Marokko of Nederland, ga er maar aan staan, als 20-jarige

In AD Sportwereld stond deze week een prikkelend stuk over het elftal dat in 2008 aan de Olympische Spelen zou kunnen deelnemen....

Paul Onkenhout

Zover zal het natuurlijk nooit komen, maar het onderwerp leent zich goed voor een nadere beschouwing of cafépraat, al was het alleen maar omdat het tegenwoordig kennelijk de bedoeling is dat spelers zonder ervaring deel uitmaken van Oranje, en spelers met ervaring van een nationale jeugdploeg.

Volgens de coach van de olympische ploeg, Foppe de Haan, is het spel op de wagen. Dat is het zeker, als spelers van AC Milan, Bayern München en Real Madrid samen bereid zijn zich over twee jaar weken te laten opsluiten in een olympisch dorp in Peking; weer eens wat anders dan een vijf sterren-hotel met alles erop en eraan.

Misschien kan Foppe trouwens Jaap Stam eens polsen, want aan de samenstelling van de verdediging kan nog wel iets worden verbeterd. Op de fotocollage die het AD van de olympische ploeg maakte, staan Tiendalli, Vlaar, Donk en Emanuelson in de verdediging. Met hen zie ik ons niet zo snel een gouden plak winnen.

Maar het is om een andere reden dat de door de krant in beeld gebrachte opstelling zo intrigeert. Vlaar, Van Bommel en Van Nistelrooij zijn de enige, eh, autochtonen. Bijna het hele elftal hebben we te danken aan de expansiedriften van onze reislustige voorouderen in het Caribisch gebied en Suriname, en aan de toestroom van gastarbeiders.

Sommigen, Surinamers vooral, namen het premier Balkenende nogal kwalijk dat hij vol trots gewag maakte van een ‘VOC-mentaliteit’ in Nederland. Hij zou daarmee de minder aangename trekjes van ons koloniale verleden – roversbenden, slavenhandelaars – onder het tapijt hebben geschoven.

Maar zonder de moed van de VOC’ers zou Nederland als voetballand na de rijke jaren zeventig niets meer hebben voorgesteld. Jammer genoeg hoor je politici als Wilders en Verdonk daar nooit over.

Suriname zou in Zuid-Amerika een geduchte concurrent van Brazilië zijn geweest. En Nederland zou in 1988 (Gullit, Rijkaard) geen Europees kampioen zijn geworden. Ajax (Seedorf, Rijkaard, Kluivert, Reiziger, Davids) had in 1995 de Champions League op zijn buik kunnen schrijven.

De schitterende affaire met de Kabel (Davids en nog een paar anderen) zou in 1996 aan onze neus zijn voorbijgegaan en voor het WK in 1998 zouden we ons niet eens hebben geplaatst, laat staan dat we vierde waren geworden.

Plaats 30 op de FIFA-ranking, schat ik. Niveau België.

In het elftal van de toekomst dat het AD samenstelde, staan acht Surinamers, Marokkanen en Antillianen. Op de reservebank zitten vier allochtonen, onder wie een Bosnische Kroaat (Medunjanin) en een Liberiaan (Collins John). Die hebben we te danken aan het ruimhartige, maar nu drastisch aangepaste Nederlandse asielbeleid.

Vrijdag maakte bondscoach Van Basten weer gebruik van het onuitputtelijke arsenaal. Hij nam David Mendes da Silva en Evander Sno voor de eerste maal op in de selectie van Oranje. Ibrahim Afellay twijfelt nog of hij voor Nederland of Marokko wil gaan spelen en sloeg de uitnodiging af.

Met zijn twijfels raakt Afellay een open zenuw van onze samenleving. Het is de vraag hoe Marokkaans hij is als Nederlander, en hoe Nederlands als Marokkaan. Afellay is van beide wat: hij groeide op in Nederland en is opgeleid door PSV. Tegelijkertijd maakt hij deel uit van een Marokkaanse enclave die het liefst ziet dat hij het shirt van haar land zal dragen. Ga er maar aan staan, als 20-jarige.

Van Basten zal hem proberen te paaien met het vooruitzicht dat de kans op succes met Nederland groter is dan met Marokko. Zo redeneren voetbalcoaches nu eenmaal: alleen de wedstrijd telt, de spelers zijn pionnen met wie naar believen kan worden geschoven.

Al het andere is overbodige ballast. Afellay is alleen maar een voetballer die in een tactisch concept moet passen, taakbewust moet zijn en ook multifunctioneel en die een wedstrijd moet kunnen lezen; dat soort gelul. Maar Afellay is wel iets meer dan een voetballer.

Aan de vorige wedstrijd tegen Engeland, in 2005, ging een debat vooraf over een Turkse Nederlander, Ugur Yildirim van Heerenveen. Hij koos voor Nederland, speelde zes minuten in Oranje, werd daarna nooit meer geselecteerd en is nu zelfs bij Heerenveen niet zeker meer van zijn plaats.

Afellay echter is een groot talent, dat was Yildirim niet. Oranje kan hem, later, goed gebruiken, maar veel wezenlijker is de vraag wat een keuze voor Nederland oplevert, behalve sportief profijt.

Veel, denk ik. En het zou de Marokkaanse gemeenschap in Nederland ook geen kwaad doen. Een Marokkaanse Nederlander, of andersom, die ons in 2014 naar de wereldtitel leidt, dan wil ik al die xenofobe politici nog wel eens horen.

Paul Onkenhout

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden