'Maar ik ben ook liever bescheiden dan arrogant'

Met een nederlaag tegen Marat Safin besloot Sjeng Schalken in Parijs een bizar tennisseizoen, waarin hij na een pover eerste half jaar zijn doorbraak beleefde op de Grand Slams....

HET IS al middernacht als Sjeng Schalken in de playerslounge van het Palais Omnisports de Paris-Bercy zijn laatste partij van een bewogen tennisseizoen analyseert. Twee sets heeft de 26-jarige Limburger slechts kunnen aanklampen bij de Russische beer Marat Safin, in alle opzichten zijn tegenpool. 'Wat ging het hard jongens', kreunt Schalken.

'Ik maak niet vaak een tegenstander mee die zoveel power in zijn slagen én zijn service legt. Terwijl ik in elke game onder druk stond, had Safin nog tijd voor een lolletje. Je moet altijd afwachten of zijn hoofd naar tennis staat, of hij er wel zin in heeft. Als Safin mijn professionaliteit zou hebben, was hij beslist de nummer één van de wereld.'

Schalken had het in Parijs al eerder geconcludeerd. 'Ik ben een hard werkende ATP-jongen, die dit jaar een uitschieter heeft beleefd. Ik mis het natuurlijke talent van spelers als Safin, Moya, Grosjean en Federer. Als die jongens in topvorm zijn, kan ik ze niet volgen.'

Desondanks merkte Schalken dat hij door zijn kwartfinale op Wimbledon en zijn halve finale op de US Open in aanzien is gestegen. Zo werd hij in Parijs uitgenodigd voor een training met Andre Agassi. 'Agassi vindt het prettig om zijn powerslagen op mij af te vuren, omdat ik zo constant ben. Voor mij is het een uitdaging om zijn tempo te volgen. Als dat lukt, weet ik dat mijn slagen goed zitten.

'Ik merk dat de topspelers meer respect voor me hebben dan vorig jaar, omdat ik nu ook op de Grand Slams ver ben gekomen. Maar ik sta al drie jaar rond de toptwintig, een nobody ben ik nooit geweest.'

Toch vroeg John McEnroe zich onlangs in Eindhoven opnieuw af waarom Schalken zijn houterige motoriek bij het serveren niet kon bijstellen. 'De service is het zwakste onderdeel in het spel van Schalken', oordeelde Big Mac. 'Ik heb hem op de US Open enkele tips gegeven, maar ik begrijp dat hij zijn servicebeweging niet kan veranderen. Ondanks die handicap heeft Sjeng uitstekend gepresteerd. In dat opzicht is hij een voorbeeld voor vele andere spelers.'

Schalken: 'Ik maak inderdaad weinig directe punten met mijn opslag, maar ik heb wel een vervelende sliceservice. Zelfs Safin had er soms moeite mee. De tegenstander kan mij niet meteen onder druk zetten. Bovendien sla ik vaak mijn eerste service in.' Na de Spanjaard Robredo heeft Schalken het hoogste percentage op zijn eerste service in het circuit. Maar dat is dan ook het enige lijstje, waarop de curieuze opslag van Schalken wordt geëerd. 'Het zal nooit een wapen worden', zegt hij, berustend.

Kritiek kreeg de nummer 19 van de wereldranglijst begin dit jaar ook van zijn landgenoot Richard Krajicek, die Schalken opriep zich niet langer te verschuilen achter zijn bescheidenheid. 'Hoe kan Sjeng nou roepen dat zijn seizoen geslaagd is, als hij in januari een toernooi in Auckland wint?', vroeg Krajicek zich af. 'Schalken lijkt niet te beseffen hoe goed hij is, hij kan in de toptien staan.'

Daarmee heeft Krajicek een gevoelig punt aangeroerd. 'Richard moet zich van commentaar onthouden als hij de achtergronden niet kent', zegt Schalken, op bitse toon. 'Ik heb nu eenmaal een ander speltype dan Krajicek. Hij zit in a different league. Richard kan een partij domineren met zijn service en zijn forehand. Ik moet een tegenstander in zijn kuiten bijten en zijn spel net zo lang blijven ontregelen tot hij geen antwoord meer heeft.

'Ik ben ook liever bescheiden dan arrogant. Maar op de baan verlies ik geen wedstrijden door mijn bescheidenheid. Ik realiseer me dat mijn prestaties op de Grand Slams eenmalig kunnen zijn geweest. Het klinkt misschien vreemd, maar ik zal op de Australian Open al blij zijn als ik de eerste ronde heb overleefd. In dat geval gaan er weer 64 spelers naar huis en daar hoor ik dan niet bij. Mijn doel is volgend jaar weer in de topdertig te eindigen.'

'De media mogen de lat hoger leggen, maar zo denk ik nu eenmaal. Ik wil mezelf niet teveel druk opleggen, ik heb die druk vroeger te vaak gevoeld. Toen had ik het idee dat ik voortdurend moest opboksen tegen de gouden generatie van het Nederlandse tennis.

'In donkere periodes geef ik me wel eens over aan zelfverheerlijking. Dan surf ik op de website van de ATP naar de spelersprofielen en klik ik mijn naam aan. Als ik dan zie wat ik de afgelopen jaren heb gepresteerd, ben ik trots op mezelf. Dan denk ik: 'nou jongen, daar kan niemand omheen'. Je hebt soms hulpmiddelen nodig om jezelf overeind te houden en die heb ik dit jaar vaak nodig gehad.'

Schalken bereidt zich dan ook voor op nieuwe tegenslagen, want op golven van euforie heeft hij nooit geleefd. 'Ik was heel verbaasd om op de cover van Tennis Magazine te lezen dat ik een Grand Slam ga winnen. Dat heb ik nooit gezegd. Je kent me toch, dergelijke teksten komen niet uit mijn mond. Een Grand Slam winnen is voor mij de ver-van-mijn-bedshow. Bij mij is het als, als, als.

'Als Johansson een Grand Slam kan winnen, kan ik het ook. En als ik weer eens zover kom als op de US Open zal het vuur in mij branden en ga ik aan de titel denken. Ik weet nu hoe bijzonder dat gevoel is. Ik stond op Super Saturday van de US Open toch maar mooi in een rijtje met Hewitt, Agassi en Sampras. Die affiche lijst ik thuis ook in.

'Tegen Hewitt of Agassi had ik mezelf een kans gegeven in de halve finales, Sampras was voor mij de slechtst denkbare tegenstander. Hij gunde me geen ritme, gaf me niet de kans te schaken op de baan, want dat is toch mijn grootste kracht. Niet veel tennissers kunnen namelijk tippen aan mijn groundstrokes.

'Maar ik moet in elke partij een marathon lopen. Ik moet dit lange lichaam elk punt over de baan sjouwen. Als ik verslap, word ik lelijk. Mijn spel draait immers om intensiteit. Ik heb niks om op terug te vallen als de rally niet loopt, dan verzand ik in degelijkheid.'

Al jaren woekert Schalken met de beperkingen van zijn lichaam. 'Ik pleeg roofbouw op mezelf', zegt hij, nadat hij zijn gezwollen rechterknie heeft laten zien. 'Ik heb een flinke tol betaald voor het spelen in de Davis Cup. Die wedstrijden zijn fysiek en mentaal slopend, er komt ook zoveel emotie bij kijken.

'Ik heb lang nagedacht of ik wel tegen Finland zou spelen. Ik heb captain Tjerk Bogtstra op Roland Garros voorgehouden dat ik zou afzeggen als mijn ranking in gevaar dreigde te komen. Jan Siemerink was het daar niet mee eens. Hij vindt dat je altijd voor je land moet spelen, die keuze respecteer ik. Maar door de Davis Cup viel Jan zelfs buiten de tophonderd, dat is het mij niet waard.

'Ik kon het me nu gelukkig permitteren de toernooien in Azië af te zeggen. Maar voor hetzelfde geld had ik ook tegen Finland drie partijen moeten spelen. De gevolgen van die belasting werken door in het reguliere circuit. Daarom hoop ik vurig dat Krajicek volgend jaar wel kan spelen in de Davis Cup, dan worden de lasten wat beter verdeeld.'

Leven met pijn is een normaal patroon geworden voor Schalken. 'Ik balanceer voortdurend op het randje. Ik loop 's ochtends als een oude man naar de badkamer. Ik moet mijn lichaam elke dag verzorgen, zonder oefeningen kan ik mijn rechtervoet niet belasten. Voor uitbundigheid is geen plaats in mijn leven. Daar heeft mijn vriendin aan moeten wennen, ze heeft vaak het gevoel dat ze op de tweede plaats komt.

'Ik ben wel eens met haar met vakantie naar Aruba geweest, weer in zo'n rotvliegtuig en weer in een hotel. Zo leef ik elke week. Mijn eerste reactie was: 'waar is de tennisbaan?' Ik probeer het aantal jetlags juist te beperken, want die slopen je lichaam. Ik heb er dit jaar tien gehad. Daarom ga ik nu zes weken naar mijn huis in Monte Carlo, elke dag een uurtje trainen en me daarna laten masseren. Het lijf moet weer worden afgesteld voor volgend jaar.

'Maar zonder Ricky zou ik nooit loskomen van het tennis. Het is voor haar al frustrerend genoeg om me uit die roes te halen. Daarom vergelijk ik mezelf ook met een mammoettanker. Als die vol gas de goede richting opgaat, heb je geen kind aan me. Maar als de tanker de verkeerde route volgt, is het bijna onmogelijk hem te stoppen en om te laten draaien.'

Alleen uiterlijk blijft Schalken onbewogen als hij hardnekkig de verkeerde koers blijft volgen, zoals in de eerste helft van dit jaar, toen hij zeven keer in de eerste ronde werd uitgeschakeld. 'Sjeng blijft onder alle omstandigheden cool, je ziet niks aan hem', vertelde zijn vriendin Ricky Pfennings op de US Open. 'Als mijn moeder hem na zeven maanden enthousiast begroet, reageert Sjeng alsof hij haar gisteren nog heeft gezien.'

Schalken, bedachtzaam: 'Maar diep in mij zit ook een vulkaan, die in het begin van mijn carrière tachtig van de honderd keer tot een uitbarsting kwam. Dat heb ik terug kunnen brengen tot vijf keer.' Maar hij kon de erupties in zijn ziel alleen bedwingen door te breken met de coach, die tegen wil en dank te dwingend aanwezig was.

'Het is een moeilijke beslissing geweest, omdat we buiten de baan zulke goede vrienden zijn', zegt Schalken over de breuk met Alex Reijnders. 'Ik merkte dat ik met Alex als coach niet los kon komen van mijn irritaties tijdens het spel. Ik moest die onrust zelf zien te onderdrukken, de aanwezigheid van Alex werkte averechts.

'Vorig jaar ontspoorde ik nog totaal op Wimbledon. Toen schreeuwde ik tijdens mijn partij tegen Koubek naar Reijnders dat hij maar moest bepalen waar ik zou serveren. Ik was te afhankelijk van hem geworden. De irritaties stapelden zich dit jaar op, toen ik maar bleef verliezen in de eerste ronde. Ik was wanhopig, ik moest iets forceren. Ik werk nu met Jan-Willem van Hulst op een heel andere basis.

'De dwangmatigheid in mijn samenwerking met Reijnders is verdwenen. Het is een leerproces geweest, ik heb niemand meer nodig die me influistert hoe ik me moet gedragen in de ATP Tour. Ik ben volwassen geworden. Toch had ik nooit kunnen denken dat ik na een half jaar zonder prestaties nog steeds rond de toptwintig zou eindigen. Het geeft aan hoe bizar dit seizoen voor mij is geweest.'

Het verlangen om zijn geluk te delen met zijn zes jaar geleden aan leukemie overleden broer Tuur is nooit verdwenen. Alsof Schalken hem in gedachten ziet staan, dwaalt zijn blik af. 'Ik denk nog regelmatig aan Tuur. Hij zou nu twintig zijn geweest, waarschijnlijk was hij een paar keer met me mee gereisd. Tuur zou nu een goede vriend zijn geworden. Het blijft moeilijk te accepteren dat hij er niet meer is. Maar ik vind het vooral rot voor hem, hij mist zoveel mooie dingen in het leven.'

Met zijn geestelijk gehandicapte broer Pier kan Schalken niet veel delen. 'Pier leeft in het verzorgingstehuis in zijn eigen, kleine wereldje, waarin hij heel gelukkig is. Helaas heb ik hem de afgelopen maanden nauwelijks gezien. Hij heeft het verstand van een baby en kan dus ook niet praten. Pier heeft geen besef van zijn omgeving, dat had Tuur wel. Hij wist heel goed dat hij dood ging, dat vond ik nog het ergste.

'Je zag dat ventje een gevecht voeren dat hij niet kon winnen. Daar hebben mijn ouders een enorme klap van gekregen. Tuur was in bepaalde opzichten nog een kind, maar mentaal was hij verder dan ik. Ik heb de dood nooit in de ogen gekeken. Mede door die familiedrama's ben ik gehard. Mijn perzikhuidje is van schuurpapier geworden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden