Interview Marlon Landbrug

Marlon Landbrug heeft zich nooit gediscrimineerd gevoeld op het hockeyveld

Marlon Landbrug van Pinoké in actie tegen zijn oude club Amsterdam. Beeld Jiri Büller

Als donkere hockeyer is Marlon Landbrug een zeldzaamheid in een witte sport. ‘Ik ben opgevoed met de gedachte dat je trots moet zijn op de kleur die je hebt.’

Voor het eerst staan de hockeyers van Pinoké in de hoofdklasse boven rivaal en grote broer Amsterdam en dus voelt het 1-1-gelijkspel zondag voor Marlon Landbrug als een teleurstelling. De 22-jarige aanvaller heeft in de tweede helft de winnende treffer op zijn stick tegen zijn voormalige club. En mist. ‘Wij vonden dit het ideale moment om Amsterdam te breken’, zegt Landbrug. ‘Al gaan we er alles aan doen om boven de buren te eindigen.’

Landbrug was een eenling, welk kind uit de Amsterdamse Bijlmermeer ging nu hockeyen? ‘Ik merkte al snel dat voetbal niks voor mij was. Ik keek op tv naar hockey bij de Olympische Spelen en dacht: dat ziet er leuk uit. Mijn ouders zochten op Google naar een hockeyclub en kwamen meteen uit bij Amsterdam.

‘Kinderen in mijn klas in de Bijlmer vonden het raar dat ik een hockeystick meenam, op het metrostation dacht iedereen dat ik met een honkbalknuppel zwaaide. Het was even slikken, het was blijkbaar niet normaal om te hockeyen. Gelukkig bleek ik talent te hebben en werd het sneller geaccepteerd.

Natuurlijke stap

‘Ik ben begonnen bij de F-jes en stapte als C-junior over naar Pinoké. De jeugdteams bij Pinoké waren altijd beter dan Amsterdam. Ik leerde die jongens kennen via het districthockey, het was voor mij een natuurlijke stap. Ik vond de sfeer bij Pinoké ook beter, ik voelde meer warmte. Ook hoe de mensen op de club omgingen met mijn ouders, het was opener.

‘Bij Amsterdam durfde je als jochie van de D1 niets te vragen aan een speler van Heren 1, het was een andere wereld. Bij Amsterdam stromen ook zelden jonge talenten door naar het eerste team, bij Pinoké krijgt de jeugd altijd kansen.’

Twee dagen voor het duel met Amsterdam loopt Landbrug naar het eerste hockeyveld in de Bijlmermeer dat hij als ambassadeur in oktober opende. ‘Het is een half veld, zie het als een eerste stap. Nu kunnen ook kinderen uit de Bijlmer kennismaken met hockey.’

Hij wijst naar rechts. Achter de Gooiseweg woont zijn Nederlandse vader, wiens achternaam hij draagt. Bij de burgerlijke stand is hij ingeschreven als Marlon de Boer. Dan draait hij zich om. ‘Aan die kant woont mijn Surinaamse moeder.’ Met haar achternaam debuteerde Marlon Landbrug bij het Nederlandse team, het is zijn hockeynaam geworden. Bij Pinoké staat Landbrug op zijn shirt met rugnummer 16.

Eerste team

‘Ik voel me meer Marlon Landbrug, puur omdat mijn moeder altijd heeft geïnvesteerd in mijn hockeycarrière. Mijn vader is daar niet altijd even actief in geweest, wat ik hem niet kwalijk neem. Het was zijn keuze, maar daardoor geef ik mijn moeder liever de credits op het hockeyveld. Toen ik in het eerste team kwam, moest er een naam op mijn shirt. En besloot ik Marlon Landbrug te zijn, Marlon de Boer heeft nooit echt bij mij gepast.’

Hij twijfelt nog om zijn naam definitief te veranderen. ‘Ik denk dat mijn vader er wel begrip voor zou hebben, maar hij zal het niet leuk vinden. Na de scheiding van mijn ouders heeft mijn moeder alles voor gedaan, zij is ook bijna altijd bij mijn wedstrijden.

‘Het contact met mijn vader is goed, maar ik vond het als kind al gek om Marlon de Boer te zijn. Al staat die naam nog steeds in mijn paspoort. Soms word ik nog als Marlon de Boer omgeroepen bij hockeywedstrijden en schrik ik er zelf van. Ik durf het nog niet te regelen, al moet ik vaak uitleggen hoe ik heet.’

Als donkere hockeyer is Landbrug een zeldzaamheid in een witte sport. Hij stond vaak tegenover zijn neef Terrance Pieters, die sinds dit seizoen bij Kampong speelt en eveneens een Surinaamse moeder heeft. ‘Het hockey heeft ons bij elkaar gebracht. Mijn moeder had niet veel contact met haar zus. Tot ze me vertelde dat ik een neefje had die bij Almere hockeyde. Zo leerden we elkaar kennen.’

Marlon Landbrug in actie tijdens de wedstrijd Pinoké tegen Amsterdam. Beeld Jiri Büller

Oranje shirt

De neven speelden dit jaar al samen in het Nederlandse team en deelden voor het Pro Leagueduel met Nieuw-Zeeland een kamer. Pieters behoorde ook tot de selectie die zich tegen Pakistan voor de Spelen van Tokio kwalificeerde. Landbrug richt zich op de Spelen in Parijs in 2024. ‘Terrance is verder dan ik. Het was speciaal om met hem in een oranje shirt te spelen, we lieten zien dat ook donkere hockeyers de top kunnen bereiken.’

Met racisme werd Landbrug nooit geconfronteerd. ‘Ik ben opgevoed met de gedachte dat je trots moet zijn op de kleur die je hebt. Ik wist dat ik anders was, maar ik heb me nooit anders gedragen of het idee gekregen dat ik anders werd behandeld. Ik kreeg in het hockey een eerlijke kans, ik hoefde nooit meer te doen omdat ik donker ben. Hockey is ook kleurrijker geworden.

‘Je ziet meerdere donkere spelers in de hoofdklasse, maar ook Indiërs, Paki’s, Argentijnen. Zo bijzonder is een bruine huidkleur niet meer. Ik schrok van de beelden bij voetbalclub Den Bosch, ik weet ook dat donkere voetballers in Italië geregeld met racisme worden geconfronteerd.

‘Nu ik het in Nederland zag gebeuren en de felle discussie over Zwarte Piet volg, bereid ik me al bijna voor op de gek langs het hockeyveld die racistische dingen roept. Toch zie ik het niet snel gebeuren, in het hockey zal zo’n idioot geen steun krijgen.’

Lees hier verder 

Het was een ontluisterend beeld bij de hockeyers van Amsterdam, zondag in de stadsderby tegen buurman Pinoké. Aanvoerder Billy Bakker zat naast topschutter Mirco Pruyser met een gele kaart vijf minuten op de strafbank, zonder de geblesseerde Valentin Verga bleef Amsterdam ternauwernood overeind: 1-1. Het is crisis bij topclub Amsterdam dat onder leiding van coach en oud-speler Santi Freixa slechts achtste staat, de play-offs voor de topvier lijken definitief buiten bereik. 

Opnieuw blijkt dat Amsterdam te lang heeft vastgehouden aan de oude garde, niemand staat op als de sterspelers het niet laten zien. Tegen Pinoké mocht Amsterdam zich niet verschuilen achter de zwakke arbitrage, al was de gele kaart voor Pruyser onterecht. Keeper Philip van Leeuwen hield zijn team overeind door in de slotfase drie strafcorners voor Pinoké te pareren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden