zelf eigenlijk nooit heel leuk is. Ja, behalve als je op kop rijdt. Dan ben jij degene die iedereen ophoudt. De rest toert er een beetje achteraan. Je rijdt op zo’n 50 tot 60 procent. Doe mij dan maar circuits waar je vol gas aan het stampen bent.’

Allerlei typen

Nu hij overal ter wereld allerlei typen circuits heeft gezien, weet hij wat hij wel of niet zou gebruiken voor zijn droombaan. Zo zou hij wegblijven van een circuit met veel ‘off-camber’-bochten. Oftewel bochten waarin de binnenkant van de bocht hoger ligt dan de buitenkant.

Die zijn lastig te nemen, waardoor auto’s snel gaan glijden. Een zo’n bocht maakt een ronde uitdagender, zoals in Hongarije. ‘Maar al die off-camber-bochten op het circuit in Abu Dhabi (meer dan de helft van de bochten is daar off-camber, red.) slaan natuurlijk helemaal nergens op. Je valt dan overal weg’.

Volgens Verstappen komt er op die manier geen ritme in de baan. ‘Maar goed. Alle circuits hebben zo hun mooie en lelijke dingen.’

Hij zal het er als jonge Formule 1-coureur nog een tijdje mee moeten doen. Na zijn carrière denkt hij erover na zijn eigen circuit aan te leggen, gaf hij eind vorig jaar aan op zijn site. Daar moet dan ook een museum bijkomen, met alle raceauto’s uit zijn carrière.

Of hij voor dat circuit zijn schoolboeken uit de kast haalt? Verstappen, lachend: ‘Die boekjes heb ik dan niet meer nodig, hoor. Tegen die tijd weet ik echt wel wat ik wil. Ik zou van alle circuits een beetje de beste elementen pakken en daar een geheel van maken.’

Hij begint hardop alvast een aantal circuitdelen op te sommen, om zichzelf te onderbreken: ‘Ik vrees wel dat het een circuit van 15 kilometer wordt’, zegt hij over zijn ideale circuit, terwijl de gemiddelde Formule 1-baan tussen de 4 en 6 kilometer lang is. ‘Ach het ligt er ook aan wat ik tegen die tijd wil. Misschien ben ik er over twintig jaar wel helemaal klaar mee.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden