Jouke Hoogeveen tijdens de eerste marathon van het seizoen in Amsterdam.

Reportage Marathonschaatsen

Marathonschaatser Hoogeveen en zijn rock-n-rollgevoel op het ijs

Jouke Hoogeveen tijdens de eerste marathon van het seizoen in Amsterdam. Beeld BSR Agency

Jouke Hoogeveen (40) houdt van de chaos in het peloton. Bij de start van het marathonseizoen wordt hij zevende. Niet gek voor iemand bij wijze van grap is gaan schaatsen. 

Zo’n vijftig schaatsers staan klaar voor de start van het marathonseizoen in Amsterdam. Hier hebben ze maanden voor getraind, de zenuwen gieren door de lijven. Midden in het veelkleurige peloton staat Jouke Hoogeveen. Hij is de oudste van het veld, 40 jaar, maar even ongeduldig en gretig als zijn jonge concurrenten.

Hoogeveen is door zijn aanvalslust een publiekslieveling. Hij doet zaterdagavond zijn reputatie eer aan, maar kan niet voorkomen dat een gehalveerd peloton op een sprint af koerst. Bart Swings, gegangmaakt door diens ploeggenoot Jorrit Bergsma, wint afgetekend. Hoogeveen wordt zevende.

Dat hij niet heeft gewonnen, deert hem niet. Het rijden van een wedstrijd vindt hij een waanzinnige ervaring. ‘Ik krijg van de marathon een rock-’n-rollgevoel, die kick. Het is een wereld waarin maar één ding telt: als eerste bij de streep zijn. En nooit opgeven’, vertelt hij een paar dagen voor de seizoensopening.

De heerlijke chaos van een razend peloton staat in sterk contrast met Hoogeveens dagelijks leven. Net als zijn collega’s volgt hij een strak trainingsregime, maar ook zijn dagelijkse werk draait om controle en voorspelbaarheid. Twintig uur per week begeleidt hij jongeren met een autistische stoornis en een cognitieve beperking, die gebaat zijn bij een vast stramien. Dat doet hij al ruim 10 jaar met veelal dezelfde cliënten. ‘In hun levens verandert weinig en dus in het mijne ook. Ze zijn bijna familie voor me. Ik ken ze langer dan mijn eigen kinderen.’

Tegenstanders pijn doen

Het is puzzelen met werk, gezin en sport, zeker sinds hij twee jaar geleden van Amsterdam naar het Noord-Hollandse Heiloo verhuisde. Maar zolang hij het gevoel heeft dat hij zijn tegenstanders pijn kan doen, wil hij door. Te oud voelt hij zich in ieder geval nog niet. Dat is niet zo vreemd, want voor zijn leeftijd heeft Hoogeveen maar weinig schaatsjaren in de benen. Er zijn twintigers in het peloton die langer schaatsen dan hij. 

Geboren en opgegroeid in IJlst, een van de Friese elf steden, was hij in de strengere winters in zijn jeugd op het ijs te vinden. Gekke dingen deed hij als het gewone rijden hem verveelde: verspringen op schaatsen of de 100 meter met de schaatsbeschermers om de ijzers. Echt schaatsen was het niet, dat kwam later. ‘Pas rond mijn 27ste kwam ik voor het eerst in Thialf.’

Ook andere sporten deed hij niet echt, ook niet toen hij voor zijn studie pedagogiek naar Amsterdam verhuisde. ‘Ik was geen sportief mens’, zegt hij lachend. Toch legde hij in de hoofdstad de basis voor zijn late sportbekering. Af en toe had hij behoefte aan ruimte, aan natuur. Dan ging hij de stad uit op de fiets. En hij begon met inlineskaten. Hij reed op zijn skeelers kort stukjes door de stad: van zijn studentenkamer in de Rivierenbuurt naar de colleges aan het Weesperplein en Roeterseiland. ‘De kilometers maakte ik met de friday night skates.’

De marathon als grap

Die skatetochten op de vrijdagavond door de stad waren zoals het schaatsen in zijn jeugd: meer spel dan sport. ‘Dat was allemaal nog niet zo georganiseerd toen, eind jaren negentig. Het waren een beetje outlaws die dat initieerden. Mensen dronken en blowden en deden allemaal rare kunstjes op die dingen. Ik kon vooral hard.’ En het blowen en drinken? ‘Niet zo heel erg. Nu in ieder geval niet meer’, lacht hij. ‘Nu heb ik de wedstrijden. Daarin gaan alle remmen los. Dat is voor mij genoeg voor de hele week.’

De stap naar het rijden van marathons begon bijna als een grap. Hij keek wel eens naar wedstrijden op televisie, samen met een vriend die meende dat marathonschaatsen niet zo moeilijk was. ‘Wij konden dat ook, zei hij.’ Inmiddels afgestudeerd vond Hoogeveen dat het tijd werd voor een hobby en dus schreef hij zich in voor een marathonwedstrijd in de laagste divisie. ‘Ik won direct.’

Hoogeveen had een enorme technische achterstand op de anderen in het peloton, die al jaren op de ijzers stonden. Vooral de bochten waren een kwelling. Week per week ging het beter en geleidelijk steeg hij in de rangen, totdat hij in 2007 met de beste mannen mee mocht doen.

Op het hoogste niveau wint hij niet vaak, maar als de omstandigheden zwaar zijn, behoort hij tot de favorieten. Op natuurijs dus. Niet voor niets werd Hoogeveen, die zichzelf op social media ‘de lange adem’ noemt, vorig jaar nog tweede op het zeeijs van het Zweedse Luleå. Bijna al zijn zeges behaalde hij op buitenlands natuurijs.

Elfstedentocht

Hij lijkt de perfecte kandidaat voor een Elfstedentocht, maar dat is volgens hem zelf niet zonder meer het geval. ‘Je weet het niet. Het is wel zwaar, maar er zijn zoveel dingen die ik nog nooit hebt gedaan: hardlopen naar de start, in het donker schaatsen, klunen, de bruggen. Je kan zelfs verdwalen. Er kan zoveel gebeuren.’

De Elfstedentocht houdt hem ook niet zo bezig. ‘Als kind was het magisch voor me. En bij sommige mensen groeit dat verlangen, maar bij mij raakt het op de achtergrond.’ Bovendien, er zit ook muziek in de normale marathons, of het nu op buitenlands natuurijs is of op de Nederlandse kunstijsbanen. ‘Het is gewoon een prachtige sport.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden