Reportage WK Veldrijden

Mathieu van der Poel is niet bang voor de Belgen, maar: ‘Mirakels blijven mogelijk’

Niemand fietst sneller over de velden dan Mathieu van der Poel (24). Hij wint elk seizoen ook vrijwel alles. Behalve dan de koers om de wereldtitel. Drie keer op rij was de regenboogtrui voor de Belg Wout Van Aert. Wat wordt het zondag in Bogense, Denemarken?

Mathieu van der Poel passeert gedesillusioneerd de finish bij het WK veldrijden in Valkenburg in 2018. Weer geen wereldtitel. Beeld ANP

Een koude wind etst ­bescheiden rimpels op het Kattegat. Een witgepleisterde kerktoren prikt net boven een metershoge wal uit. In een haventje dobberen zeiljachten in afwachting van warmere tijden. Ziedaar het decor van het stadje Bogense in Denemarken waarin veldrijder Mathieu van der Poel zondag moet zien af te rekenen met wat Vlamingen het zwarte beest noemen; een niet te ­nemen horde, een tot obsessie uitgegroeide klip, in zijn geval toch maar weer eens de wereldtitel.

Alsof hij de hindernis nu maar alvast te lijf gaat, duikt hij vrijdagmorgen op uit de diepte van de stenige kustlijn en stuift met een rotgang het angstwekkend steile talud op, het kerkje tegemoet. Tijdens de training zijn er meer renners die het net halen, maar ­niemand ontwikkelt zo’n snelheid als hij. Na drie rondjes vindt hij het welletjes en fietst hij terug naar het hotel, 25 kilometer het glooiende eiland Funen op. ‘Het is heel snel. Dat ligt me wel.’

Nog nooit was Van der Poel, net 24, zo torenhoog favoriet. Jawel, hij was het in 2018 en in 2017 en eigenlijk ook wel in 2016. Maar zijn dominantie in de afgelopen maanden was nog pregnanter dan in de voorgaande jaren. Geheel naar believen vertrok hij vroeg of een enkele keer wat later om de tegenstand hulpeloos in het zand of de modder achter te laten. De speelvogel – weer Vlaams ­jargon – was weer eens gevlogen.

Maar telkens als Van der Poel op de ­regenboogtrui aast, zijn voorspellingen een hachelijke zaak gebleken. Ondanks manifeste heerschappij in voorafgaande schermutselingen stond op de laatste drie WK’s telkens niet hij, maar Wout Van Aert op het hoogste podium. De Belg verteerde de zuigende löss op de hellingen van de Cauberg beter. In Bieles, Luxemburg weerstonden diens verdroogde groene Michelins de gemene kiezels op het parcours, terwijl Van der Poel er op vers rubber vier keer lek reed. In Heusden-Zolder leek de Nederlander mentaal geknakt, nadat hij tijdens een val met zijn voet bekneld raakte in het wiel van Van Aerts fiets. Alleen in Tabor, Tsjechië, in 2015, kon hij, toen 20 jaar, als jongste wereldkampioen ooit de trui aantrekken.

Kers op de taart

Hoe graag wil hij zondag? Na zijn verlies in Valkenburg, vorig jaar, verklaarde hij dat een reeks van dertig overwinningen in het seizoen hem meer waard was dan die ene titel. Dat vindt hij nog, zegt hij vrijdag, terug in het hotel. Maar het zou toch ‘de kers op de taart’ zijn en, ja, het zou toch wel zuur zijn als hij die voor de vierde keer op rij misloopt – zeker met wat dit seizoen vooraf ging.

Hij weet wat hem te wachten staat. Van Aert kan zich als geen ander richten op de dag die er het meest toe doet en er is een sterke concurrent bij gekomen. Toon Aerts, Europees kampioen in 2016 en regerend Belgisch kampioen, oogde de laatste weken zelfs sterker dan Van Aert.

In het veldrijden heeft Van der Poel al een voorganger die in hetzelfde schuitje zat, hij verwijst er zelf met regelmaat naar: Sven Nys grossierde gedurende bijna twintig jaar in overwinningen, maar triomfeerde slechts twee keer op een WK, in 2005 en 2013.

Nys zegt dat hij alleen bij zijn eerste titel het zwarte beest de kop zag opsteken. ‘Je bent al een hele tijd de beste renner en het lukt maar niet. Elk jaar was dat moeilijker te verteren.’

Maar na zijn eerste regenboogtrui ging de knop om. Een tweede liet Nys minder zwaar wegen. Zoveel mogelijk winnen, daar draaide het om. Bijna en passant viste hij in 2013 in de Verenigde Staten de tweede titel op. ‘Ik heb nooit spijt gehad van die keuze. Er zijn renners die meer wereldkampioen zijn geweest dan ik maar die toch op een lager niveau worden ingeschaald.’

Natuurlijk heeft een WK-wedstrijd een bijzondere lading. Nys: ‘Het moet in één uur gebeuren. Je hebt te maken met tegenstanders die zonder druk rijden, een enkeling die alle kaarten op deze dag heeft gezet of iemand die ineens boven zichzelf uitstijgt. Daar moet je tegen bestand zijn. Nee, daar heeft hij geen hulp bij nodig. Ik zie Mathieu dit seizoen ­alleen maar genieten.’

Geen choker

Sportpsychologen kennen het ­fenomeen: op de cruciale momenten bezwijken onder de stress. Van der Poel is geen choker, denkt Rico Schuijers, die topsporters hielp in hun voorbereiding op de Olympische Spelen. ‘Zijn prestaties op de WK’s kwamen niet door te veel spanning.’

Volgens zijn Vlaamse collega Jef ­Brouwers, die onder meer werkte voor de profploeg van Quick-Step en één veldrijder in behandeling heeft gehad, is het vooral zaak dat hij in zijn gedachten uit de wurggreep van die ene, allerbelangrijkste wedstrijd blijft. ‘Topsporters moet het niet uitmaken welke wedstrijden ze rijden, waar en tegen wie.’

Het is volgens beiden te regisseren. ­Bereid je elke wedstrijd zo’n beetje op dezelfde manier voor. Je weet dat het tot dan toe goed heeft gewerkt. Een afwijkend patroon leidt alleen maar tot meer verwachtingen, meer hersenspinsels. Brouwers: ‘Alsof een WK ineens je leven wordt. Dat gaat knagen aan het zelfvertrouwen.’

Schuijers: ‘Als je doet wat je altijd doet, is de kans groter dat je wint. Als je je niet zo specifiek richt op de titel, ga je meer ontspannen rijden, net wat losser sturen.’

Zelf zegt Van der Poel dat er geen ontkomen aan is: een WK is toch iets speciaals. ‘Je kunt jezelf wel voorhouden dat het niet zo is, maar iedereen weet dat het wel zo is. Er is een trui aan verbonden. Je moet zien dat alles klopt. Iedereen is in topconditie, iedereen wil winnen. Als ik tweede word, zal ik niet tevreden zijn.’

Geen obsessie

Hij gelooft niet dat er sprake is van een obsessie. ‘Dat het drie keer niet is gelukt, daar denk je natuurlijk wel aan. Maar als ik in Luxemburg geen pech had gehad, had je er niemand over gehoord. Misschien wordt het wel iets als het nu weer misgaat. Ik leef er met vertrouwen naar toe.’

Maar dan is er nog de buitenwacht die de verwachtingen maar oppompt. Rico Schuijers: ‘Je moet gewoon wat meepraten, maar intussen je vooral bezighouden met je procesdoelen: hoe kan ik zo hard mogelijk blijven fietsen, je techniek bijhouden. Dat zijn zaken waar je controle over hebt.’

Wat moet hij tijdens de wedstrijd doen, als het weer spraak dreigt te lopen? Als de Belgen hem collectief aanvallen? Als Van Aert of Aerts hem toch brutaal voorbij steekt? Dan moet hij gaan achtervolgen en dat is hij niet zo gewend. Schuijers: ‘Het lijkt me dat hij toch zo hard mogelijk moet weggaan. Dat is even pijn lijden, maar de rest zal zich ook opblazen. Hij zal ook met alle scenario’s rekening moeten houden. Pech, een val, een ander die voor hem rijdt; zorg dat je weet: dit hoort erbij en dit kan ik allemaal hebben.’

Mirakels blijven mogelijk

Is Van der Poel eigenlijk bevreesd voor de Belgen? Diens antwoord komt snel: ‘Nee.’ Maar hij zegt ook: ‘Mirakels blijven mogelijk.’

Nog een advies van de deskundigen: zoek naar de opgewekte ­gemoedsrust. Brouwers haalt als voorbeeld de shoot-out aan, waarmee de Belgische hockeyer Florent Van ­Aubel in december de WK-finale in India tegen Nederland besliste. Dat gebeurde nadat het elftal al de titel had gevierd, totdat de winnende treffer wegens een voetfout werd afgekeurd.

Brouwers: ‘Van Aubel zei dat hij een geheim had toen hij op de keeper afging. Hij dacht aan zijn vriendin, aan zijn ouders die hij lief heeft. Hij liet alleen positieve gevoelens toe. Zo kon hij de hele wereld aan.’

Dan is vast het een prettige bijkomstigheid dat Van der Poel sinds enkele maanden een vriendin heeft? Brouwers: ‘Dat zal hem zeker helpen, ja.’

19 wedstrijden hebben Van der Poel en Van Aert dit seizoen tegen elkaar gereden. Slechts eenmaal bleef de drievoudig wereldkampioen zijn Nederlandse rivaal voor. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.