Interview Max Verstappen

Max Verstappen heeft niks met auto’s (maar des te meer met de rest van zijn ‘wagenpark’)

Max Verstappen op z'n jetski. Beeld Instagram

Max Verstappen (21) bestuurt alles, maar de auto, toch de basis van zijn sportbestaan, heeft hij vreemd genoeg het minst lief. Verstappen, zondag actief in de GP van Duitsland, over zijn ‘wagenpark’.

Jetski

Jetskiën is voor Verstappen de ultieme manier om te ontspannen. Hij doet het al jaren. Of het nou in de Middellandse Zee is voor zijn appartement in Monaco of op de meren in de buurt van Maaseik, de Belgische plaats waar hij opgroeide. Al stuiterend over het water maakt hij zijn hoofd leeg. ‘Ik heb ook de snelste die er is. Of, nou ja. In elk geval de zwaarste die je als consument kunt kopen (topsnelheid rond 100 kilometer per uur, red.)’, zegt hij met een twinkeling in zijn ogen. ‘Het moet namelijk wel hard gaan. Ik ga niet met 40 per uur over het water kachelen.’

Helemaal zonder gevaar zijn z’n jetski-avonturen niet. Vorig jaar kneusde Verstappen zijn stuitje, toen hij na een sprong verkeerd landde. ‘Gelukkig had ik er tijdens races geen last van. Je ligt in een soort badkuip, dus je raakt met je stuitje de stoel niet aan.’

Max Verstappen en z'n scooter. Beeld Instagram

Scooter

Als Verstappen ergens moet zijn Monaco pakt hij zijn scooter. Het is de snelste manier om door de smalle straten in zijn woonplaats te manoeuvreren of om uitstapjes buiten de stad te maken. Flaneren in een luxeauto is niets voor hem. ‘De laatste tijd pak ik trouwens ook best vaak mijn elektrische step. Dat is nog makkelijker. Hij heeft een bereik van 30 kilometer’, zegt Verstappen.

Zijn scooter is wat hem betreft ‘puur praktisch’. Hij haalt er maximaal zo’n 90 kilometer per uur mee. Sneller hoeft van hem niet. En hem zelf sneller maken, doet hij niet. ‘Dat is ook het enige waarin ik echt anders ben dan mijn vader (Jos Verstappen, red.)’, zegt Verstappen. ‘Hij vond het vroeger leuk om motoren uit elkaar te halen of op te voeren. Ik heb dat totaal niet. Toen ik kartte, sleutelde hij aan mijn motoren. Ik keek altijd wel mee, zodat ik wist hoe het in elkaar zat. Ik had alleen nooit zoiets van: ik moet dat ding nu ook uit elkaar halen.’

Max Verstappen bij een personenauto. Beeld Instagram

Personenauto

Rijden op de openbare weg doet Verstappen ‘alleen als het nodig is’. Bijvoorbeeld als hij iemand moet ophalen of naar het vliegveld moet. Anders laat hij zijn auto – hij krijgt voortdurend de nieuwste Aston Martin-modellen, het dure Britse automerk dat zijn team Red Bull sponsort – het liefst in de garage staan.

‘Ik heb er nooit zin in’, zegt hij over autorijden. Tijdens raceweekeinden stapt zijn personal trainer Jake Aliker achter het stuur of manager Raymond Vermeulen om hem naar het circuit te rijden. ‘Vroeger, toen ik mijn rijbewijs nog niet had, zei mijn vader ook weleens: zullen we even de auto pakken om te leren schakelen? Dat wilde ik niet. Als het niet hoeft, rijd ik niet. Ik ga niet rijden zonder doel.’

Een passie voor oldtimers zoals Ferrari-coureur Sebastian Vettel of een wagenpark vol luxeauto’s als wereldkampioen Lewis Hamilton heeft hij niet. En dat komt er ook niet, zegt hij stellig. ‘Ik heb er helemaal niks mee. Nul. Natuurlijk, sommige auto’s zien er wel mooi uit. Ik koop ze alleen niet.’

Max Verstappen in een vliegtuig. Beeld Instagram

Vliegtuig

Verstappen brengt omgerekend een paar weken per jaar door in vliegtuigen. Dit seizoen doet hij in 21 races vijf werelddelen aan. Al dat gereis heeft hem geen bijzondere interesse in vliegen of vliegtuigen opgeleverd. ‘Ze brengen me van A naar B. Meer niet. Het scheelt me ontzettend veel tijd. Soms wel een of twee dagen als ik op de avond na een race nog naar huis kan.’

Of hij ook rondkijkt in cockpits? ‘Dat heb ik al zo vaak gedaan’, zegt hij lachend. Geregeld wordt hij op lijnvluchten uitgenodigd een kijkje te nemen als de piloten doorhebben dat hij aan boord zit. Hij slaat het beleefd af. Ook omdat de kans dan groot is dat het halve vliegtuig dan bij hem langskomt voor een foto of handtekening.

Max Verstappen op de fiets. Beeld Instagram

Fiets

Als Formule 1-coureur houdt Verstappen met fietsen zijn conditie op peil. En dat is voor hem geen straf. Hij heeft in zijn appartement inmiddels ‘aardig wat’ racefietsen staan. ‘Ik heb fietsen altijd wel leuk gevonden. Ook toen ik nog in België woonde’, zegt hij.

Toen hij eind 2015 naar Monaco verhuisde, liet hij het fietsen even liggen. Maar inmiddels heeft hij een aardig sociaal leven opgebouwd in het prinsdom. Geregeld trekt hij er met wielergroepjes op uit in het berglandschap rond Monaco voor rondjes van zo’n 90 kilometer. ‘Het is altijd weer leuk om nieuwe routes te ontdekken. Er zijn zoveel opties’, zegt hij. Verder kent hij steeds meer andere sporters die in Monaco wonen. Zoals profwielrenners.

Zo sloot hij voor een rondje eens aan bij een groepje met daarin onder anderen voormalig Nederlands tijdrijdkampioen Dylan van Baarle. Verstappen, glimlachend: ‘Dan zie je snel dat je wat tekort komt, hoor. Niet normaal hoe makkelijk die jongens omhoog fietsen. Maar dat mag ook wel als je zes uur per dag fietst.’ Dan maar op een elektrische fiets met de profrenners mee? ‘Haha, zou kunnen. Met een klein batterijtje, of zo. Maar nee, zo ben ik niet. Als je meegaat, moet je normaal mee.’

Max Verstappen de virtuele racer. Beeld Instagram

Virtuele auto

Als hij niet in zijn Formule 1-auto zit, is Verstappen te vinden in de racestoel in zijn woonkamer. Van daaruit bestuurt hij een virtuele raceauto. Sterker: dit jaar heeft hij virtueel waarschijnlijk meer racekilometers gereden dan op echt asfalt.

Verstappen is lid van een virtueel raceteam waarmee hij onder meer 24-uursraces rijdt. ‘Simmen’ is voor hem een manier om het gebrek aan uren in zijn Formule 1-auto te compenseren. Vanwege allerlei restricties zit hij tijdens een seizoen in totaal slechts 125 uur in zijn auto. In zijn simulator kan hij oneindig lang uren maken. Het is voor hem een mix van ontspanning en training.

Tijdens het racen praat en grapt hij over de microfoon over van alles en nog wat met zijn teamgenoten. Ondertussen doet hij hetzelfde als wat hij tijdens een Formule 1-weekeinde doet. ‘Je wil het beste uit de auto te halen, zoekt naar de juiste afstelling en probeert de goede lijnen te vinden op het circuit. Daarnaast wil je zo constant mogelijk zijn, want je tegenstanders zijn ook heel snel. Ik neem het daarom ook heel serieus’

Dat bleek vorige week, toen het rempedaal van zijn simulatorset afbrak in de laatste ronden van de 24-uursrace op de digitale kopie van het circuit Spa-Francorchamps. Verstappen deelde het euvel ongerust mee aan zijn teamgenoten. ‘Dat was wel effe balen. Met nog een kwartier te gaan lagen we op kop. Er zat veel moeite in die race. Gelukkig wonnen we nog.’

Max Verstappen met een minibike. Beeld Instagram

Motor

Het had niet veel gescheeld of Verstappen was nooit in de Formule 1 terechtgekomen. Als kind reed hij namelijk een aantal jaren op een kleine motor, oftewel een minibike. ‘En dat vond ik wel echt stoer’, zegt Verstappen. ‘Toen ik een jaartje of 9 was, moest ik kiezen: wat is leuker en vooral verstandiger? Ik realiseerde al snel dat ik iets beter was op vier wielen dan op twee. Ook omdat ik toen meer ervaring had op vier wielen.’

Het extreme gevoel van snelheid op een motor gecombineerd heeft van Verstappen een motorsportfan voor het leven gemaakt. Net als bijvoorbeeld vijfvoudig wereldkampioen Lewis Hamilton, die eind vorig jaar al eens testte op een Superbike.

Verstappen zou dolgraag eens op een MotoGP-machine te rijden, een motor uit de koningsklasse van de motorsport. ‘Dat mag op dit moment alleen niet van mijn team’, zegt hij. ‘Dat is ook wel te begrijpen als je ziet wat voor blessures je eraan over kunt houden. Daarnaast kunt je niet zomaar op zo’n motor stappen. En als ik erop stap, wil ik goed voorbereid zijn. Ik ga niet rijden om te rijden. Dan wil ik ook gewoon echt hard gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden