WielrennenRonde van Vlaanderen

Mathieu van der Poel is terug en hij is misschien wel een betere wielrenner dan ooit

Is Mathieu van der Poel hersteld van zijn rugblessure? De winst in Dwars door Vlaanderen doet denken van wel. Sterker, mogelijk is hij zelfs beter geworden. Revalideren sterkt de geest. Zondag mag Van der Poel zich bewijzen in de Ronde van Vlaanderen.

Rob Gollin
Mathieu van der Poel bij de 105e editie van de Ronde van Vlaanderen in 2021. Beeld BELGA
Mathieu van der Poel bij de 105e editie van de Ronde van Vlaanderen in 2021.Beeld BELGA

Kristof De Kegel, prestatiemanager bij wielerploeg Alpecin Fenix, keek woensdag voor de televisie naar Dwars door Vlaanderen en zag dat kopman Mathieu van der Poel alles moest geven om zijn medevluchters af te schudden en zegevierend over de streep te komen. ‘Hij had niet veel overschot. De benen waren niet fris meer.’

Niet dat hij overmatig bezorgd was, het was ingecalculeerd. De Nederlander was nog wat vermoeid na zijn deelname aan de Italiaanse rittenkoers Settimana Coppi e Bartali vorige week, maar wilde toch ervaren hoe het ook al weer voelde, het gedrang en gedokker op Vlaamse wegen. De Kegel weet zeker dat de drie dagen rust tot aan de Ronde van Vlaanderen van zondag hem op het gewenste niveau zullen brengen.

De grote vraag is: hoe hoog is dat? Is Van der Poel na terugkeer van zijn slepende rugblessure, die hem maanden uit de koers hield, misschien wel beter dan hij ooit was? Zelf is de renner er wat ambivalent over. ‘Het is mogelijk. We hebben het in het verleden meer gezien, ook in andere sporten. Maar je kunt ook minder sterk terugkomen. Dat is de twijfel die je altijd hebt.’

De Kegel is nauwelijks specifieker. ‘Het is moeilijk uit te drukken. Er bestaat ook zoiets als de vorm van de dag. Maar de vermogens die hij na zijn hoogtestage trapt over zowel langere perioden als tijdens korte inspanningen, zijn op het peil waar ze moeten zijn, op z’n minst vergelijkbaar met de voorgaande jaren.’ Of dat toereikend zal zijn, is afwachten. ‘Vergeet niet dat het algemene niveau van het peloton in die tijd ook is gestegen. Iedereen komt tegenwoordig van een berg af.’

Om Van der Poel tijdig te laten terugkeren, is volgens De Kegel ‘geflirt met de limieten’. Na een gedwongen rustpauze van een maand, resteerden er nog acht weken om de renner klaar te stomen voor de Ronde. Een langdurige hoogtestage in Spanje bleek vruchten af te werpen. ‘Gekozen is voor een steile opbouw. Mathieu zat al snel 25 tot 30 uur op de fiets. Artsen gaven van week tot week aan of het verantwoord was. We hielden precies bij wat hij aankon. ‘Er was eigenlijk geen andere keuze. Het was net oké.’

Eerst was de vooruitgang beperkt, pas op het laatst voelde Van der Poel dat de progressie substantieel was. De Kegel was niet verrast. ‘Na vier weken niets doen moet je nagenoeg opnieuw beginnen. Dan voel je eerder pijntjes en vermoeidheid. Maar na zo’n periode komt de conditie terug en ga je grote stappen zetten.’

Dat sporters beter presteren na een langdurige kwetsuur, is niet uitzonderlijk, stelt sportpsycholoog Afke van de Wouw. Zij is opgeleid als bewegingswetenschapper en fysiotherapeut en werkt met coaches, wielrenners, voetballers en hockeyers. Samen met collega Yara van Gendt schreef ze het boek Leren revalideren met adviezen over een optimaal herstel.

Voordat sporters hun rentree maken in de wedstrijden hebben ze verschillende emotionele fasen meegemaakt, zegt ze. ‘Het begint met de ontkenning. Ach, het valt wel mee. Met wat tape of een spuitje sta ik er zo weer. Dan volgen boosheid en depressieve gevoelens. Waarom is dit mij overkomen? Komt het nog wel goed? Pas daarna is er de acceptatie. Je denkt na over mogelijke behandelingen. Je gaat nieuwe doelen stellen.’

Eenmaal weer in de arena, zegt Van de Wouw, staat er iemand die teleurstellingen heeft meegemaakt en overwonnen. ‘Je kunt meer aan. Je hebt veerkracht getoond. Je kent je lijf beter en hebt geleerd hoe ermee om te gaan.’

Prettige bijkomstigheid kan zijn dat het gekwetste lichaamsdeel door al die zorg en training sterker is geworden. Een andere factor is de euforie: ik kan het nog, ik hoor er nog bij. ‘Je hebt vaak een eenzame tijd achter de rug. Dan ga je extra waarderen wat je al die tijd hebt gemist.’

Prestatiecoach De Kegel herkent de patronen. ‘Mathieu was een tijdje ontgoocheld. De twijfels begonnen toen hij zijn tweede veldrit in zijn seizoen moest afbreken. Maar na een zoektocht naar de weg terug, toonde hij grinta: hij was ongelooflijk gretig, uiterst gemotiveerd. Hij plaatste zijn trainingen op Strava, de prestatieapp, zodat iedereen kon zien wat hij aan het doen was. Kijk: jullie zijn nog niet van mij af. Die gedrevenheid is zeker een extra troef geweest.’

Volgens Van de Wouw is het belangrijk te achterhalen of factoren buiten de sport hebben bijgedragen aan het ontstaan van een blessure. ‘De focus ligt vaak op zaken als een verkeerde zadelhoogte, overbelasting van spieren, pure pech bij een valpartij. Onderzoek toont dat in veel gevallen belangrijke gebeurtenissen, die zich pakweg drie tot zes maanden eerder hebben voorgedaan, van invloed zijn geweest. Denk aan iets tragisch als een scheiding en het overlijden van een dierbare of juist iets moois zoals een huwelijk of de geboorte van een kind. Big life events. Het levert veel psychische belasting op. Stress betekent meer risico. De balans kan zoek raken. Je kunt het bijna zien aankomen.’

Mogelijk – het is speculatie, beklemtoont ze – is zo’n gebeurtenis het overlijden van Van der Poels opa geweest, de Franse oud-renner Raymond Poulidor, aan wie de renner zeer was gehecht. De pijn aan zijn rug speelde op tijdens de Tour de France, toen er veel aandacht was voor de innige band tussen kleinzoon en grootvader.

Het is volgens de sportpsycholoog een wat veronachtzaamd terrein. ‘Dit soort zaken kost energie. Sporters herstellen onvoldoende van trainingen en wedstrijden, waardoor overbelasting dreigt. Stress leidt tot oppervlakkige ademhaling en verhoogde spierspanning. Niet voor niets krijgen spelers vooral bij belangrijke en beladen wedstrijden eerder kramp.’

Op de weg terug moet worden voorkomen dat de blessure bij de sporter in het hoofd gaat zitten: de angst op herhaling, sombere gedachten bij de geringste pijnscheut. Van de Wouw noemt visualisatie een belangrijk instrument. ‘Je moet je acties inbeelden die verlopen zoals jij wilt. In het geval van wielrenners kan dat het inzetten van een sprint zijn, het aanvallen van een klim, het perfect aansnijden van een bocht. Het werkt averechts als je jezelf ziet vallen of krimpen van de pijn. Je richt je op wat je wilt bereiken, niet op wat je wilt vermijden.’

De hersenactiviteit tijdens de inbeelding is nagenoeg gelijk aan die van het daadwerkelijk uitvoeren van de actie. Zelfs spieren worden geprikkeld, ‘ook al zit je in een stoel’. Bij sporters met ledematen in het gips is vastgesteld dat visualisatie krachtsverlies tot 50 procent kan beperken.

De entourage kan bijdragen aan een geslaagde rentree. Zo kunnen begeleiders in de voorbereiding vertellen wat de sporters kunnen verwachten. Zullen er nog pijntjes optreden? Wat hoort erbij? Is het normaal dat je de volgende dag last hebt? Omgaan met druk verdient net zoveel aandacht. Van de Wouw las dat de ploegleiding Van der Poel geen verwachtingen oplegde toen hij Milaan-Sanremo ging rijden, zijn allereerste koers na terugkeer. ‘Het was: kijk maar. Rij op je gevoel. Dat voorkomt frustraties als het niet meteen lukt.’

Met voorgenomen deelnames aan zowel de Giro d’Italia als de Tour de France wacht Van der Poel een zwaar programma. Of zijn blessure zal leiden tot verdere uitkleding van zijn competitie in het veldrijden en het mountainbiken staat niet vast. ‘De liefde is er nog steeds’, verklaart coach De Kegel. ‘Maar dat hij deze zomer gaat mountainbiken is onwaarschijnlijk. We zullen iets voorzichtiger en selectiever moeten zijn. Het komt wel weer in beeld als hij zich gaat voorbereiden voor de Spelen in Parijs in 2024.’

Intussen is de geplaagde rug nauwelijks meer een onderwerp van gesprek tussen beiden. De Kegel: ‘In het begin was het meteen mijn eerste vraag: hoe is het ermee? Dat is gestopt en dat is goed.’ Hij weet dat de renner de tijd neemt voor stabilisatie-oefeningen. ‘Hij is er tot in detail mee bezig. Het zal altijd wel een beetje oppassen blijven.’

Uit de lappenmand

Beter terugkomen na een blessure is niet ongewoon onder Nederlandse renners. Neem topsprinter Erik Dekker die in maart 2000, in Parijs-Nice, over kop vloog, zijn elleboog brak en later in dat jaar drie Touretappes won. Dekker twintig jaar later in de Volkskrant: ‘Hoe het kan? Onbevangenheid, denk ik. Je bent zo blij dat het goed gaat. Je zit een een flow. Je bent aan het genieten.’

Dekkers latere opvolger als Nederlands sprinttalent, Fabio Jakobsen, beleefde twee decennia later een gruwelijk sprintongeluk in de Ronde van Polen. Na zijn terugkeer had Jakobsen zijn beste jaar ooit met onder meer drie sprintetappezeges in de Vuelta en de groene trui. Hij revalideerde van de fysieke schade, maar minstens zo belangrijk was het mentale herstel. Begin dit jaar vertelde hij dat hij met hulp van een sportpycholoog leerde dat angst voor een massasprint niet per se slecht is. ‘Zonder angst ben je roekeloos en of het misgaat, daar heb je zelf invloed op.’

Wilco Kelderman is specialist terugkomen-na-zware-blessure. Ook hij boekte zijn beste resultaat na, alweer, een revalidatie en werd derde in Giro d’Italia van 2020. Ook zijn revalidaties hebben hem vooral mentaal sterker gemaakt. ‘Je leert van tegenslagen’, zei Kelderman vorig jaar. ‘Als ik het nu zwaar heb, denk ik terug aan die momenten dat ik in de kreukels lag. Dat geeft extra motivatie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden