Lotsy: Wel donderprediker maar geen collaborateur

De legendarische sportbestuurder Karel Lotsy is onrecht aangedaan. Dwalingen in journalistieke en wetenschappelijke publicaties hebben hem bestempeld als collaborateur in de Tweede Wereldoorlog. Frank van Kolfschooten denkt in zijn biografie De Dordtse magiër voldoende bewijsmateriaal aan te dragen voor eerherstel.

Karel Lotsy is een van de belangrijkste bestuurders uit de Nederlandse sportgeschiedenis. Onder zijn leiding beleefde het Nederlands voetbalelftal in de jaren dertig van de vorige eeuw een glorierijke periode. Voor én na de WO II was Lotsy ook chef de mission tijdens de Olympische Spelen. Als voorzitter van de KNVB kon hij de komst van het betaald voetbal niet tegenhouden, waarna hij zich terug trok.

Gedurende de bezetting heeft Karel Lotsy zijn werkzaamheden voortgezet, maar na afloop van de oorlog is nooit getwijfeld aan zijn loyaliteit. Een zuiveringscommissie sprak hem vrij van collaboratie, aldus Van Kolfschooten.

Aan het eind van de jaren zeventig verandert het oordeel. De journalisten Frits Barend en Henk van Dorp plaatsen in Vrij Nederland vraagtekens bij zijn ‘Nederlandse gevoelens’. Dat artikel heeft een sneeuwbaleffect en in 1992 krijgt de kritiek op Lotsy zelfs een wetenschappelijke status. Historicus André Swijtink promoveert op de sportbeoefening tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarin wordt Karel Lotsy beschouwd als een ‘uitvoerder van anti-Joodse politiek van de bezetter’.

De ondertitel van Lotsy’s biografie, die op 27 april verschijnt, luidt daarom ‘De val een volksheld’. Voor journalist Van Kolfschooten is dat ook een persoonlijke ervaring. Hij bezocht in zijn jeugd vaak de Haagse voetbalclub VUC. Hij hoorde er verhalen over Karel Lotsy die met z’n donderpreken het Nederlands elftal zodanig opzweepte dat de kantine van VUC werd omgedoopt tot de Wondertent van Lotsy.

Zijn latere verguizing is volgens Frank van Kolfschooten een treffend voorbeeld van onzorgvuldige journalistiek, van een tunnelvisie waarop de in 1959 overleden Lotsy nooit heeft kunnen reageren.

In de eerste publicaties zijn oud-scheidsrechter Leo Horn en oud-voetballer Bram Appel belangrijke bronnen. Volgens Appel was Lotsy in 1944 aanwezig bij een wedstrijd in Berlijn tussen een Tsjechisch en een Nederlands elftal bestaande uit dwangarbeiders. Zeven spelers uit dat team, van wie Van Kolfschooten er één nog heeft gesproken, ontkennen dat echter.

Leo Horn beschuldigde Lotsy ervan een ‘duidelijke, gemene, ordinaire antisemiet’ te zijn. Volgens Van Kolfschooten zijn de beweringen van Horn, zelf joods, niet eenduidig en vermoedelijk ingegeven door rancune. Horn beschuldigt Lotsy er onder meer van dat hij in 1941 als KNVB-voorzitter op last van de bezetter joodse scheidsrechters buitenspel zette. Maar die maatregel zou juist bedoeld zijn geweest om joden in bescherming te nemen en bovendien was Lotsy op dat moment met verlof.

Ook andere aantijgingen beschouwt Frank van Kolfschooten als ongefundeerd of verkeerd geïnterpreteerd. Is Karel Lotsy daarmee van alle smetten vrij? ‘Als je streng in de leer bent niet.’ In zijn boek karakteriseert hij Lotsy als een zeiler die probeerde de sport in veilige haven te loodsen. Soms voelde Lotsy zich gedwongen een eind mee te varen in de richting waarin de bezetters hem dwongen. ‘Maar als de boot onomkeerbaar koers zette in een voor hem ongewenste richting, paste hij ervoor om als boegbeeld te fungeren van de bezetter.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.