Ling schrijft zijn eigen jongensboek

Oud-international Tscheu la Ling kocht dit jaar AS Trencin, een Slowaakse voetbalclub. Binnen twee jaar moet daar Champions League worden gespeeld....

Charles Bromet

Keurig gerangschikte mappen met soms vergeelde krantenknipsels legt Tscheu la Ling (51) op tafel in zijn kantoor in Wateringen. Het is documentatiemateriaal over ADO Den Haag, de club die hij zo graag had geholpen met zijn ‘kennis en expertise’. A4-tjes met daarop ambitieuze plannen begeleiden de serie artikelen.

Tot zijn teleurstelling moest de voormalige vleugelspits, die 14 interlands speelde, constateren dat niemand zat te wachten op multimiljonair Ling en zijn netwerk van spelers in Oost-Europa en Zuid-Amerika. ‘Onderknuppels’, zoals hij ze noemt, stonden hem te woord. Uit alles bleek dat hij zijn heil elders moest zoeken.

Ling aarzelde niet. Hij besloot de club AS Trencin uit Slowakije, het land waar hij al had geïnvesteerd in kantoorpanden en winkelcentra, op te kopen. Een bedrijf in voedingssupplementen (Fitshape in Nederland), een zuivelfabriek (Mlieko Service in Slowakije) en een voetbalacademie (Rotsa Club in Griekenland) had hij al. En nu dus ook zijn eigen voetbalclub.

Ach, zo is het nu eenmaal gelopen, zegt Ling met een nonchalance die hem de rest van het gesprek niet zal verlaten. Tschen la Ling (Hij die in het oosten van het bos is geboren bij gunstige wind) heet hij officieel. Maar op zijn visitekaartje staat Tscheu, de naam waaronder de meeste voetballiefhebbers hem kennen. En eigenlijk kan het hem niet schelen hoe hij wordt genoemd.

Het is de houding die hij al had als voetballer, als flegmatieke rechtsbuiten die de eervolle bijnaam ‘Koning van de Schaar’ verwierf. Dol was het publiek op zijn onberekenbare acties. Bij Ajax, waar hij van 1975 tot 1982 onder contract stond, hing zelfs jaren na zijn vertrek een spandoek in stadion De Meer: ‘Alle ballen op Ling’.

Op goede dagen flitste Ling langs tegenstanders. Sommige fans waren al tevreden als ze hem tijdens de warming-up in actie hadden gezien. Maar Ling was ook de speler die de confrontatie zocht met de grote Johan Cruijff, die hij als voetballer bewonderde. Maar Cruijff moest hem niet vertellen hoe hij het beste een biljartkeu kon vasthouden.

Wonderlijk genoeg wordt Ling, nu hij zich als succesvol zakenman heeft geprofileerd, alleen nog herinnerd van zijn betoverende acties. ‘Dat ik nooit mee verdedigde en niet graag met een smerig broekje van het veld afstapte, zijn de mensen kennelijk vergeten’, zegt hij met een grijns.

De voetballer Ling heeft te weinig uit zijn carrière gehaald, stelt hij zelf onomwonden vast. Die 14 interlands hadden er veel meer moeten én kunnen zijn, zegt hij zonder een spoor van teleurstelling. Na zijn periode bij Ajax kwam hij nog wel terecht bij Panathinaikos, Olympique Marseille en Feyenoord, maar naar eigen zeggen had er meer in gezeten.

‘Tot mijn 30ste heb ik op mijn lauweren gerust, dus ik kan nu nog wel even doorgaan. Ik heb altijd gezegd: ik kom alleen maar in de voetballerij terug als ik beslissingen kan nemen. Ik kan niet iets doen en dan vervolgens worden teruggefloten. Dan verlies ik tijd.’

Het is een typerende opmerking die zijn manier van handelen bij het opkopen van voetbalclub Trencin, een kleine vijf maanden geleden, samen met vriend Henk ter Braak, feilloos onderstreept. Als Trencin op de slotdag van het vorige seizoen was gedegradeerd, wat heel goed had gekund, dan had Ling zijn diensten gewoon aangeboden bij een andere belangstellende club.

‘In de slotwedstrijd van het vorige seizoen hebben ze in de laatste vijf minuten gewonnen, terwijl de concurrent verloor. Eigenlijk had het dus niet zo mogen zijn.’ Maar het lot was Trencin, op dit moment voorlaatste in de Slowaakse competitie, goedgezind. Dus besloot Ling te investeren.

Rob MacDonald (oud-coach van De Graafschap) werd er gestationeerd als coach. Piet Schrijvers is er keeperstrainer. Jonge, internationale talenten worden gestald bij amateurclub Tonegido in Den Haag, dat met regelmaat aan Ling moet rapporteren over de vorderingen van het tiental spelers.

Het zijn de eerste, voorzichtige stappen op weg naar iets groots, meent Ling. Want het nu nog anoniem door de Slowaakse competitie benende AS Trencin moet over twee jaar zijn opwachting maken in de Champions League.

‘Ik heb een voetbalclub gekocht, omdat ik zie dat 95 tot 99 procent van de clubs het niet goed doet’, legt Ling uit. ‘Er wordt niet goed opgeleid en niet goed ingekocht. Daarvan is Ajax het meest schrijnende voorbeeld. De fouten die daar in de organisatie worden gemaakt, maken de sfeer hectisch en het beleid opportunistisch.’

Maar is het ook niet erg opportunistisch om te zeggen: als het bij de ene club niet lukt, dan bij de volgende maar?

‘Nee, want alle clubs hebben een geldtekort en een gebrek aan kennis. Dan heb ik het over het scouten van talenten. Ik doe zaken in Slowakije, Roemenië, Bulgarije en Argentinië. Daar heb ik al vier, vijf jaar kantoren en de kennis van het daar aanwezige talent. Dat is een heel ander vijvertje dan dat van veel Nederlandse clubs.

‘Ik wil die kennis en dat netwerk nu benutten om binnen twee jaar kampioen te worden met Trencin en dan de Champions League in te gaan. Dat is mijn zelf geschreven jongensboek. En ik denk dat ik straks een van de beste coaches ter wereld heb om de boel te coördineren.’

U houdt zich vast aan het plan van UEFA-baas Michel Platini die kleine landen ook een startplaats wil geven in de Champions League?

‘Inderdaad. Om een voorbeeld te geven: wij speelden recentelijk gelijk tegen de kampioen van Slowakije, Zilina. Die club speelde gelijk tegen Slavia Praag, dat Ajax uit de Champions League wist te houden. Zo gek is mijn plan dus niet.’

Als het ooit zover mocht komen, deelname aan de Champions League, in welk hoofdstuk van dat boek zitten we dan?

‘Dat is de laatste bladzijde van de eerste episode, want er komt misschien wel een volgende club. Kijk, ik ben gewoon een volbloed Hagenees en ik vind dat ADO in de top van Nederland moet spelen. Het netwerk heb ik. Het zal een avontuur zijn, maar ik ken de uitkomst al. Dat is in mijn bolletje al heel mooi samengekomen.’

U wilt uiteindelijk een grote speler worden in het internationale voetbal?

‘Ik wil laten zien dat het concept dat anderen laten liggen, werkt. Met nuchter nadenken, zonder paniekvoetbal. Dan denk ik dat je een heel eind kan komen.’

Wat nu als uw plan de mist ingaat?

‘Dan mogen ze alle strontkarren over me heen kieperen. Maar als het niet gebeurt, so what? Ik ben niet bang om op mijn bek te gaan. Dat is ook mijn kracht. Ik ben in feite altijd onafhankelijk geweest. Ik heb in de fabriek gestaan en ik heb drie hoog achter gewoond in een tijd dat ik de alimentatie nauwelijks kon betalen. Maar ik heb ook mijn eigen bedrijf van de grond af opgebouwd. Ik kan alles. ‘Voetballen kon ik ook. Ik hoefde niemand de bal te geven, dan deed ik het zelf wel. Als ik op mijn bek ging, dan deed ik het gewoon weer.

‘Waarom koop ik vijf jaar geleden een stuk grond in Roemenië en Bulgarije, terwijl iedereen het mij afraadt? Dat is mijn karakter. Als ik op mijn bek ga, dan ga ik op mijn bek.’

U kwam al snel één miljoen euro in de min te staan, nadat u in zaken ging. Wat zijn de lessen geweest van die periode?

‘Alles dat je gemakkelijk wint, daar hecht je niet zo veel belang aan. Ik had veel talent, maar ik heb eigenlijk nooit hard getraind of moeite moeten doen. Toch heb ik veel geld verdiend. Andere mensen deden de zaken, maar uiteindelijk was ik verantwoordelijk voor het miljoenenverlies. Daarvoor heb ik één keer leergeld betaald.

‘Dat heeft van mij niet een ander mens gemaakt. Vroeger had ik wedstrijden dat ik een 9 of 10 was. Maar ik had ook wedstrijden dat ik een 4 of 5 was. Ik heb mezelf heel goed leren analyseren, zodat ik weet wat mijn kracht is en wat mijn zwakte. Ik doe nu zelf waar ik goed in ben. En ik huur specialisten in voor de dingen waarin ik niet goed ben.’

Hoezeer lijkt u nu nog op de jonge voetballer Ling, die ooit tegen Johan Cruijff zei: stop die biljartkeu toch lekker in je reet?

‘Dat zit nog steeds in mij. Als ik Cruijff hoor zeggen dat Van Nistelrooij een slechte voetballer is, denk ik: hoeveel expertise heeft deze man nog. De wereld draait door. Vroeger ergerde ik me aan Cruijff, nu vind ik het komisch om hem te horen.’

Dan lacht u hem uit?

‘Nee, ik geef slechts aan dat niemand de wijsheid in pacht heeft. Niemand weet alles van voetbal. Als je ooit goed kon voetballen, wil dat niet zeggen dat je ook goed kunt analyseren.

‘Op een bepaald moment wordt de mythe doorbroken. Ik merk nu ook dat Cruijff met regelmaat op de hak wordt genomen. En dat komt omdat hij steeds vaker dingen zegt die niet realistisch zijn. Tja, dat vind ik dan weer grappig.’

Vorig jaar ging u in het tv-programma Fighting with the Starsop de vuist met John de Wolf.

‘Daarbij kwam dat naïeve van mij naar boven. Kijk, ik weeg 110 kilo schoon aan de haak. Ik had 10 jaar niets aan sport gedaan, dus ik dacht: dit zou misschien een goede stok achter de deur kunnen zijn om er één keer voluit voor te gaan.

‘Dan is het ineens 1 mei en dan heb je er nog niet zo veel aan gedaan. En ik wist van vroeger: als je niet goed geprepareerd bent, dan krijg je klapjes voor je kop. John de Wolf had al 10 maanden getraind en geroepen dat hij er klaar voor was. Ik ben toen één keer naar de sportschool geweest, omdat ik een trainer nodig had. Dat was verplicht. Maar een dag later kon ik mijn schouders niet meer bewegen.

Toch sloeg u John de Wolf knock-out.

‘Ach, je moet wel eens geluk hebben. Ik voelde me in die ring net als vroeger in een vol stadion: ik heb overal lak aan. Je moet zorgen dat jij niet de pineut wordt en verder gewoon je hersens gebruiken. Dat is mij wel toevertrouwd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden