Interview

Marcel Kittel herkent zich in Dumoulin: ‘Weten wie je bent, kan een moeilijke vraag zijn’

Marcel Kittel wint in 2017 een Touretappe in Luik, een triomf na zijn sabbatical. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Marcel Kittel wint in 2017 een Touretappe in Luik, een triomf na zijn sabbatical.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Weinig wielrenners begrijpen Tom Dumoulin als Marcel Kittel. In 2015 zat de Duitse sprinter met dezelfde levensvraag als Dumoulin nu: wie ben ik. Ook Kittel stopte. Hij vond een antwoord en keerde herboren en beter dan ooit terug in het peloton.

‘Tom is een emotionele kerel, dat ben ik ook’, zegt oud-wielrenner Marcel Kittel over Tom Dumoulin. ‘En we houden allebei van wielrennen. Maar die liefde is soms moeilijk. Dat was het voor mij en voor Tom nu ook. Ik kan navoelen in welke situatie hij zit.’

Tot veler verrassing besloot Nederlands beste ronderenner vorige week te stoppen met wielrennen – tijdelijk of voor altijd, dat weet ook Dumoulin nog niet. De 30-jarige Limburger zegt zichzelf en zijn eigen belangen uit het oog te hebben verloren, vooral sinds hij in 2017 de eerste Nederlander werd die de Ronde van Italië won. Hij zegt tijd en afstand nodig te hebben om een antwoord te vinden op existentiële vragen: wie ben ik en wat wil ik?

Marcel Kittel vroeg zich in 2015 precies hetzelfde af. De nu 32-jarige Duitser had tot dan toe de overwinningen aaneen geregen – allemaal in de sprint. Af en toe werd die aangetrokken door de man die vier jaar zijn ploeggenoot was: Tom Dumoulin. Het werden vrienden.

‘Ik heb het met Tom gehad over zijn beslissing’, zegt Kittel in perfect Nederlands aan de telefoon. Dan volgt een soort disclaimer die hij in het gesprek vaak zal herhalen: ‘Ieder mens is anders. Het is een individuele kwestie. Ik wil me niet met Tom vergelijken, maar ik deel graag mijn eigen ervaringen. Want het is goed dat er door zijn besluit, in een wereld waar het om wedstrijden en winnen draait, aandacht is voor dit belangrijke, maar sensitieve onderwerp.’

Dat jullie sport een moeilijke liefde kan zijn?

‘Zo voelt het. Wielrennen is de zwaarste sport van de wereld. Dat je er veel energie in moet investeren om goed te zijn, is op zich niets speciaals. Maar een wielrenner is constant aan het trainen, aan het voorbereiden op een wedstrijd, op zijn tenen aan het lopen, eigenlijk. En dat niet zes, maar negen maanden. En dan niet voor een wedstrijden van tien seconden of tien minuten, maar van zes uur. En dat, in de grote ronden, drie weken achter elkaar. Dat volhouden is heel, heel moeilijk, niet alleen lichamelijk maar ook mentaal. Daar komen allerlei dingen bij: aandacht van de media, verwachtingen van fans en ook verwachtingen van jezelf.

‘Voor mij als sprinter betekende dat: focussen op de volgende overwinning. Want een sprinter kan zijn seizoen niet plannen naar één hoogtepunt zoals een grote ronde, of een klassieker. Ik stond aan de start van bijna elke koers, om een overwinning te halen. Dat maakte voor mij de sport zo zwaar en ik denk voor veel renners.’

En als je dan, zoals jij en Tom, over de dingen des levens gaat nadenken, maak je het dan nog zwaarder?

Kittel lacht: ‘Niet als alles goed loopt.’ Dan serieus: ‘Als het niet loopt, ga je nadenken en nadenken is voor een sporter niet goed. Eigenlijk moet je een tunnelvisie hebben en niet te veel naar links of rechts kijken. Ik ben altijd een sporter geweest die graag links of rechts kijkt: wat is er allemaal nog naast het wielrennen? Ik zocht altijd de balans tussen hard werken en een rustperiode waarin ik de ruimte vond om over andere dingen dan de sport na te denken.’

De buitenwereld denkt: hoe zwaar kan het zijn, elke dag lekker buiten fietsen, goed verdienen en alles wordt voor je geregeld?

‘Dat snap ik heel heel goed. Als je zelf als profwielrenner zo denkt, dan is het perfect. Van je hobby een beroep maken dat dan helemaal niet meer als beroep aanvoelt: dat is het gevoel dat je zoekt. Maar je moet niet geloven in dat Instagramimago van een in een villa wonende topsporter die voor alles iemand heeft. Het zijn mensen die soms ook twijfelen, omdat elke passie moeilijk kan zijn.’

Was dat waarom je in 2015 besloot te stoppen?

‘Ik werd dat seizoen ziek, waardoor ik voor het eerst in mijn carrière afstand nam tot de sport. Ik ging nadenken over mijn carrière. Ik had meteen in mijn eerste profjaar in 2011 iets van zeventien overwinningen, waaronder een etappe in de Vuelta. Ik bleef maar winnen, ook de eerste etappe in de Tour de France van 2013 wat me de gele trui opleverde. Winnen werd normaal, maar het is helemaal niet normaal. Het is eigenlijk heel uniek wat je dan beleeft en het kan zo voorbij zijn. Maar ik nam nooit de tijd om na te denken wat dat met mij deed, het waarderen, ervan te genieten.’

Tom Dumoulin weet niet, zegt hij, of hij tijdelijk of voor altijd stopt. Hield jij er in 2015 rekening mee dat je niet meer zou terugkeren?

‘Dat kwam toen wel in mijn hoofd op. Ik had het moeilijk met mezelf. Ik mijd het woord ‘depressief’, want dat is een ernstige ziekte, maar ik was zó moe. Weten wie je bent, kan een moeilijke vraag zijn. Met een psycholoog heb ik het opgelost vanuit de overtuiging dat het weer goed zou komen. Want ik voelde nog veel liefde voor mijn sport, lichamelijk waren er kansen en de energie was er ook nog. Ik heb dingen veranderd: andere ploeg, anders trainen. Als ik er nu op terugkijk, ben ik heel blij dat het gebeurd is. Zo moeilijk als het was, zo goed was het voor mij als mens daarna.’

Wat heeft het je opgeleverd?

‘Nieuwe energie. Ik won in 2016 één en in 2017 vijf etappes in de Tour. Ik stond daar op het podium en ik heb van elke seconde echt heel erg genoten. Ik wist wat ik wilde, als topsporter en als mens.’

Dumoulin zegt dat hij heel veel gaat nadenken. Moet hij dat niet wat structureren?

‘Ja, want met heel erg nadenken win je geen Tour de France. Maar zonder gekheid: ik denk dat Tom met Jumbo-Visma een hele goede ploeg om zich heeft, met professionele hulp en slimme mensen zoals ploegleider Merijn Zeeman die zich in Tom kunnen inleven. Wat mij heel goed hielp was een dagboek bijhouden over mijn gevoelens. Zo kwam ik erachter dat als je veel wint en tegelijk ouder wordt, je andere verwachtingen van jezelf krijgt. Ik kan me goed voorstellen dat dat voor Tom nu ook zo is. Het gaat nu niet meer alleen om liefde voor de sport, maar ook om geluk voor jezelf.’

Kittel in 2019. Beeld Getty Images
Kittel in 2019.Beeld Getty Images

In 2019 was je op de leeftijd van Dumoulin nu en stopte je alsnog definitief. Waarom?

‘Ik stelde mezelf de vraag: wat gebeurt er eigenlijk als ik zeg: ik stop nu? Het is moeilijk om die vraag toe te laten, laat staan er een antwoord op te vinden, maar het bleek een eyeopener. Ik wist dat ik later dat jaar vader zou worden en maakte lijstjes van wat ik belangrijk vond in het leven. Steeds vaker stond daar wielrennen niet meer bij. Dat ik weinig aan mijn erelijst had toe te voegen speelde ook een rol. Ik had het gevoel: die professionele wielersport, die heb ik nu wel gezien. Ik ben niet precies op het hoogtepunt gestopt, maar wel op een punt dat ik zelf de beslissing kon nemen. Dus niet vanwege een ernstige blessure ofzo.’

Wielrennen is voor sprinters gevaarlijk, maakte dat stoppen makkelijker?

‘Wielrennen is in het algemeen een van de gevaarlijkste sporten. Dat heb je afgelopen jaar heel goed gezien. Voor mij was er altijd het gevaar van een valpartij in de sprint, maar daar ben je je niet zo bewust van. Zonder risico te nemen kan het niet. Als je bang wordt, als je erover gaat nadenken, moet je eigenlijk stoppen. Nadat we wisten dat een baby onderweg was, heb ik de gevaren van een sprint gezien.’

Speelde mee dat je het je financieel kon veroorloven te stoppen?

‘Ja, maar als je het zo zegt klinkt het als een luxeprobleem. Ik snap heel goed dat wat ik heb gehad, niet voor iedereen is weggelegd. Maar bedenk ook dat een topsportcarrière heel kort is. En die kan door een ernstige blessure of weet ik wat zo maar voorbij zijn. Los daarvan geldt: als je je passie verliest, is iets een nieuws een betere keuze.’

Hoe is je leven nu?

‘Ik geniet van elke seconde als papa. In mei verwachten we ons tweede kindje - mijn verloofde Tess is Nederlandse. We wonen aan de Duits-Zwitserse grens in Kreuzlingen en ik ben economie gaan studeren aan de universiteit van Konstanz in Duitsland. Ik fiets met vrienden zonder aan winnen te denken, maar tot mijn verbazing ben ik nog heel erg bezig met de cijfers op mijn fietscomputertje. Kennelijk zit dat diep in mij, al zijn die cijfers niet meer hetzelfde.’

Lees ook

De tobber Dumoulin blijft de wielrenner achtervolgen
Voelde Tom Dumoulin al op het hoogtepunt van zijn wielercarrière aan dat het bestaan van topsporter voor hem niet zaligmakend is? Hij deelde de ploegleiding van Jumbo-Visma mee dat hij voor onbepaalde tijd en onbetaald een pauze inlast. De signalen waren er.

‘Het is een soort midlifecrisis, maar dan voor topsporters’
Net als in de ‘gewone’ samenleving zijn bij topsporters psychische klachten een reëel probleem. Ook zij kunnen tegen een mentale muur op lopen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden