COLUMNWillem Vissers

Mathieu van de Poel en de list die geen list was

Veel mooier dan een vliegende koning zijn fietsende koningen. Ach, hoe spannend, geweldig en ronduit ontroerend is de ontknoping van de Ronde van Vlaanderen, zondagmiddag.

Eerst fietsen drie koningen voorop door België. Drie wijzen uit het westen, eentje uit Frankrijk, een uit België, een uit Nederland. De eerste, Julien Alaphilippe, rijdt in een bijna leeg landschap tegen een jurymotor op, als hij even niet oplet in het zog van de twee anderen. Die motor rijdt ook onhandig daar. Het is zo’n onuitstaanbaar aspect van het wielrennen, telkens met die rare ongelukken, met die laksheid over veiligheid. Laten we het een ongelukkige samenloop van omstandigheden noemen. Enfin, verder.

Twee koningen blijven onbewogen bewegen, met ruim dertig kilometer te gaan. De een, Wout Van Aert, kan beter sprinten, zeggen de kenners. De ander, Mathieu van der Poel, moet een list verzinnen. Zie ze de Paterberg afdalen, liggend op de fiets, bijna als in een vliegtuig van een echte koning, met als verschil dat er voor hen geen weg terug is.

Langzaam dreigt ook de sport weer vast te lopen in oplopende besmettingscijfers van de coronacrisis, maar hier, in Vlaanderen, betwisten stugge volhouders elkaar. Het publiek is al goeddeels verdwenen, de heuvels zijn afgesloten, maar de twee koningen jagen op de kroon in de laatste grote, eendaagse wedstrijd van het sportjaar om nooit te vergeten.

Deze ontknoping is intens spannend door de totale onvoorspelbaarheid van de afloop, in een spel van loeren, kijken en reageren. Ze hebben alleen oog voor elkaar, al gaan Van der Poels ogen verborgen achter een zonnebril. Waar is Van der Poels list, vragen de tv-commentatoren zich af?

Deze koning heeft helemaal geen list. Nou ja, de list is dat Van der Poel gewoon van kop af sprint, vanaf nog maar 200 meter van de eindstreep, als Van Aert eindelijk zijn aanval inzet. Later zal de Belg zeggen dat hij te laat is begonnen met sprinten. Achteraf weet hij hoe het moest. Het gaat om vooraf weten. Hij heeft zich laten strikken door een list die geen list was.

Het is een majestueuze sprint. Mooier kan een finale niet zijn, ook in de esthetische uitvoering van het waagstuk dat sprinten is. Ze wijken vrijwel geen millimeter van hun lijn. Zo hoort dat. Gewoon zo rechtuit mogelijk rijden, de kortste weg naar de streep. Van der Poel wint met marginaal verschil, 34 jaar na zijn vader Adri, wat de ontknoping extra beladen maakt, in emotioneel opzicht.

Het is de grootste zege in de loopbaan van junior tot nog toe. Hij slaat de handen voor het gezicht. Hij huilt. Om hem heen gillende mensen. Op de achtergrond klinkt de barse stem van corona: ‘Afstand houden.’ Van der Poel is zo moe, met het zuur tot achter zijn oren, dat hij niet eens meteen weet of hij heeft gewonnen. ‘Ik heb er geen woorden voor’, stamelt hij. ‘Ik zat zo kapot. Ik keek niet eens meer naar Wout zijn wiel.’ 

Hij is bijna sprakeloos, deze koning van de fiets, zo hoog verheven boven de vliegende koning.

Lees ook

Een decimetertje in Vlaanderen betekent voor Mathieu van der Poel een wereld van verschil
In de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen werden hun namen steeds genoemd. Mathieu van der Poel en Wout van Aert. En terecht. De twee maakten hun faam waar en voerden een wielershow op die duurde tot voorbij de streep. Van der Poel won, als tiende Nederlander, 34 jaar na zijn vader Adrie.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden