Interview Maud Megens

Maud Megens over het waterpolo van de VS: ‘De Amerikanen willen weten wat er gebeurt, voordat het gebeurd is’

De Nederlandse waterpolovrouwen spelen dinsdag op de WK tegen de normaal superieure VS. Topschutter Maud Megens over de olympisch kampioenen: ‘Alles is ingestudeerd. Maar als je op gegeven moment heel creatief en met veel initiatief speelt, dan hebben ze daar geen antwoord op.’

Maud Megens in actie tegen de Amerikaanse waterpoloploeg in juni in Boedapest. Beeld EPA

De laatste drie jaar speelde Maud Megens waterpolo in de Verenigde Staten, bij de University of Southern California (USC). De Nederlandse topschutter geldt als de grote kenner van het superieure Amerikaanse spel.

Bij het begin van de WK waterpolo in Zuid-Korea, met dinsdag een voorrondewedstrijd tegen de VS, wordt er vaak aan Megens gevraagd waarom die Amerikanen toch altijd wereld- en olympisch kampioen zijn. Megens (23) heeft haar analyse na drie jaar wel klaar.

‘Ze zijn zo goed, omdat ze al heel jong heel goed worden getraind. Er wordt daar gedrild. Hier in Nederland traint men drie keer per week. Wij trainen bij USC drie keer per dag, 25 uur per week. Het is jong beginnen, veel op kracht trainen en lang met elkaar optrekken of tegen elkaar spelen. En geen transfers van de ene naar de andere universiteit, dat maakt hun competitie erg sterk. Vier wedstrijden in één weekend, dat leert je je krachten te verdelen.

‘Maar de sleutel tot hun succesvolle waterpolo is volgens mij de betere voorbereiding. Toen ik daar speelde, keken wij zeker drie uur video van elke tegenstander. Daarna nog meer kijken en dan kreeg je nog een huiswerkopdracht mee. Ga kijken waar jouw tegenstander schiet, waar zij heen zwemt, wat zijn de sterktes en zwaktes. In de VS kennen ze iedere speelster die bij ons in het trainingscentrum van Zeist rondzwemt. Van top tot teen.

Valkuil

‘Het is hun kracht, maar ook hun valkuil. Bij hen is alles zo ingestudeerd. Als je op gegeven moment heel creatief en met veel initiatief speelt, dan hebben ze daar geen antwoord op. Want het is niet ingestudeerd. De Amerikanen willen weten wat er gebeurt, voordat het gebeurd is.’

De Amerikanen kennen Megens zeker van haver tot gort, een uitdrukking die zij in haar eerste Amerikaanse dagen, in de herfst van 2016, rustig naar het Engels vertaalde – iets met oats en barley. Die doordesemde kennis van het aanvalsspel van de Nederlandse aas lijkt een nadeel voor de schutter. Megens: ‘Maar ik ken hen weer. Dat werkt twee kanten op.’

Zij, met scherpschutter Sabrina van der Sloot het uitgesproken grote talent van het Nederlandse vrouwenwaterpolo, heeft baat gehad bij haar Amerikaanse jaren. Ze heeft er ‘meer gestructureerd’ leren verdedigen. Niet uit de formatie zwemmen als de tegenstander aan de bal is. ‘Ik besef nu: we doen het met zijn allen.’

Ze is in Californië sterker geworden, niet zwaarder. ‘Ik had er graag 5 kilo bij gehad. Ik probeer al vijf, zes jaar aan te komen. Maar ik ben nog steeds 71 kilo.’ Ze meet 1.85 en heeft een spanwijdte van 2.00 meter. Ze oogt eigenlijk als een zwemster. ‘Mijn lengte, mijn schot en mijn snelheid compenseren de mindere hoeveelheid kilo’s.’ Megens, dochter van de olympisch international Patricia Libregts (2000, Sydney), heeft in de VS haar leven leren organiseren. Met vier andere waterpolosters in één huis. ‘Plannen, wassen, koken.’ Er is goed eten, maar geld mag er niet verdiend worden in het Amerikaanse systeem van studentensport. Wie geld aanneemt, vliegt eruit. ‘Het stipendium dat we krijgen is voor huur, eten en vervoer.’

Twee werelden

Ze is voor een jaar naar Nederland teruggekeerd. Ze zegt dat zij in haar bestaan ‘the best of both worlds’ wilde. ‘Als ik daar was, wilde ik hier in Nederland zijn. En als ik dan hier was, dacht ik weer aan Los Angeles.’ Over een jaar, hopelijk een succesvol olympisch jaar met de nationale ploeg, gaat ze terug om haar studie af te ronden, sociologie met een minor psychologie.

De psyche van de sporter heeft ze de voorbije jaren leren doorgronden. Het mag van haar hard gaan, tot bot aan toe in de relaties. ‘Wij waren in het vorige team, dat de Spelen van Rio misliep, vooral bezig met elkaars vriendin te zijn. Nu zeggen we tegen elkaar, heel direct: hé joh, dit moet beter en je moet er iets aan doen. En dan wordt het geaccepteerd. Wij wilden nooit conflicten en dan kwam het vanzelf goed. Nu zijn we er wel achter dat er af en toe een conflict moet worden gecreëerd.

‘Er wordt zelfs wel eens gevloekt. Ik had een trainer in de VS, Jovan Vavic, die stopte nooit met schreeuwen. Ik vond het eigenlijk wel fijn. Lekker eerlijk, want hij schreeuwde tegen iedereen. Zonder aanzien des persoons. In het begin praatte ik nog terug. Les één: praat nooit terug. Hij zei: ik ben hier aan het praten. Jij moet gewoon luisteren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden